Een aantal weken geleden belde ik met mijn moeder. De nacht ervoor droomde ik over een huis waar we ooit in woonden. We haalden herinneringen op aan die moeilijke tijd maar de herinnering sprak niet over die moeilijkheden, de herinnering voelde als een warm deken. Doch, warm was het huis nooit echt. Het daverde bij passage van een bus, bij regen druppelde water in de zekeringkast, wekelijks lag er een zwart uitstootlaagje over alles en de wind blies door de voegen heen, maar het was een thuis.

Ondanks dat warm deken waarin we ons, aan de telefoon, in wikkelde was de gedachte aan wat er toentertijd buiten dat deken afspeelde niet ver weg. We woonden er uit noodzaak, drie zonen met een moeder die aan het vechten was tegen kwelduivels uit een eigen jeugd. Wat we daar meemaakten zal ik nooit in al haar pijnlijkheid onder woorden kunnen brengen, en er zelfs in verborgen termen over schrijven brengt tranen in de ogen. De gebeurtenissen blijven als een litteken gebrand op mijn hart. Een litteken dat herinnert aan moeilijke tijden maar vandaag vooral de weerbarstigheid van de hoop weergeeft, de veerkracht van ons zijn. Uiteindelijk kwam alles goed, voor mijn geliefde moeder, mijn geliefde broers en mezelf.

Huurcrisis is overheidsfalen in zijn meest groteske vorm.

Toch kan ik het idee niet verdringen dat het evengoed níet goed was gekomen. Dat de uiterste tragedie zich in dat huis voltrokken kon hebben, dat niet de weerbarstigheid van de hoop de bovenhand haalde maar de ogenschijnlijk onoverwinnelijke wanhoop zegevierde. Dan springt de angst mij om het hart bij de gedachten van wat had kunnen gebeuren. Dingen waarvan geen hart ooit van herstellen kan, waar geen litteken tegen opgewassen is maar bij elk kloppen van het hart steeds weer openscheuren zou totdat het kloppen zelf stopt.

Overheidsfalen

Na het bekijken van de Pano-reportage 'te huur, te duur' van afgelopen woensdag dacht ik terug aan dat gesprek. Ik moest denken aan de tragedie die zich niet voltrok in ons gezin, aan de chance dat we hierin hebben gehad maar ook aan de mensen die daar nu zelf door moeten. Aan de volgens Pano 100.000 gezinnen waarvoor de tragedie om de hoek schuilt. Waarvoor bij de kleinste tegenslag de wereld dreigt te vergaan. Mensen bij wie het leven hen misschien boven het hoofd groeit tot wat voor de buitenwereld al onleefbaar was ook onleefbaar blijkt voor henzelf. De situatie hoe ze nu is en die Pano zo pijnlijk in beeld wist te brengen mogen we niet aanvaarden, dat kunnen we niet aanvaarden.

Ik word dan ook boos en moedeloos te denken aan hoe de overheid hier tekortschiet. Hoe het overheidsfalen hier een meest groteske vorm aanneemt maar vooral aan de politieke onwil om hier werkelijk en structureel iets aan te veranderen. Een Vlaamse overheid die wel de planschaderegeling verhoogt voor 'gedupeerden' van de bouwshift, die pijlsnel een compensatie voorziet voor eigenaars van zonnepanelen, die renteloze renovatieleningen uitschrijft. Stuk voor stuk goede maatregelen, zonder twijfel, maar duidelijk gericht op een bepaalde laag van de bevolking. En die andere laag, die staat - vaak letterlijk - in de kou.

Ondanks alles kwam het voor ons wel goed. Aan de telefoon bedacht ik mij dat mijn moeder de krachtigste persoon is die ik ken, en uit haar kracht put ik de mijne. Dat zei ik haar niet, we sloten ons gesprek af. 't Was daar zo slecht nog niet eh', zei ze.

't Was daar zo slecht nog niet.

Kenny Coenraets (26) woont in Brussel. Hij is historicus hedendaagse geschiedenis bijzondere interesse in sociale geschiedenis en identiteitsgeschiedenis. Hij werkt als leerkracht cultuurwetenschappen.

Een aantal weken geleden belde ik met mijn moeder. De nacht ervoor droomde ik over een huis waar we ooit in woonden. We haalden herinneringen op aan die moeilijke tijd maar de herinnering sprak niet over die moeilijkheden, de herinnering voelde als een warm deken. Doch, warm was het huis nooit echt. Het daverde bij passage van een bus, bij regen druppelde water in de zekeringkast, wekelijks lag er een zwart uitstootlaagje over alles en de wind blies door de voegen heen, maar het was een thuis. Ondanks dat warm deken waarin we ons, aan de telefoon, in wikkelde was de gedachte aan wat er toentertijd buiten dat deken afspeelde niet ver weg. We woonden er uit noodzaak, drie zonen met een moeder die aan het vechten was tegen kwelduivels uit een eigen jeugd. Wat we daar meemaakten zal ik nooit in al haar pijnlijkheid onder woorden kunnen brengen, en er zelfs in verborgen termen over schrijven brengt tranen in de ogen. De gebeurtenissen blijven als een litteken gebrand op mijn hart. Een litteken dat herinnert aan moeilijke tijden maar vandaag vooral de weerbarstigheid van de hoop weergeeft, de veerkracht van ons zijn. Uiteindelijk kwam alles goed, voor mijn geliefde moeder, mijn geliefde broers en mezelf. Toch kan ik het idee niet verdringen dat het evengoed níet goed was gekomen. Dat de uiterste tragedie zich in dat huis voltrokken kon hebben, dat niet de weerbarstigheid van de hoop de bovenhand haalde maar de ogenschijnlijk onoverwinnelijke wanhoop zegevierde. Dan springt de angst mij om het hart bij de gedachten van wat had kunnen gebeuren. Dingen waarvan geen hart ooit van herstellen kan, waar geen litteken tegen opgewassen is maar bij elk kloppen van het hart steeds weer openscheuren zou totdat het kloppen zelf stopt. Na het bekijken van de Pano-reportage 'te huur, te duur' van afgelopen woensdag dacht ik terug aan dat gesprek. Ik moest denken aan de tragedie die zich niet voltrok in ons gezin, aan de chance dat we hierin hebben gehad maar ook aan de mensen die daar nu zelf door moeten. Aan de volgens Pano 100.000 gezinnen waarvoor de tragedie om de hoek schuilt. Waarvoor bij de kleinste tegenslag de wereld dreigt te vergaan. Mensen bij wie het leven hen misschien boven het hoofd groeit tot wat voor de buitenwereld al onleefbaar was ook onleefbaar blijkt voor henzelf. De situatie hoe ze nu is en die Pano zo pijnlijk in beeld wist te brengen mogen we niet aanvaarden, dat kunnen we niet aanvaarden. Ik word dan ook boos en moedeloos te denken aan hoe de overheid hier tekortschiet. Hoe het overheidsfalen hier een meest groteske vorm aanneemt maar vooral aan de politieke onwil om hier werkelijk en structureel iets aan te veranderen. Een Vlaamse overheid die wel de planschaderegeling verhoogt voor 'gedupeerden' van de bouwshift, die pijlsnel een compensatie voorziet voor eigenaars van zonnepanelen, die renteloze renovatieleningen uitschrijft. Stuk voor stuk goede maatregelen, zonder twijfel, maar duidelijk gericht op een bepaalde laag van de bevolking. En die andere laag, die staat - vaak letterlijk - in de kou. Ondanks alles kwam het voor ons wel goed. Aan de telefoon bedacht ik mij dat mijn moeder de krachtigste persoon is die ik ken, en uit haar kracht put ik de mijne. Dat zei ik haar niet, we sloten ons gesprek af. 't Was daar zo slecht nog niet eh', zei ze. 't Was daar zo slecht nog niet. Kenny Coenraets (26) woont in Brussel. Hij is historicus hedendaagse geschiedenis bijzondere interesse in sociale geschiedenis en identiteitsgeschiedenis. Hij werkt als leerkracht cultuurwetenschappen.