Of de Corona-jaren een waar kantelpunt zullen worden, blijft voorlopig koffiedik kijken. Aan een gebrek aan signalen zal het niet liggen. Het IPCC-rapport bracht deze (nogmaals) bijzonder helder deze week, maar ook in de praktijk wordt de klimaatcrisis met elk seizoen tastbaarder. En ondertussen toonde het virus meer dan ooit de limieten van ons kapitalistisch systeem aan. Dat er mazen in het neoliberale net zijn, was al lang duidelijk, maar nu kwamen er ook gaten in het systeem. Plots moest de overheid niet enkel de uitzonderingen, maar zowat iedereen - van de individuele medewerker tot de grote multinational - opvangen.

Hoe slagkrachtig zijn we als burgers nog na corona?

Toch lijkt het vaak alsof de vele prikkels weinig noemenswaardige veranderingen opleveren. Waar mogelijk regeert de status quo meer dan ooit. Zo bleven bepaalde sectoren woekerwinsten draaien zonder enige blijk of verplichting tot solidariteit en vonden miljardairs het opportuun om zichzelf in het midden van een globale crisis uit grootheidswaan in de stratosfeer te schieten. In mijn eigen stad Antwerpen waagt INEOS weer zijn kans, wordt Oosterweel zonder enig voortschrijdend inzicht gegraven en ziet de luchthaven van Deurne de toekomst rooskleurig tegemoet.

Eén ding is me wel duidelijk na de afgelopen jaren. De switch zal er niet komen zonder actief burgerschap. Meer dan ooit zullen burgers hun stem moeten laten horen als maatschappelijke tegengewicht en katalysator voor verandering. Het is net die stem die echt gefnuikt is tijdens deze gezondheidscrisis.

Corona tastte het sociale weefsel aan

Daar maak ik me echt zorgen over. Er zijn twee tendensen die een structurele impact hadden op de collectieve slagkracht van de burger. Ten eerste is het sociale weefsel stevig aangetast door de corona-maatregelen, en daarnaast heeft het klassieke middenveld - zonder kwade bedoelingen - zich geheroriënteerd, weg van de burger.

De analyse van het sociale weefsel is de meest evidente. Het is logisch dat het recht van vrijheid van vergadering zich het afgelopen jaar grotendeels verhuisde van live naar online. Iedereen voelde echter aan dat terwijl je in theorie nog elke avond met de hele wereld in een Zoomsessie kon kruipen, er in de praktijk weinig energie en fut was om ook na de (digitale) werkuren jezelf te kluisteren voor je computerscherm. Digitale sessies hadden dan wel het voordeel dat je met een muisklik aanwezig kon zijn, maar met eenzelfde klik was je ook weer weg. Veel organisaties plooiden zich structureel terug op hun harde kern van werknemers en vrijwilligers. De spontane instroom van nieuwe mensen droogde op en geëngageerden in de periferie sijpelden geruisloos weg. Burgerbewegingen die niet op een professionele omkadering konden rekenen, verdwenen helemaal van de radar. De klimaatjongeren zijn daar misschien wel het meest sprekende voorbeeld van.

En hoewel we misschien meer deelden dan ooit tevoren, viel het sociale aspect, dat zo belangrijk is voor verbinding en duurzaam activisme, al helemaal weg. Het trekt tot op vandaag ook maar traag terug op gang. Het voelt nog altijd wat raar aan om af te spreken buiten de vertrouwde vriendenkring. Dat jaar bubbelen heeft toch voor een zekere sociale terughoudendheid gezorgd. Het toont aan dat er een heel traject nodig is om die cohesie terug te brengen. Bovendien heeft het sociale isolement ook vrij spel gegeven aan fake news en een versnelde radicalisering omdat het tegengif - dialoog en ontmoeting - verdween van het speelveld.

Er is dus een enorme taak weggelegd voor organisaties en besturen om naast de economische relance ook ervoor te zorgen dat je sociale weefsel zich kan herstellen door toevallige ontmoetingen en de uitwisseling van ideeën en plannen een kans te geven.

Is er nog een tegengeluid

Een tweede effect van de corona-crisis is minder zichtbaar. Dat is de shift in de werking van het professionele middenveld. Terwijl de opportuniteiten voor ledenwerking ingeperkt werden, gingen de deuren naar de politiek open. Meer dan ooit waren kabinetten en ministers, schepenen en beleidsvoerders toegankelijk. Online vergaderen creëerde tijdswinst in de agenda's en nam drempels weg om contact te leggen rond beleidsbeslissingen. Dat is uiteraard een positieve evolutie. Meer overleg en luisterbereidheid bij het opmaken van wetgeving en beleidsnota's is immers een vraag die al lang leeft bij heel veel klassieke middenveldorganisaties.

Maar er is ook een verdoken kost. Die nauwere betrokkenheid depolitiseert voor een deel de werking van het middenveld. Wanneer inspraak en participatie oprecht en goed gebeurt, worden belangengroepen vaak ook mede-eigenaar en soms verdediger van het beleid. Daardoor realiseer je uiteraard concrete stappen, maar valt de urgentie om actief en luid een tegengeluid te organiseren vaak weg. De focus om actief burgers te mobiliseren, te activeren en te betrekken is immers minder urgent.

Vaak leunen burgers die zaken willen opstarten of aankaarten, echter op de expertise en het netwerk van dat middenveld. Het is belangrijk dat ze daar een luisterend oor vinden en de kans krijgen om met de gevraagde ondersteuning zaken te lanceren. Die symbiose is cruciaal om de stem van de burger te laten horen.

Stilte voor de burgerstorm

Op enkele uitzonderingen na was het de afgelopen 18 maanden bijzonder stil in de straten van dit land. Het terrein heeft dus lang braak gelegen, maar braakland is vaak ook vruchtbare grond. Stilaan merk je dat er terug zaken beginnen te bloeien. De maatregelen laten weer meer toe en zo bracht bijvoorbeeld het dossier rond de PFOS-vervuiling burgers terug op de straat. Met de ondersteuning van het middenveld kristalliseert het zich zelfs stilaan in een nieuwe stem op het terrein: Grondrecht. Ook de klimaatjongeren roeren zich stilaan weer. Hopelijk kunnen ook zij rekenen op brede steun vanuit het middenveld om zich opnieuw op de kaart te zetten dit najaar.

Toch mogen kleine successen ons niet blind maken voor de immense impact die corona gehad heeft op de stem van de burger. Mensen snakken naar ontmoeting, zingeving en impact. Dat is zeker. De lessen uit het corona-isolement liggen nog vers in het geheugen en dus is de richting duidelijk. We hebben nood aan meer groene ruimte en meer sociale verbinding in een maatschappij die weerbaar, zorgzaam en solidair is. In dat brede speelveld kan iedereen zijn steentje bijdragen. Dus laat die nieuwe burgerbewegingen maar als paddenstoelen uit de grond schieten. Laten we ze ook - waar nodig - ondersteunen vanuit de politiek en het middenveld, want ze gaan een cruciale partner zijn om de koers fundamenteel te wijzigen.

Of de Corona-jaren een waar kantelpunt zullen worden, blijft voorlopig koffiedik kijken. Aan een gebrek aan signalen zal het niet liggen. Het IPCC-rapport bracht deze (nogmaals) bijzonder helder deze week, maar ook in de praktijk wordt de klimaatcrisis met elk seizoen tastbaarder. En ondertussen toonde het virus meer dan ooit de limieten van ons kapitalistisch systeem aan. Dat er mazen in het neoliberale net zijn, was al lang duidelijk, maar nu kwamen er ook gaten in het systeem. Plots moest de overheid niet enkel de uitzonderingen, maar zowat iedereen - van de individuele medewerker tot de grote multinational - opvangen.Toch lijkt het vaak alsof de vele prikkels weinig noemenswaardige veranderingen opleveren. Waar mogelijk regeert de status quo meer dan ooit. Zo bleven bepaalde sectoren woekerwinsten draaien zonder enige blijk of verplichting tot solidariteit en vonden miljardairs het opportuun om zichzelf in het midden van een globale crisis uit grootheidswaan in de stratosfeer te schieten. In mijn eigen stad Antwerpen waagt INEOS weer zijn kans, wordt Oosterweel zonder enig voortschrijdend inzicht gegraven en ziet de luchthaven van Deurne de toekomst rooskleurig tegemoet.Eén ding is me wel duidelijk na de afgelopen jaren. De switch zal er niet komen zonder actief burgerschap. Meer dan ooit zullen burgers hun stem moeten laten horen als maatschappelijke tegengewicht en katalysator voor verandering. Het is net die stem die echt gefnuikt is tijdens deze gezondheidscrisis.Daar maak ik me echt zorgen over. Er zijn twee tendensen die een structurele impact hadden op de collectieve slagkracht van de burger. Ten eerste is het sociale weefsel stevig aangetast door de corona-maatregelen, en daarnaast heeft het klassieke middenveld - zonder kwade bedoelingen - zich geheroriënteerd, weg van de burger.De analyse van het sociale weefsel is de meest evidente. Het is logisch dat het recht van vrijheid van vergadering zich het afgelopen jaar grotendeels verhuisde van live naar online. Iedereen voelde echter aan dat terwijl je in theorie nog elke avond met de hele wereld in een Zoomsessie kon kruipen, er in de praktijk weinig energie en fut was om ook na de (digitale) werkuren jezelf te kluisteren voor je computerscherm. Digitale sessies hadden dan wel het voordeel dat je met een muisklik aanwezig kon zijn, maar met eenzelfde klik was je ook weer weg. Veel organisaties plooiden zich structureel terug op hun harde kern van werknemers en vrijwilligers. De spontane instroom van nieuwe mensen droogde op en geëngageerden in de periferie sijpelden geruisloos weg. Burgerbewegingen die niet op een professionele omkadering konden rekenen, verdwenen helemaal van de radar. De klimaatjongeren zijn daar misschien wel het meest sprekende voorbeeld van.En hoewel we misschien meer deelden dan ooit tevoren, viel het sociale aspect, dat zo belangrijk is voor verbinding en duurzaam activisme, al helemaal weg. Het trekt tot op vandaag ook maar traag terug op gang. Het voelt nog altijd wat raar aan om af te spreken buiten de vertrouwde vriendenkring. Dat jaar bubbelen heeft toch voor een zekere sociale terughoudendheid gezorgd. Het toont aan dat er een heel traject nodig is om die cohesie terug te brengen. Bovendien heeft het sociale isolement ook vrij spel gegeven aan fake news en een versnelde radicalisering omdat het tegengif - dialoog en ontmoeting - verdween van het speelveld.Er is dus een enorme taak weggelegd voor organisaties en besturen om naast de economische relance ook ervoor te zorgen dat je sociale weefsel zich kan herstellen door toevallige ontmoetingen en de uitwisseling van ideeën en plannen een kans te geven.Een tweede effect van de corona-crisis is minder zichtbaar. Dat is de shift in de werking van het professionele middenveld. Terwijl de opportuniteiten voor ledenwerking ingeperkt werden, gingen de deuren naar de politiek open. Meer dan ooit waren kabinetten en ministers, schepenen en beleidsvoerders toegankelijk. Online vergaderen creëerde tijdswinst in de agenda's en nam drempels weg om contact te leggen rond beleidsbeslissingen. Dat is uiteraard een positieve evolutie. Meer overleg en luisterbereidheid bij het opmaken van wetgeving en beleidsnota's is immers een vraag die al lang leeft bij heel veel klassieke middenveldorganisaties.Maar er is ook een verdoken kost. Die nauwere betrokkenheid depolitiseert voor een deel de werking van het middenveld. Wanneer inspraak en participatie oprecht en goed gebeurt, worden belangengroepen vaak ook mede-eigenaar en soms verdediger van het beleid. Daardoor realiseer je uiteraard concrete stappen, maar valt de urgentie om actief en luid een tegengeluid te organiseren vaak weg. De focus om actief burgers te mobiliseren, te activeren en te betrekken is immers minder urgent.Vaak leunen burgers die zaken willen opstarten of aankaarten, echter op de expertise en het netwerk van dat middenveld. Het is belangrijk dat ze daar een luisterend oor vinden en de kans krijgen om met de gevraagde ondersteuning zaken te lanceren. Die symbiose is cruciaal om de stem van de burger te laten horen.Op enkele uitzonderingen na was het de afgelopen 18 maanden bijzonder stil in de straten van dit land. Het terrein heeft dus lang braak gelegen, maar braakland is vaak ook vruchtbare grond. Stilaan merk je dat er terug zaken beginnen te bloeien. De maatregelen laten weer meer toe en zo bracht bijvoorbeeld het dossier rond de PFOS-vervuiling burgers terug op de straat. Met de ondersteuning van het middenveld kristalliseert het zich zelfs stilaan in een nieuwe stem op het terrein: Grondrecht. Ook de klimaatjongeren roeren zich stilaan weer. Hopelijk kunnen ook zij rekenen op brede steun vanuit het middenveld om zich opnieuw op de kaart te zetten dit najaar.Toch mogen kleine successen ons niet blind maken voor de immense impact die corona gehad heeft op de stem van de burger. Mensen snakken naar ontmoeting, zingeving en impact. Dat is zeker. De lessen uit het corona-isolement liggen nog vers in het geheugen en dus is de richting duidelijk. We hebben nood aan meer groene ruimte en meer sociale verbinding in een maatschappij die weerbaar, zorgzaam en solidair is. In dat brede speelveld kan iedereen zijn steentje bijdragen. Dus laat die nieuwe burgerbewegingen maar als paddenstoelen uit de grond schieten. Laten we ze ook - waar nodig - ondersteunen vanuit de politiek en het middenveld, want ze gaan een cruciale partner zijn om de koers fundamenteel te wijzigen.