De chef van de drugssectie van de Antwerpse politie Manolo Tersago, en drugsprocureur Ken Witpas vertelden afgelopen weekend in dS Weekend over hun ongelijke strijd tegen de cocaïnemaffia in Antwerpen. De centrale boodschap leest ondertussen als een bekende slogan: 'Winnen kun je de war on drugs niet, maar je kunt het criminelen moeilijk maken.' Die slogan roept schijnbaar nog weinig weerstand op bij burgers en bij de media. Het eerste deel van die slogan wordt pijnlijk duidelijk in het artikel: de middelen van de criminelen zijn onuitputtelijk, ze vergaren steeds meer rijkdom, passen hun werkwijzen aldoor aan, en slagen er altijd weer in de juiste mensen in de haven te corrumperen of voor hen te doen werken. De opdrachtgevers worden zelden gepakt, en het drugsgeld wordt naar het buitenland versast. Het is dus eerlijker om toe te geven dat we de war on drugs met dramatische cijfers verliezen.

Hoelang nog blijven we de slogans over de 'war on drugs' kritiekloos slikken?

Na 7 jaar herinvoering van de war on drugs (en grote investeringen met belastinggeld en extra manschappen) is dit de tussenbalans:

  • Het aanbod van coke is zelden groter geweest, de zuiverheid van het goedje ongekend hoog, de maffia bepaalt gewiekst het prijsniveau op straat, de opdrachtgevers blijven ongenaakbaar;
  • We slagen er in om 1% van de verdachte containers te controleren, en wat gepakt wordt, is een fractie van de aanvoer.
  • Het screenen van al wie in de haven rondloopt is onbetaalbaar, en wat je ook verder bedenkt: het is sowieso moeilijk te detecteren wie in zijn normale legale functie in de haven iets illegaals doet;..
  • De stad kende een golf van aanslagen, maar de daders blijven vaak onvindbaar.

Nee ok, winnen kunnen we niet, maar 'je kunt het de criminelen moeilijk maken' . Dat is deel 2 van de ondertussen klassieke slogan. Niet dat ik ondertussen de indruk heb dat de criminelen het écht moeilijk hebben gekregen.

En dan volgt zoals steeds de volgende stap in de escalerende oorlog: we moeten meer manschappen in de strijd kunnen gooien, we moeten makkelijker gegevens kunnen uitwisselen, en wettelijke barrières voor meer doortastend bestuurlijk handhaven slopen. Ook die formule werd in het verleden al meermaals heruitgevonden.

De uitbreiding van bijzondere politietechnieken met het oog op een efficiëntere drugsbestrijding leidt doorgaans tot een uitholling van de grondrechten de burger, en niet zelden ook tot ontsporing bij individuele politiemensen (zitten de zaak-François, de IRT-affaire in Nederland en de zaak-Reyniers nog in het collectief geheugen?). Hoeveel financiële middelen en uitzonderlijke politiebevoegdheden denkt men nodig te hebben om Antwerpen echt onpopulair te maken bij de drugscriminelen?

Wie de economische mechanismen van drugsmarkten ten volle begrijpt -de illegaliteit is net de belangrijkste pushfactor voor de drugscriminelen -, weet simpelweg dat die oorlog nooit zal worden gewonnen, ongeacht de middelen die een overheid kan vrijmaken en hoe ongelimiteerd ook de politionele bevoegdheden. In Latijns-Amerikaanse landen werden gigantische budgetten en militaire oorlogstactieken ingezet - de politie kon en kan er in de drugsoorlog doen wat ze maar wil - en ziedaar het resultaat. Ook de 'we zullen ze in hun portefeuille raken'-retoriek bleek er zo hol als een leeg vat.

Ondertussen pleiten de heren Tersago en Witpas voor meer investeringen in preventie en drughulpverlening. We horen het ze graag zeggen - in tegenstelling tot de war on drugs zijn het strategieën waarvan wetenschappelijke evaluaties steevast hebben aangetoond dat ze écht werken, en dus wél winst opleveren - maar de realiteit is anders. Wat wegvloeit in repressieve strategieën zonder noemenswaardig effect op de drugsmarkten, kan natuurlijk niet in preventie of hulp worden gestoken. In België gaat ongeveer 70% van de middelen van ons drugbeleid naar repressie, 25% naar hulpverlening en 5% naar preventie en harm reduction. We verspillen dus niet alleen gigantisch veel overheidsmiddelen, de repressieve politiek ondergraaft ook het werk van preventiewerkers en drughulpverleners. In andere landen staan steeds meer politiemensen op met de boodschap dat hun jarenlange ervaring hen heeft geleerd dat de war on drugs niet werkt, en dat ook zij vinden dat de samenleving toe is aan een grondig debat over de grondslagen van het drugsbeleid. In België zijn zulke stemmen schaars, wellicht omdat politie- en douanemensen en magistraten die de dogma's van de huidige aanpak in vraag willen stellen, subtiel of minder subtiel aangemaand worden tot stilte.

Wie écht overtuigd is dat het veelkoppige monster van het cokeprobleem in Antwerpen moet worden bedwongen, kan niet eindeloos blijven geloven in een discours dat zich steevast door de werkelijke vaststellingen doorprikt ziet. Wie oprecht zoekt naar efficiëntie, kan een honderd jaar oud recept dat nog nooit zijn nut heft bewezen, moeilijk blijven verdedigen. Wie écht wil winnen, moet beginnen met het herlezen van de aanbevelingen van de parlementaire werkgroep Minne-Vandeurzen van 1996. En vervolgens de politici van dit land aanzetten om het Belgische drugsbeleid te moderniseren en te hertekenen op basis van de huidige wetenschappelijke inzichten en internationale trends.

Tom Decorte is hoogleraar criminologie en lid van het burgercollectief Smart on Drugs.