Met een juridische handigheid en extreem biologisch buigwerk zijn twee Nederlandse advocaten tot de conclusie gekomen dat het illegaal is om huiskatten buiten rond te laten lopen. Ze baseren zich daarvoor op artikels uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen die zeggen dat alle handelingen die het voortbestaan van bedreigde soorten in het gedrang kunnen brengen, onwettelijk zijn. Omdat ze ervan uitgaan dat huiskatten door het eten van vogeltjes bedreigde soorten in het gedrang kunnen brengen, bestempelen ze het buiten laten van katten door hun eigenaars als een illegale praktijk.

Juridische haarkloverij zou je kunnen zeggen, maar daar zijn juristen nu eenmaal goed in. Ze testen de limieten van wat er uit de kokers van de wettenmakers is gekomen. Dat is hun goed recht. Het naar hun hand zetten van elementaire biologische regels is dat minder.

Huiskatten hebben een bescheiden effect op vogelpopulaties.

Een aantal jaren geleden heb ik op vraag van de Vlaamse administratie voor Dierenwelzijn een analyse gemaakt van de impact van de Vlaamse huiskatten op Vlaamse vogelpopulaties. Omdat er geen binnenlandse studies beschikbaar waren, verdiepte ik me in de buitenlandse vakliteratuur (vooral uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten). Ik extrapoleerde de gegevens daaruit naar de ongeveer 2 miljoen huiskatten in Vlaanderen. Mijn analyse klokte af op 55 miljoen vogels die elk jaar door Vlaamse huiskatten gevangen worden.

Dat lijkt een gigantisch aantal, maar het probleem is dat niemand zelfs maar bij benadering weet hoeveel vogels er op elk moment in Vlaanderen vertoeven. Vormt die 55 miljoen 0,00001 procent van het totale bestand of 0,1 procent? Het impliceert een wereld van verschil in impact op vogelpopulaties. Maar gezien de stroom van trekvogels die er sommige dagen over ons land trekt - vele miljoenen op één dag - lijkt 55 miljoen stuks op jaarbasis geen bedreiging voor onze vogels te betekenen.

Die stelling wordt gesteund door het gegeven dat de top-drie van in Engeland door katten gevangen vogels gevormd wordt door de huismus, de pimpelmees en de merel. Alvast de laatste twee lijken het de jongste tijd goed te doen, mede door het feit dat veel mensen hun tuinen almaar vogelvriendelijker laten worden. Wat huiskatten wegvangen is dan verwaarloosbaar. De impact van de mens op onze vogels is zonder twijfel véél groter: habitatverlies, gebruik van pesticiden (waardoor insectenpopulaties crashen) en chronische vogelliquidaties tijdens de trek eisen een enorme tol.

Vangen huiskatten zeldzame vogels? Dat zal heel af en toe wel eens gebeuren. De kat van een verre buurt bracht vorig jaar een blauwborst mee naar huis, een vrij zeldzaam vogeltje dat het hier in de Waaslandpolders goed doet en duidelijk een populatietoename kent. Dat de kat een blauwborst ving, zegt meer over de blauwborstpopulatie dan over het effect van katten op zeldzame vogels.

Daarenboven hebben alle katten, zoals zo goed als alle dieren, pissebedden en wormen inbegrepen, een individuele persoonlijkheid. Er zijn katten die perfect binnen kunnen blijven en andere die naar buiten moeten. Er zijn designerkatten die gemaakt lijken om de hele tijd in een zetel te liggen, maar die 's nachts muteren tot gepatenteerde zwervers die kilometers ver van huis gaan. Er zijn katten die nooit jagen en andere die jagen uit gewoonte, zelfs als ze geen honger hebben. Er zijn goede jagers en slechte jagers. Een eventuele verplichting om huiskatten permanent binnen te houden zal veel kattenleed veroorzaken. De asielen kunnen de toestroom nu al niet meer aan - de campagnes tot verplichte sterilisatie van katten moeten hun effect nog hebben.

In de biologische logica vormen huiskatten bij ons geen bedreiging voor zeldzame dieren, waardoor hun buitenactiviteit niet onder de regelgeving van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen valt.

Zwerfkatten zijn een ander verhaal. Ik zou durven pleiten voor maatregelen om problematische zwerfkatten op zijn minst lokaal te elimineren. Zwerfkatten kunnen een probleem vormen voor zeldzame vogels, zoals weidevogels die op de grond broeden. Zwerfkatten moeten goed kunnen jagen om te overleven. Ze kunnen niet overal profiteren van goed menende, maar fout geïnspireerde bijvoederacties. Die kunnen trouwens onverwachte neveneffecten hebben. Ik hoorde gisteren een verhaal over vadsige vossen in een Vlaams stadspark die zoveel katteneten vinden dat ze niet meer moeten jagen.

Het veelgehoorde verhaal dat Australië drastisch tegen katten gaat optreden, heeft veel meer te maken met verwilderde katten dan met huiskatten. Australië is vergeven van de zwerfkatten die zelfs geen enkele link naar menselijke activiteit meer hebben. Ze zijn pas enkele honderden jaren geleden met blanke kolonisten op het continent toegekomen. In Australië wemelt het van de al dan niet zeldzame diersoorten die nooit iets als een katachtige predator hebben gekend. Veel zeldzame vogels, vooral op eilanden, kunnen zelfs niet of amper vliegen. Als daar katten terechtgekomen, en het gebeurt, is de ravage niet te overzien. Het is begrijpelijk dat de Australische autoriteiten een grote verdelgingsactie van verwilderde katten plannen. Anders dreigen ze veel zeldzame inheemse dieren kwijt te spelen.

Mogen wij onze huiskatten dan hun gang laten gaan? Voor mij mag de populatie beduidend verminderen. Twee miljoen beesten van katkaliber op een kleine oppervlakte als Vlaanderen is van het goede te veel. De sterilisatiecampagnes zullen hier hopelijk hun werk doen. Maar mensen gaan bestraffen omdat ze hun huiskat buiten laten lopen, is meer dan een brug te ver. In de biologische logica vormen huiskatten bij ons geen bedreiging voor zeldzame dieren, waardoor hun buitenactiviteit niet onder de regelgeving van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen valt. Geen enkele jurist gaat dat hard kunnen maken in een rechtbank. Ondertussen is er veel paniek en onrust gezaaid in de wereld van kattenliefhebbers. Als dat de bedoeling was, is de missie geslaagd.