In afwachting van de nieuwe Vlaamse regering buigt een bijzondere commissie zich over een waslijst vragen aan de ontslagnemende regering. An Moerenhout (Groen) en Hannelore Goeman (SP.A) mochten de spits afbijten met vragen over de financiëe problemen rond het sociaal tolken. Wie in Vlaanderen hulp zoekt, en niet of onvoldoende Nederlands spreekt, kan worden bijgestaan door een sociaal tolk. Die komt dan ter plekke, maar vaker wordt er via de telefoon getolkt. Maar midden september bleek het geld voor dat sociaal tolken op. De overheid plande ook geen extra financiering. De Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) trokken aan de alarmbel. Moerenhout en Goeman wilden van minister-president Homans weten waarom de overheid geen middelen bijpast voor het sociaal tolken.

Minister Homans weerlegde dat zij zelf de financiering had stopgezet. Zij verwees naar een samenwerkingsovereenkomst tussen het Agentschap Inburgering en Integratie en het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. In het verleden zijn er vanuit dat departement middelen bijgepast. 'Nu is ervoor geopteerd om dat niet te doen. Als u daarover vragen hebt, moet u bij minister van Welzijn Jo Vandeurzen zijn', klonk het. Homans voegde er nog aan toe dat ze het sociaal tolken een belangrijk instrument vindt, maar dat het gaat om een 'tijdelijk instrument'. 'Ik begrijp niet waarom een migrant van de tweede of derde generatie nog een beroep zou doen op een tolk', aldus Homans. 'Het snel aanleren van de taal is de goedkoopste en meest efficiënte manier om te integreren'.

Moerenhout en Goeman waren niet onverdeeld gelukkig met dat antwoord van de N-VA-minister. Zij blijven erop aandringen dat de overheid de middelen bijpast. 'U komt ook met een nieuwe visie op sociaal tolken. U noemt het nu een tijdelijke maatregel. Zo is het sociaal tolken nog nooit omschreven', aldus Moerenhout. Goeman van haar kant hekelde het 'rondje zwartepieten'. 'Dat lost niets op op het terrein. Er moet een oplossing komen. De organisaties moeten hun werk kunnen voortzetten'.