Het is maar één van de vele recente voorbeelden: een krantenfoto van de initiatiefnemers van het protest tegen de cruiseterminal in de Antwerpse haven. Vanop de balustrade kijken ze met zichtbare verstomming toe hoe hun gemeenteraad omgaat met de spreektijd die Groen hen aangeboden heeft. Hun beleefde en geïnformeerde speech wordt straal genegeerd onder boertig gegniffel en actieve desinteresse. We zouden eventueel kunnen bedenken dat de actievoerders een beetje naïef waren. Dachten ze nu echt dat zetelende politici door hun tekst plots wel het licht zouden zien? Of dat beleidsbeslissingen in plenaire vergadering genomen worden in plaats van bedisseld in wandelgangen en restaurants? Dat is allemaal mogelijk. Maar dat neemt de kern van de zaak en de verstomming niet weg.

Voor een welwillend mens valt immers niet te vatten dat de stad die met zoveel bombarie en cameracontroles een lage-emissiezone voor auto's afdwingt, in diezelfde zone een terminal aanlegt voor giga-cruiseschepen, die elk evenveel uitstoten als 1.000.000 wagens. En dat de schepen nota bene voor hun brandstof flink gesubsidieerd worden. Op Terzake stelde de verantwoordelijke schepen van mobiliteit de onthutste burger gerust: de Scheldewind blaast de uitstoot van die schepen vanzelf wel weg. Het leek te veel op een persconferentie in het huidige Witte Huis om niet van je sokken geblazen te zijn. Misschien was het daarom wel dat de journalist nauwelijks weerwerk bood. Wat zegt een mens na zoiets zonder onbeleefd over te komen?

De spreidstand is hoe langer hoe ondraaglijker. Enerzijds durven zelfs klimaatwetenschappers nog nauwelijks expliciet praten over de huiveringwekkende verwachtingen voor de komende decennia (!). Anderzijds is er het front van gezapige tot neerbuigende reacties vanwege politici, bedrijfsleiders en klimaatontkennende opiniemakers (al dan niet door lobby's betaald) in praatprogramma's en opiniestukken. Enerzijds lezen we artikels over de luttele vijf jaar die we nog hebben om héél krachtig en beslist het roer radicaal om te gooien. Anderzijds lezen we hoe die wetenschap tot nog toe geen noemenswaardige politieke impact heeft. Het journaal wordt weer zoals tevoren gevuld met ruzies over topjobs in Europa en met nationale regeringsvormingen die gegijzeld worden door de weerzin van links en rechts om samen zorg te dragen voor de wereld.

Hoe lang durven we nog rustig te blijven onder de klimaatontkenning?

Het mag duidelijk zijn: de klimaatprotesten, tot nog toe nauwelijks stouter dan een halve dag per week spijbelen of een paar dagen per jaar staken, maken geen enkel tastbaar verschil. Iets meer klauwen en tanden zijn te bespeuren bij bezorgde burgers die zich verenigen om tegen de klimaatontduikende overheden een rechtszaak aan te spannen. Maar dat gaat bijzonder traag en politici putten zich voorlopig vooral uit in verklaringen dat ze zeker niet onder de indruk zullen zijn van zulke dagvaardingen.

En ook dat valt steeds meer op als we naar de buis kijken: het gevoel van absolute veiligheid waarmee de neerbuigende reacties geëtaleerd worden. Alsof de monkelende ontkenner zelf echt niets zou kunnen overkomen. De superrijken die wel in het snotje hebben wat er aan de hand is, bouwen voor zichzelf en hun intimi bunkers om de nakende apocalyps (even) te overleven. Maar geen enkele politicus hier hoort tot dat selecte groepje. Charles Michels pasgeboren baby heeft dus echt niet meer kans om een rijpe leeftijd te halen dan mijn kleuters.

Nu is dat inderdaad een bekend psychisch verschijnsel: wie meer dan gemiddeld veel macht, aanzien en/of geld heeft, voelt zich zodanig veilig dat het nagenoeg onmogelijk wordt om nog empathie op te brengen voor de noodlijdenden. Wie denkt dat hij zijn schaapjes op het droge heeft, verliest vanzelf een gevoel van hoogdringendheid over de wanhoop van anderen. Wanneer mensen met grote verantwoordelijkheid te veel geld in handen krijgen, levert dat dus immense maatschappelijk moeilijkheden op. Dat is op zich al een breed, doorgedreven en dringend debat waard.

De klimaatprotesten, tot nog toe nauwelijks stouter dan een halve dag per week spijbelen, maken geen enkel tastbaar verschil.

Maar er is nog een andere vals gevoel van veiligheid. Het verbaast me hoe gerust de klimaatontkenners lijken te zijn tegenover de smeulende woede die ze genereren bij wie zich (terecht) verre van veilig voelt. Het is vandaag de vraag van één miljoen: wat volgt er na de teleurstelling na teleurstelling na teleurstelling over het feit dat klimaatprotesten die de regels van het fatsoen, de democratie en de rechtstaat netjes eerbiedigen geen ander resultaat behalen dan hoongelach vanop de zitjes van de raden van bestuur, volksvertegenwoordigingen en duidingsprogramma's? De klimaatsusser kan zich wel hullen met de air van een realistisch staatsman, maar net zijn onaangeraakt zijn wekt de indruk dat we met aartsgevaarlijke dwaasheid te maken hebben. Het gegniffel kan misschien rustig klinken, maar het is een gebaar van een stuitend gebrek aan fatsoen. Een daad van ongekende agressiviteit. Hoe reageer je daarop? Wat volgt?

De vraag stellen is op zich al sinister. Want in welke richting kàn het protest nog uitgaan als de reacties zo doorgaan? De positie van de negationistische elite lijkt ondertussen wel heel erg op die van een oorlogsmisdadiger net voor hij voor het hof in Den Haag wordt gesleept. Of realistischer: de klimaatontkennende elite heeft alle trekken van het gniffelende ancien régime net voor het losbarsten van de Franse Revolutie en haar lynchpartijen. Welke politicus, CEO of opiniemaker die nu nog de schouders ophaalt bij de allergrootste ramp die de mensheid ooit heeft moeten trotseren, durft nog er nog zeker van te zijn dat zijn medeplichtigheid aan de ecocide hem niet tot één van de eerste slachtoffers zal maken van een overkokende volkswoede?

Het is een akelige gedachte. Want laten we een kat een kat noemen: de uitbarsting van klimaat-terrorisme zou een ramp zijn. Ik hoop met elke vezel in mijn lichaam dat het niet zover komt. Het klimaat zou er niet wel bij varen, aangezien de elites meteen nog meer zullen inzetten op de bescherming van de allerrijksten en de 99 procent nog meer opsluiten in een veiligheidsstaat die het lak heeft aan het klimaat. We redden de 1 procent, meer is niet klimaatrealistisch.

De uitbarsting van klimaat-terrorisme zou een ramp zijn

Er is maar één kans om de beide wereldrampen te vermijden: door hier en nu een radicaal beleid te ontvouwen dat massaal inzet op de redding van onze biosfeer. Door volmondig te erkennen dat onze relatie met de hyperfragiele biosfeer in ernstige problemen verkeert. Dat alles op het spel staat. Alles waarvan we houden. Alles waarvoor we staan. Of we nu links, rechts, progressief of conservatief zijn. Als we al een toekomst hebben, zullen alleen zij die op dit beslissende moment op beslissende wijze tot deze omwenteling hebben bijgedragen een eervolle vermelding krijgen in de geschiedenisboeken. De rest wordt vergeten, gedagvaard of erger. Alle eer zal gaan naar die figuren die ons hebben doen inzien dat onze stad, ons land en onze aarde ons levende bestaansgrond vormen. Dat ze geen wegwerpproducten zijn die ingewisseld kunnen worden als ze stuk zijn, maar onvervangbare grond van ons bestaan vormen. Er is geen alternatief.