Vlinks
Vlinks
Vlinks streeft naar een sociaal, rechtvaardig en inclusief Vlaanderen met maximale autonomie.
Opinie

26/01/19 om 15:21 - Bijgewerkt op 27/01/19 om 10:35

'Huidige identitaire heropleving is een zoveelste openbaring van een diepgewortelde menselijke tekortkoming'

Ludo Abicht en Tom Garcia van Vlinks staan stil bij de honderdste verjaardag van de oprichting van de Volkenbond, en het ontbreken van de gelijkheid van rassen in het document. Ze roepen op om lessen te trekken uit de geschiedenis.

'Huidige identitaire heropleving is een zoveelste openbaring van een diepgewortelde menselijke tekortkoming'

De Japanse delegatie op de Vredesconferentie van Versailles, 1919. De Japanners ijveren tevergeefs voor de opname van een verbod op rassendiscriminatie in de statuten van de Volkenbond. © Library of Congress, Washington DC

De herdenking van de Eerste Wereldoorlog mag dan al voorbij zijn, enkele zeer belangrijke gebeurtenissen in de jaren erna verdienen ook best wat aandacht. Te meer daar ze, 100 jaar later nog altijd actueel zijn. Neem nu de notie van gelijk(waardig)heid van alle mensen, een kwestie waar we al die tijd mee zijn blijven worstelen en die verschillende, vaak afschuwelijke gedaantes aannam en nu opnieuw in het centrum van het maatschappelijke debat staat onder de noemer 'identitair'.

De verschrikkingen van de Groote Oorlog bracht de wereldleiders tot het inzicht dat er iets moest gebeuren opdat zulke gruweldaden zich nooit meer zouden herhalen. 'Ik beloof u dat dit de laatste oorlog zal zijn, de oorlog die een eind maakt aan alle oorlogen', sprak de toenmalige Amerikaanse president Woodrow Wilson en hij lanceerde zijn intussen beroemde Veertien Punten, waarin hij onder meer pleitte voor zelfbeschikkingsrecht der volken en voor een organisatie die instond voor de territoriale onschendbaarheid en politieke onafhankelijkheid van grote en kleine landen.

Delen

Huidige identitaire heropleving is een zoveelste openbaring van een diepgewortelde menselijke tekortkoming.

Het voorstel om een verbondschap van landen op te richten, werd opgenomen in het Verdrag van Versailles en de Volkenbond werd in de steigers gezet. Ondanks de nobele gedachte die eraan ten grondslag lag, liep de oprichting van die Volkenbond niet van een leien dakje en kwamen toch een paar bedenkelijke zaken naar boven. In het nummer van januari 2019 van het politiek-culturele maandblad 'Le Monde Diplomatique' verscheen een verbijsterend én verhelderend artikel van de Japanse historica Matsunuma Miho onder de titel: 'Et la SDN rejeta l'égalité des races' (En de Volkenbond verwierp de gelijkheid der rassen).

Het is om te beginnen verbijsterend, omdat de Volkenbond in 1919 expliciet werd opgericht om voortaan alle oorlogen te vermijden. De viertalige eis aan de voet van de Ijzertoren (Nooit meer oorlog!) vat de humanistische maar utopische wensdroom van deze internationale organisatie samen. Men mocht ervan uitgaan dat de gelijkwaardigheid van al de volkeren die nog maar net moeizaam de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog begonnen te verwerken, één van de basisprincipes van de nieuwe, vreedzame en rechtvaardige wereldorde zou worden, maar dat blijkt helemaal niet het geval te zijn geweest.

We weten reeds lang dat de bijzonder zware strafmaatregelen tegen Duitsland dat 'onvoorwaardelijk' had moeten capituleren een propagandistisch godsgeschenk geweest zijn voor Hitler en zijn geestgenoten, maar wat we in dit artikel lezen gaat in feite nog veel verder dan het begrijpelijke maar niet erg wijze ressentiment tegen een verslagen vijand. Hier gaat het in feite om de aanpak van de diepere oorzaken van dit conflict, of op zijn minst om een internationaal gedeelde ideologie die een dergelijke waanzin en moordpartij had mogelijk gemaakt.

Dat maakt dit artikel meteen ook verhelderend: de Japanse delegatie had namelijk voorgesteld aan de preambule van de slotverklaring de volgende zin toe te voegen: 'De aanvaarding van het principe van de gelijkheid van de naties en de correcte behandeling van hun burgers.'

Niets leek méér aan de geest van de stichtingsvergadering te beantwoorden. En toch. Landen als Italië en Frankrijk gingen akkoord, maar de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië stemden tegen. Elk hadden ze zo hun redenen. In de VS waren het vooral de Zuiderse staten, waar de samenleving nog zo goed als geheel gesegregeerd was, die zich verzetten tegen het voor hen onzinnige idee van rassengelijkheid. President Wilson wist dat de staten in het Zuiden zich fors zouden verzetten en hij had hun stemmen nodig voor de ratificatie van het verdrag over 'zijn' Volkenbond. Hij zocht naar een compromis, maar tevergeefs: de Amerikaanse senaat weigerde het verdrag te ratificeren en de Verenigde Staten werden nooit lid van de Volkenbond.

Groot-Brittannië raakte in de knoop met de leden van haar Gemenebest. Landen als Canada, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en vooral Australië verzetten zich radicaal tegen het voorstel van de Japanners. Zuid-Afrika hield heel erg vast aan haar politiek van Apartheid en wilde niets weten van rassengelijkheid. In Australië kwam de druk vanuit de toen erg sterke en invloedrijke vakbonden. Zij beschermden hun arbeidsmarkt rigoureus en zagen in de verklaring rond rassengelijkheid vooral een vrijgeleide voor Japanners en andere Aziaten om naar Australië te migreren. Daarnaast heerste er sinds 1901 de 'Immigration Resriction Act', beter bekend als de 'White Australia Policy', die migranten van niet-Europese origine, en dan vooral Aziatische, de toegang tot het land verbood.

De verklaringen van de Australische premier William Morris Hugues op de bespreking van het verdrag en het voorstel van rassengelijkheid, maakten dat zeer duidelijk:

'Het is niet dat we ze (de Japanners, nvdr) als minderwaardig beschouwen, maar doodeenvoudig dat we er geen willen. Economisch zijn het storende factoren, omdat ze lonen aanvaarden die diep onder het minimum liggen waarvoor onze medeburgers willen werken. Het is van geen belang dat ze zich goed in ons volk integreren. We willen niet dat ze onze vrouwen kunnen huwen.'

Uiteindelijk werd het voorstel, ondanks een meerderheid aan stemmen, alsnog van tafel geveegd omdat het te controversieel was en het slagen van de Volkenbond te zeer zou compromitteren. Achteraf is echter gebleken dat net deze onderhuidse racistische en discriminatoire houding de bom onder de Volkenbond zouden zijn.

Delen

Het is goed om de geschiedenis te kennen, willen we voorkomen dat dat onvermogen opnieuw uitmondt in gruwelijke wandaden.

Lessen trekken uit de geschiedenis

Dat racisme kwam overigens niet uit het niets. Na eeuwen van ontdekkingsreizen en kolonisatie werd vlijtig gezocht naar een 'ordening' van de mensheid. In 1853-1855 had de Franse diplomaat en rassentheoreticus Arthur de Gobineau zijn ophefmakend essay over de ongelijkheid van de menselijke rassen gepubliceerd en daarmee als het ware een wetenschappelijk gefundeerd racisme geïntroduceerd. Zijn inzichten en uitspraken waren nog heel actueel in de polemieken en propagandaschriften in de woelige periode vóór het begin van de Grote Oorlog. Ook bij het toenemende antisemitisme uit het laatste kwart van de negentiende eeuw werden vergelijkbare argumenten gebruikt om Joden weg te zetten als economische roofdieren en seksuele rivalen van de beschaafde en redelijke niet-Joodse (of Arische) burgerij. De zaden van dit christelijk en blank racisme hadden in 1914 al zo diep wortel geschoten dat ze ook na de oorlog rustig konden voortwoekeren, met een trieste climax tijdens de nazi-overheersing.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de rassengelijkheid uiteindelijk wel opgenomen in de Universele Rechten van de Mens, maar het is niet omdat ze op papier stond dat ze ook in de realiteit bestond. In de VS duurde de segregatie nog verder tot de jaren 1960. In Australië zou de White Australia Policy pas in de jaren 1970 verdwijnen en in Zuid-Afrika bleef de Apartheid van kracht tot aan 1990. En zelfs na de revoltes van de Burgerrechtenbewegingen van de jaren 60 en 70 is de rassengelijkheid nog altijd een betwist begrip.

De huidige identitaire heropleving is dus geenszins een nieuw fenomeen maar een zoveelste lelijke openbaring van een diepgewortelde menselijke tekortkoming, namelijk het onvermogen om de eigen soort als gelijke te zien, ongeacht huidskleur, fysieke kenmerken, afkomst of geloof. Het identitaire denken bestaat evenwel ook op links, en ontspoort daar soms ook. Het is goed om de geschiedenis te kennen, willen we voorkomen dat dat onvermogen opnieuw uitmondt in gruwelijke wandaden. Met de wijsheid maar niet met de onschuld van de later geborenen moeten wij kunnen zeggen dat wij dergelijke redeneringen over vreemdelingen, migranten, andersgelovigen enzovoort al vele keren eerder gehoord en gelezen hebben en dat we lessen willen trekken uit onze geschiedenis.

Ludo Abicht en Tom Garcia zijn kernlid bij Vlinks.