De Europese lidstaten moeten tegen eind deze maand hun begrotingsplannen in het kader van het stabiliteitsprogramma voor 2021-2024 indienen bij de Europese Commissie. In normale omstandigheden moeten de lidstaten streven naar een staatsschuld onder de 60 procent van het bruto binnenlands product en een tekort van maximaal 3 procent van het bbp. Landen die daar niet aan geraken, moeten elk jaar een structurele verbetering van zeker 0,5 procent van het bbp doen. Voor België is dat zelfs 0,6 procent, omdat ons land een hoge staatsschuld torst. Door de coronapandemie is van die normale omstandigheden al een hele tijd geen sprake meer. De Europese Commissie liet de rigide begrotingsdiscipline voor de lidstaten dan ook - tijdelijk - los. Toch raadt de Commissie ons land aan om al werk te maken van structurele verbeteringen. Dat moet de staatsschuld, die eind vorig jaar al opliep tot bijna 115 procent van het bbp, onder controle houden. De Afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid van Hoge Raad van Financiën volgt die aanbeveling in een advies aan de regering, dat maandagavond gepubliceerd werd. Concreet adviseert de HRF om vanaf volgend jaar al structurele inspanningen te doen, "teneinde de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid niet verder te ondermijnen", klinkt het. Concreet stelt de Hoge Raad twee trajecten voor. In het minst strenge van de twee is sprake van een verbetering van het structureel begrotingstekort van de Belgische overheden - dat dit jaar 5,3 procent zou bedragen - met 1 procentpunt van het bbp in 2022. De verwachte stopzetting van de steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis zou al 0,7 procentpunt daarvan moeten opleveren, verwacht de HRF. Daarnaast voorziet het soepelste traject in tijdelijke en gerichte steun voor bepaalde sectoren in 2022, ter waarde van 0,3 procent van het bbp. Die investeringen moeten vermijden dat economische heropleving meteen in de kiem wordt gesmoord. Vanaf 2023 moet die steun volgens de HRF weer worden stopgezet en moet er weer worden aangeknoopt met de jaarlijkse verbetering van 0,6 procentpunt van het bbp. Het strengere traject vraagt in 2022 een structurele verbetering van het begrotingstekort met 1,3 procentpunt van het bbp, 0,3 procentpunt meer dan in het eerste traject dus. Voor beide pistes stelt de Hoge Raad voor dat de federale overheid 75 procent van de inspanning levert. De deelstaten nemen dan het overige kwart voor hun rekening. Federaal staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) wil "de budgettaire uitdaging aangaan, ondanks de moeilijke omstandigheden", zegt ze. De federale regering besliste al om jaarlijks een structurele inspanning van 0,2 procent van het bbp te doen, en de meest recente economische prognoses stellen dat het mogelijk moet zijn om daar vanaf volgend jaar nog eens 0,3 procentpunt bij te doen, brengt ze in herinnering. Maar De Bleeker kijkt ook naar de deelstaten. "De 0,6 procent verbetering is niet alleen de verantwoordelijkheid van de federale overheid", klinkt het. De staatssecretaris kan zich in elk geval vinden in de verdeelsleutel die de Hoge Raad voorstelt en wil daarover het debat aangaan met de deelstaten, zegt ze. De Bleeker pleit in elk geval voor een gezamenlijk begrotingstraject: de voorbije jaren werden de begrotingsinspanningen tussen de verschillende regeringen niet meer op elkaar afgestemd, wat telkens resulteerde in een vingertik van de Europese Commissie. (Belga)

De Europese lidstaten moeten tegen eind deze maand hun begrotingsplannen in het kader van het stabiliteitsprogramma voor 2021-2024 indienen bij de Europese Commissie. In normale omstandigheden moeten de lidstaten streven naar een staatsschuld onder de 60 procent van het bruto binnenlands product en een tekort van maximaal 3 procent van het bbp. Landen die daar niet aan geraken, moeten elk jaar een structurele verbetering van zeker 0,5 procent van het bbp doen. Voor België is dat zelfs 0,6 procent, omdat ons land een hoge staatsschuld torst. Door de coronapandemie is van die normale omstandigheden al een hele tijd geen sprake meer. De Europese Commissie liet de rigide begrotingsdiscipline voor de lidstaten dan ook - tijdelijk - los. Toch raadt de Commissie ons land aan om al werk te maken van structurele verbeteringen. Dat moet de staatsschuld, die eind vorig jaar al opliep tot bijna 115 procent van het bbp, onder controle houden. De Afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid van Hoge Raad van Financiën volgt die aanbeveling in een advies aan de regering, dat maandagavond gepubliceerd werd. Concreet adviseert de HRF om vanaf volgend jaar al structurele inspanningen te doen, "teneinde de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid niet verder te ondermijnen", klinkt het. Concreet stelt de Hoge Raad twee trajecten voor. In het minst strenge van de twee is sprake van een verbetering van het structureel begrotingstekort van de Belgische overheden - dat dit jaar 5,3 procent zou bedragen - met 1 procentpunt van het bbp in 2022. De verwachte stopzetting van de steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis zou al 0,7 procentpunt daarvan moeten opleveren, verwacht de HRF. Daarnaast voorziet het soepelste traject in tijdelijke en gerichte steun voor bepaalde sectoren in 2022, ter waarde van 0,3 procent van het bbp. Die investeringen moeten vermijden dat economische heropleving meteen in de kiem wordt gesmoord. Vanaf 2023 moet die steun volgens de HRF weer worden stopgezet en moet er weer worden aangeknoopt met de jaarlijkse verbetering van 0,6 procentpunt van het bbp. Het strengere traject vraagt in 2022 een structurele verbetering van het begrotingstekort met 1,3 procentpunt van het bbp, 0,3 procentpunt meer dan in het eerste traject dus. Voor beide pistes stelt de Hoge Raad voor dat de federale overheid 75 procent van de inspanning levert. De deelstaten nemen dan het overige kwart voor hun rekening. Federaal staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) wil "de budgettaire uitdaging aangaan, ondanks de moeilijke omstandigheden", zegt ze. De federale regering besliste al om jaarlijks een structurele inspanning van 0,2 procent van het bbp te doen, en de meest recente economische prognoses stellen dat het mogelijk moet zijn om daar vanaf volgend jaar nog eens 0,3 procentpunt bij te doen, brengt ze in herinnering. Maar De Bleeker kijkt ook naar de deelstaten. "De 0,6 procent verbetering is niet alleen de verantwoordelijkheid van de federale overheid", klinkt het. De staatssecretaris kan zich in elk geval vinden in de verdeelsleutel die de Hoge Raad voorstelt en wil daarover het debat aangaan met de deelstaten, zegt ze. De Bleeker pleit in elk geval voor een gezamenlijk begrotingstraject: de voorbije jaren werden de begrotingsinspanningen tussen de verschillende regeringen niet meer op elkaar afgestemd, wat telkens resulteerde in een vingertik van de Europese Commissie. (Belga)