Op de vraag of ze pijn lijden in het dagelijkse leven, antwoordden 2,9 miljoen Belgen in 2019 'ja'. 75 procent gaf aan dat de pijn hun leven overheerst. Het zijn verontrustend hoge cijfers. 'Pijn is een alarmsignaal van het lichaam', schrijft huisarts en psychotherapeute Leen Vermeulen (51) in haar boek Je pijn te lijf. Bij een snee in de vinger is het duidelijk wat de pijn veroorzaakt. Maar zodra pijn langer dan drie maanden aanhoudt, is het niet langer de plek van de kwetsuur die schrijnt, maar is er sprake van een overgevoelig geworden pijnsysteem. 'Dan spelen er andere zaken mee die ervoor zorgen dat we pijn blijven voelen.'
...

Op de vraag of ze pijn lijden in het dagelijkse leven, antwoordden 2,9 miljoen Belgen in 2019 'ja'. 75 procent gaf aan dat de pijn hun leven overheerst. Het zijn verontrustend hoge cijfers. 'Pijn is een alarmsignaal van het lichaam', schrijft huisarts en psychotherapeute Leen Vermeulen (51) in haar boek Je pijn te lijf. Bij een snee in de vinger is het duidelijk wat de pijn veroorzaakt. Maar zodra pijn langer dan drie maanden aanhoudt, is het niet langer de plek van de kwetsuur die schrijnt, maar is er sprake van een overgevoelig geworden pijnsysteem. 'Dan spelen er andere zaken mee die ervoor zorgen dat we pijn blijven voelen.' 'Stel je toch niet aan.' Het gebeurde dat de zin door het hoofd van Vermeulen schoot als iemand met vage en aanhoudende pijnklachten voor haar zat. Onderzoeken, medicatie of infiltratie brachten niet de verhoopte verlichting en haar instinctieve reactie getuigde eerder van onmacht dan van onverschilligheid. Waarom gingen zo veel van haar patiënten gebukt onder pijn? En waarom had ze als huisarts geen pasklaar antwoord klaar? 'Ik ben opgeleid in een puur biomedisch kader', vertelt Vermeulen in de kamer in Vilvoorde waar ze een keer per week therapie geeft. 'Als arts leer je oplossingsgericht denken. Je zoekt een verklaring voor een probleem. Chronische pijn duwt ons buiten dat strikte kader. Er is niet altijd een precieze diagnose, het is niet zomaar een medisch probleem. Chronische pijn is niet gebonden aan de plek waar je pijn voelt, aan een letsel of een ontsteking. Ik zag hoe mensen van de ene specialist naar de andere liepen met pijnklachten zonder een antwoord te krijgen of oplossingen te vinden. Ik botste ook op mijn beperkingen als arts en voelde me gefrustreerd omdat ik niet over het arsenaal beschikte waarmee ik mijn patiënten kon begeleiden en helpen.' Voelde u zich te veel een arts van het lichaam en te weinig van de geest?Leen Vermeulen: Zo zou je het kunnen omschrijven. Maar ook als ik suggereerde dat therapie misschien een deel van de oplossing vormde, eerder dan een volgende scan, reageerden sommige patiënten erg defensief. 'Ik ben toch niet zot?' Nee, tuurlijk niet. Maar als de pijn aanhoudt en er op scans geen letsel te zien is, dan zit de pijn wel degelijk tussen de oren. Dat betekent niet dat hij ingebeeld is. Alle pijn wordt door je brein gemaakt en soms wordt het pijncentrum overgevoelig. Vergelijk het met een kaars die een brandalarm laat afgaan. Dan bel je niet de brandweer, maar een monteur die de rookmelder bijstelt. U volgde een therapieopleiding om pijn beter te begrijpen.Vermeulen: Ja, en ik verdiepte me in de neurofysiologie van pijn. Er ging een hele nieuwe wereld aan kennis en inzichten voor me open. De voorbije vijftien jaar heeft de pijnneurofysiologie zich sterk ontwikkeld, en nog altijd is niet alles ontrafeld. We weten wel dat bij chronische pijn gedachten, gevoelens, levenscontext en herinneringen de pijn mee bepalen. Ze zorgen ervoor dat signalen in je lichaam die niet meer belangrijk zijn toch versterkt worden tot bewuste pijn. Als je hem wilt behandelen, moet je niet naar de plek van de pijn kijken, maar de hele context meenemen. Waar worstelen mensen mee? Waar lopen ze vast op het werk? Groeien de zorgen om een ziek kind of om de gasfactuur hen boven het hoofd? Het kunnen allemaal triggers zijn voor pijnklachten. Ik kan me voorstellen dat mensen daar niet zo veel zin in hebben en liever pijnstillers krijgen?Vermeulen: Een pil werkt sneller dan tien therapiesessies, maar is niet de oplossing. Tijd is een ondergewaardeerd aspect van een genezingsproces. Dat toont voor mij de absurditeit aan van ons samenlevingsmodel en de gezondheidszorg. Als arts word je betaald per prestatie. Hoe meer patiënten je ziet, hoe meer je verdient. Wie in vijf minuten een röntgenfoto neemt van een schouderblad, krijgt daarvoor een grotere vergoeding dan een arts die een uur de tijd neemt om een patiënt uit te leggen waarom een foto geen zin heeft. Omgekeerd voelen patiënten dat ze vastzitten in situaties die niet gezond voor hen zijn. Als je om de veertien dagen migraineaanvallen hebt omdat je job te zwaar weegt of omdat de zorgen voor een chronisch ziek kind op je drukken, dan is het makkelijker de juiste pil te slikken dan de oorzaken aan te pakken. Dan zoeken mensen wel naar een manier om ermee om te gaan. In het boek hebt u het over 'herinneringsreacties'. Onbewust opgeslagen herinneringen kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van chronische pijn.Vermeulen: Vroeger dacht men dat bepaalde zones in de hersenen een rol speelden bij pijn, maar we weten ondertussen dat alle zones kunnen meespelen en dat er andere zones actief zijn bij acute of bij chronische pijn. Ook onbewust opgeslagen herinneringen, trauma's, beangstigende ervaringen of aanhoudende fysieke en mentale belasting kunnen een pijnreactie uitlokken. We zien dat vaak bij mensen van veertig à vijftig jaar die schijnbaar vanuit het niets aanhoudende pijnklachten ontwikkelen zonder dat er op scanners enig letsel zichtbaar is. Ook dat is een opvallend cijfer in het boek: bij amper 5 procent van de mensen met aanhoudende lagerugpijn is op de scanner aantoonbare weefselschade te zien.Vermeulen: Inderdaad, meestal zien we alleen normale verouderingsprocessen die de pijn niet verklaren. Toch is lagerugpijn een van de belangrijkste chronischepijnproblemen. Ook hier speelt het emotionele aspect een grote rol. Wie pijn heeft, loopt uiteraard niet breedlachend rond, maar ontwikkelt angst voor de pijn. Mensen vermijden activiteiten, zetten hun sociale leven op een laag pitje. Ze isoleren zich steeds meer en zo belanden ze in een vicieuze cirkel van pijn. Want bewegen, ontmoetingen en gesprekken met anderen stimuleren net de aanmaak van de natuurlijke pijnstillers in ons lichaam. Serotonine en oxytocine verzachten de pijn, terwijl mensen die in eenzaamheid vervallen sneller chronischepijnklachten ontwikkelen. Het goede nieuws is: we kunnen ons zenuwstelsel trainen.Vermeulen: Ons autonome zenuwstelsel bestaat uit het orthosympatische zenuwstelsel, dat reageert op gevaar of stressituaties, en het parasympatische, dat zorgt voor rust en herstel. In onze samenleving worden we niet langer opgejaagd door wilde dieren, maar er cirkelen voortdurend stressfactoren om ons heen, waardoor mensen niet meer aan ontspanning toe komen. Chronische stress kan leiden tot chronische pijn. Het is moeilijk grip te krijgen op die stressreacties, want ze gebeuren automatisch. Het enige waar we controle over hebben, is onze ademhaling, en die vormt de toegangspoort tot het parasympatische zenuwstelsel. Als we rustiger ademen, volgt de rest vanzelf. Onze spieren ontspannen, onze hartslag vertraagt, onze bloeddruk daalt. Tegelijkertijd wijst u erop dat pijnverlichting goed is, maar onvoldoende zolang de samenleving een ratrace in stand houdt.Vermeulen: Pijn vertelt niet alleen iets over de mens die lijdt, maar ook over onze samenleving. Mensen met aanhoudende pijnklachten kunnen vaak niet meer mee in de ratrace van het leven, waar we altijd moeten presteren. Als je lichaam je daarin tegenhoudt, dreigt vereenzaming en isolement. Bij de chronische zieken over wie men het nu zo vaak heeft, zitten veel pijnpatiënten. Controleartsen baseren zich op MRI's om te bepalen of een patiënt klaar is om weer aan het werk te gaan. Er is niets te zien, zeggen ze dan, daarmee kun je functioneren. Ik heb het zo vaak zien gebeuren. Mensen die gecrasht zijn omdat ze hun pijn te lang hadden genegeerd, die veel te lang bleven werken, die aangespoord werden om opnieuw aan de slag te gaan maar helemaal verkrampten bij de gedachte dat ze terug moesten naar de situatie die hen ziek had gemaakt. Er is geen ruimte voor aangepast werk, voor een trager hersteltraject. Werkgevers worden niet aangemaand werk te maken van aangepast werk. Het gevolg is dat veel van die mensen om medische redenen ontslagen worden. Mijn boek is een pleidooi voor een samenleving waarin mensen meer op maat een plek kunnen krijgen en waarin we de economie plooien naar de mens en niet omgekeerd. Daarom engageer ik me als arts ook politiek, voor de PVDA. U werkt in de praktijken van Geneeskunde voor het Volk. Bent u huisarts geworden vanuit het verlangen mensen te helpen? Vermeulen: Het sociale en het wetenschappelijke hebben me altijd geboeid. Ik vind het nog altijd fascinerend hoe ons menselijk functioneren in elkaar zit, hoe lichaam en geest op elkaar inwerken, maar ik heb ook altijd het verlangen gehad met die kennis mensen vooruit te helpen en te ondersteunen. Toen ik voor geneeskunde koos, wist ik dat ik huisarts zou worden. Het gekke was dat in die jaren de huisartsenopleiding het etiket van 'vuilnisbak' droeg. Alleen wie niet de vereiste resultaten behaalde om te specialiseren, werd huisarts. Ook dat zegt iets over onze prestatiesamenleving. Gelukkig is dat veranderd. De huisarts wordt nu gezien als een sleutelfiguur binnen de gezondheidszorg. We staan ook het dichtst bij de mensen. Zeker in de praktijken van Geneeskunde voor het Volk. Dan kies je er bewust voor om te leven tussen je patiënten, om hun noden en behoeften te voelen en ook te delen. U hebt lange tijd in Molenbeek gewoond en gewerkt, ook toen de aanslagen van 22 maart 2016 plaatsvonden. Hoe was het om de vertrouwenspersoon van de buurt te zijn? Vermeulen: Salah Abdeslam woonde bij ons om de hoek. Ik kende hem niet, maar zijn familie wel. Als wijkbewoner heb ik gemerkt hoe we allemaal een label kregen opgeplakt, hoe onze buurt plots werd uitgeroepen tot hotspot van het terrorisme. Voor de bewoners was het een traumatische ervaring. Ze voelden zich geviseerd omdat ze moslim waren, en tegelijkertijd waren ze bang dat hun kinderen zouden radicaliseren. Daar zijn de zaden geplant van de pijngroepen die ik nu nog begeleid. Heel snel merkten we dat individuele gesprekken niet volstonden, dat het een trauma van de wijk was en dat we het collectief moesten bespreken. We brachten mensen samen, ze deelden hun ervaringen, herkenden elkaars angsten, waardoor ze steun bij elkaar vonden. In de pijngroepen gebeurt iets soortgelijks. Mensen voelen zich gezien en erkend in hun leed. U schrijft dat uw werk met de pijngroepen u nog een ander inzicht heeft verschaft: dat mensen liever steun geven dan er te krijgen. Vermeulen: Dirk Van Duppen, die Geneeskunde voor het Volk en Geneeskunde voor de Derde Wereld mee oprichtte en vorig jaar is overleden, was mijn stagebegeleider. Hij stimuleerde me om in Molenbeek de praktijk van Geneeskunde voor het Volk op te richten. Hij was ook de man die er rotsvast van overtuigd was dat de mens eerder een samenwerker is dan een competitiebeest. Ik zie in de pijngroepen voortdurend hoe mensen elkaar overladen met tips om de pijn draaglijk te maken of te verminderen. Als ik dan vraag of ze dat advies ook zelf toepassen, halen ze meestal de schouders op. We voelen ons beter als we anderen kunnen helpen. We zijn sociale wezens. Onze spiegelneuronen, onze hormonen, ons zenuwstelsel is gericht op anderen. We betekenen meer in onze relatie met anderen dan als individu. U ziet de pijn van uw patiënten, u analyseert de maatschappelijke tekorten die aan de basis daarvan liggen. Hoe komt u zelf nog tot rust? Vermeulen: Iedereen in de zorg staat al veel te lang op de toppen van zijn tenen. In woonzorgcentra wordt met net genoeg mensen gewerkt, waardoor niemand durft of kan uitvallen, want dan belast je jouw collega's met je vermoeidheid. Ik heb het zelf ervaren. De praktijk in Molenbeek is heel snel gegroeid. In 2013 is het me te veel geworden. De combinatie van arts, van actievoerder voor een andere samenleving die niet ziek maakt, van partijlid, van moeder van vier opgroeiende kinderen. De nood is altijd hoog en dan ga je over je grenzen, vanuit je engagement. Hoe merkte u dat het te veel werd? Vermeulen: Ik bleef me lang een superwoman voelen, tot ik merkte dat ik mezelf niet meer was. Ik draaide lange dagen maar was niet geconcentreerd, ik begon zaken te vergeten, ik sliep slecht, ik was kortaf tegen mensen in mijn omgeving. Als je dan het lijstje afvinkt, weet je wel dat het de symptomen van een burn-out zijn. Pas toen een collega me zei dat ik meteen moest stoppen, heb ik geluisterd. Zijn artsen de koppigste patiënten? Vermeulen:Ik wist wel dat het vijf over twaalf was, maar je wilt anderen niet tot last zijn. Het is moeilijk om toe te geven dat het niet meer gaat. Die eerste week thuis was een gevecht met mezelf. Wat zat ik daar te doen? Gelukkig ben ik goed begeleid, door Dokters voor Dokters. Zij bieden zorg aan zorgverleners. Had u pijn? Vermeulen: Hoofdpijn, ja, en spierklachten. Ik legde de link met de stress die ik in mijn lichaam had opgebouwd. Mijn taak was duidelijk: werken aan mezelf, een nieuwe balans vinden en goed nadenken over wat ik wel en niet meer wilde doen. Na mijn herstelperiode heeft mijn therapieopleiding me een goede uitweg geboden. Voor een stuk was ik vastgelopen op het gevoel dat ik tekortschoot in de omkadering van chronischepijnpatiënten. Maar ik heb ook geleerd de signalen van mijn eigen lichaam niet te negeren. Vroeger ging ik er los over. Als ik nu hoofdpijn heb na een lange dag werken, probeer ik na te gaan waar ik over de schreef ben gegaan. Hebt u ondertussen manieren gevonden om tot rust te komen?Vermeulen: We zijn van Molenbeek naar Vilvoorde verhuisd. Drie keer per week fiets ik naar Hoboken, waar ik in een praktijk werk. Het is een heerlijke tocht, door de natuur, met mijn favoriete muziek in mijn oren. Want daarover hebben we het nog niet gehad: hoe bewegen het beste medicijn is. Ook als je pijn hebt. Bewegen brengt mensen tot leven.