Neem nu het pamflet dat sp.a enkele dagen geleden op twitter postte. Daarin bedankt men de regering uit naam van de leerkracht, brandweer, politie en postbode voor hun inzet "door aan hun pensioen te zitten". De slogan was daarbij: "langer werken voor minder pensioen met deze regering".

Door de opsomming van die specifieke beroepen kan iemand die wat kennis heeft van pensioenwetgeving afleiden dat sp.a verwijst naar de afschaffing van de zogenaamde voordelige tantièmes. Het gaat hier om een structurele hervorming die de regering recent herbevestigde nadat ze al in het regeerakkoord verscheen.

Meer dan de helft van het personeel van de openbare sector heeft zo'n voordelig tantième (of loopbaanbreuk) voor het pensioen. De toekenning van dit voordeel is historisch gegroeid en uit de lijst met betrokken beroepen, valt af te leiden dat het voordeel verkregen werd omdat men destijds vond dat het om een zwaar beroep ging.

'Hoe wrang misschien ook: verlenging van loopbaan gaat betrokkenen juist méér pensioen opleveren'

Het normale tantième in de openbare sector is 1/60. Hiermee bereikt men na 45 jaar werken een volledig pensioen, net als in de privé-sector. Dit geldt in de regel voor ambtenaren die een kantoorjob hebben. Ze kunnen vanaf 2019 met pensioen wanneer ze 63 jaar zijn en een loopbaan van 42 jaar aantonen.

De regering Di Rupo maakte al komaf met de meest voordelige tantièmes. De tijd waarin rechters na 22,5 jaar een volledig pensioen konden krijgen was daarmee bijvoorbeeld definitief voorbij. Toch bleef voor het betrokken personeel een voordeliger systeem behouden. In plaats van 45 jaar, moet de overgrote meerderheid van hen 37,5 jaar werken voor een volledig pensioen. Het onderwijs behield zijn regeling en kreeg nog steeds na 41,5 jaar een maximumpensioen.

Iemand met een voordeliger tantième mag vroeger op pensioen. Een loopbaanjaar weegt zwaarder door dan in de algemene regeling. Wegens een groter gewicht van het loopbaanjaar in de berekening kan men na ongeveer 40 jaar arbeid op vervroegd pensioen, in plaats van na 42 jaar, zoals algemeen gebruikelijk is.

Ook het pensioenbedrag wordt erdoor beïnvloed. Na een kortere loopbaan ontvangt men hetzelfde pensioen, waardoor meer personeelsleden erin slagen het maximumpensioen te behalen.

Deze uitzonderingsregimes worden inderdaad afgebouwd. Iedereen zal 45 jaar moeten werken voor een maximumpensioen. En iedereen krijgt het recht om vervroegd uit te treden na 42 jaar loopbaan, gecombineerd met een leeftijd van 63 jaar. De loopbaan wordt dus (soms drastisch) verlengd.

Dit is voor het betrokken personeel vaak pijnlijk. Er moet begrip zijn voor wie dacht bijna op pensioen te gaan en wiens persoonlijke levensplanning hierdoor doorkruist wordt. Wie in 2019 met pensioen wilde gaan zal immers geconfronteerd worden met deze wijziging.

Bovendien wordt het uitstel van het pensioen door deze maatregel versterkt door een andere beslissing, namelijk het niet meer meetellen van de studiejaren in de vereiste 42 jaar voor het pensioen. Ook dat besliste de regering gisteren. Daardoor moeten ambtenaren nog langer werken. Voor de verloren studiejaren kunnen ze een eigen bijdrage betalen om ze nog te doen meetellen voor het pensioenbedrag. Dat niemand dus nog komt zeggen dat de ambtenarenpensioenen niet hervormd worden.

De oppositie heeft hiermee munitie genoeg om de regering te beschieten. Voor mij primeert wel het waarheidsgehalte van de argumenten waarmee men dat doet. Niet omdat de regering niet tegen een stootje kan. Wel omdat de burger recht heeft op correcte informatie.

"Langer werken voor minder pensioen", dixit het sp.a-pamflet: niets is minder waar. Langer werken, ja. Minder pensioen: integendeel! Hoe wrang misschien ook; de verlenging van de loopbaan gaat de betrokkenen juist méér pensioen opleveren. Door de wijze waarop de tantièmes worden afgeschaft, zal de loopbaan immers langer worden, maar wordt het pensioenbedrag de komende jaren amper geraakt.

Hetzelfde geldt voor de afschaffing van het gratis meetellen van de studiejaren voor het pensioen. Men zal er geleidelijk aan langer door moeten werken, maar de impact op het pensioenbedrag blijft globaal positief. Ruwe berekeningen wijzen uit dat een regent uit het onderwijs die in 2025 60 jaar wordt, na al deze hervormingen een hoger pensioen zal hebben dan voor de hervormingen die sinds de regering-Di Rupo in gang werden gezet.

Neem nu het pamflet dat sp.a enkele dagen geleden op twitter postte. Daarin bedankt men de regering uit naam van de leerkracht, brandweer, politie en postbode voor hun inzet "door aan hun pensioen te zitten". De slogan was daarbij: "langer werken voor minder pensioen met deze regering".Door de opsomming van die specifieke beroepen kan iemand die wat kennis heeft van pensioenwetgeving afleiden dat sp.a verwijst naar de afschaffing van de zogenaamde voordelige tantièmes. Het gaat hier om een structurele hervorming die de regering recent herbevestigde nadat ze al in het regeerakkoord verscheen.Meer dan de helft van het personeel van de openbare sector heeft zo'n voordelig tantième (of loopbaanbreuk) voor het pensioen. De toekenning van dit voordeel is historisch gegroeid en uit de lijst met betrokken beroepen, valt af te leiden dat het voordeel verkregen werd omdat men destijds vond dat het om een zwaar beroep ging. Het normale tantième in de openbare sector is 1/60. Hiermee bereikt men na 45 jaar werken een volledig pensioen, net als in de privé-sector. Dit geldt in de regel voor ambtenaren die een kantoorjob hebben. Ze kunnen vanaf 2019 met pensioen wanneer ze 63 jaar zijn en een loopbaan van 42 jaar aantonen.De regering Di Rupo maakte al komaf met de meest voordelige tantièmes. De tijd waarin rechters na 22,5 jaar een volledig pensioen konden krijgen was daarmee bijvoorbeeld definitief voorbij. Toch bleef voor het betrokken personeel een voordeliger systeem behouden. In plaats van 45 jaar, moet de overgrote meerderheid van hen 37,5 jaar werken voor een volledig pensioen. Het onderwijs behield zijn regeling en kreeg nog steeds na 41,5 jaar een maximumpensioen.Iemand met een voordeliger tantième mag vroeger op pensioen. Een loopbaanjaar weegt zwaarder door dan in de algemene regeling. Wegens een groter gewicht van het loopbaanjaar in de berekening kan men na ongeveer 40 jaar arbeid op vervroegd pensioen, in plaats van na 42 jaar, zoals algemeen gebruikelijk is. Ook het pensioenbedrag wordt erdoor beïnvloed. Na een kortere loopbaan ontvangt men hetzelfde pensioen, waardoor meer personeelsleden erin slagen het maximumpensioen te behalen.Deze uitzonderingsregimes worden inderdaad afgebouwd. Iedereen zal 45 jaar moeten werken voor een maximumpensioen. En iedereen krijgt het recht om vervroegd uit te treden na 42 jaar loopbaan, gecombineerd met een leeftijd van 63 jaar. De loopbaan wordt dus (soms drastisch) verlengd.Dit is voor het betrokken personeel vaak pijnlijk. Er moet begrip zijn voor wie dacht bijna op pensioen te gaan en wiens persoonlijke levensplanning hierdoor doorkruist wordt. Wie in 2019 met pensioen wilde gaan zal immers geconfronteerd worden met deze wijziging.Bovendien wordt het uitstel van het pensioen door deze maatregel versterkt door een andere beslissing, namelijk het niet meer meetellen van de studiejaren in de vereiste 42 jaar voor het pensioen. Ook dat besliste de regering gisteren. Daardoor moeten ambtenaren nog langer werken. Voor de verloren studiejaren kunnen ze een eigen bijdrage betalen om ze nog te doen meetellen voor het pensioenbedrag. Dat niemand dus nog komt zeggen dat de ambtenarenpensioenen niet hervormd worden. De oppositie heeft hiermee munitie genoeg om de regering te beschieten. Voor mij primeert wel het waarheidsgehalte van de argumenten waarmee men dat doet. Niet omdat de regering niet tegen een stootje kan. Wel omdat de burger recht heeft op correcte informatie. "Langer werken voor minder pensioen", dixit het sp.a-pamflet: niets is minder waar. Langer werken, ja. Minder pensioen: integendeel! Hoe wrang misschien ook; de verlenging van de loopbaan gaat de betrokkenen juist méér pensioen opleveren. Door de wijze waarop de tantièmes worden afgeschaft, zal de loopbaan immers langer worden, maar wordt het pensioenbedrag de komende jaren amper geraakt.Hetzelfde geldt voor de afschaffing van het gratis meetellen van de studiejaren voor het pensioen. Men zal er geleidelijk aan langer door moeten werken, maar de impact op het pensioenbedrag blijft globaal positief. Ruwe berekeningen wijzen uit dat een regent uit het onderwijs die in 2025 60 jaar wordt, na al deze hervormingen een hoger pensioen zal hebben dan voor de hervormingen die sinds de regering-Di Rupo in gang werden gezet.