's Ochtends zet ik de radio aan en hoor over noodtoestanden, hier en elders in de wereld. Waartoe dient zulke gruwel? 'La condition humaine est absurde' - het menselijk lot is absurd. Die ervaring tekent de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960). Bij het absurde ervaar je een diepe kloof tussen wat je zelf verlangt en de wereld, die je daarin teleurstelt. Je wilt een verklaring voor lijden en onrecht. Maar je hoort alleen stilte. Die kloof tussen verlangen en ontoereikendheid loopt door het bestaan.
...

's Ochtends zet ik de radio aan en hoor over noodtoestanden, hier en elders in de wereld. Waartoe dient zulke gruwel? 'La condition humaine est absurde' - het menselijk lot is absurd. Die ervaring tekent de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960). Bij het absurde ervaar je een diepe kloof tussen wat je zelf verlangt en de wereld, die je daarin teleurstelt. Je wilt een verklaring voor lijden en onrecht. Maar je hoort alleen stilte. Die kloof tussen verlangen en ontoereikendheid loopt door het bestaan. 'Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet.' Zo opent Camus' L'Étranger. Meursault, de verteller, begraaft zijn moeder, begint een affaire met een vrouw, vermoordt een Arabier op het strand, wordt opgesloten en ter dood veroordeeld. Hij protesteert alleen wanneer een priester hem de biecht wil afnemen. Meursault is de moderne mens voor wie het dagelijkse leven toevallig en absurd is. Niets kan die absurditeit opheffen. De meeste mensen leven alsof ze de zinloosheid van het bestaan kunnen ontkennen, maar de ervaring doorbreekt die zelfbegoocheling. Elders schrijft Camus dat zelfmoord het enige ernstige filosofische probleem is. In de revolte vindt de schrijver een antwoord op het absurde. Camus had het over 'revolte', maar hij kantte zich tegen revolutie. Want revolutie eindigt onvermijdelijk in terreur. Zo distantieert hij zich van zijn marxistische tijdgenoten, zoals Jean-Paul Sartre. Zij beschouwen de (gewelddadige) revolutie als een noodzakelijke etappe naar een betere wereld. Camus' idee van revolte vertrekt daarentegen helemaal niet van evolutie in de geschiedenis, de mensheid is niet op weg naar een heilzame toekomst. De revolte is een veel persoonlijkere ervaring, zoals een anekdote over zijn vader toont. Tijdens de oorlog zag zijn vader in het Atlasgebergte de verminkte lijken van twee Franse soldaten liggen. Het is oorlog, de vijand schuwt geen middelen, zegt een andere Franse soldaat. Camus' vader 'schreeuwde als in een vlaag van razende waanzin': ' Non, un homme, ça s'empêche': 'Nee, een mens die houdt fatsoen.' Bedaard mompelde hij: 'Ik ben arm, ik kom uit een weeshuis, ze sleuren me de oorlog in, maar ik hou fatsoen.' Je hoeft niet gestudeerd te hebben om haat en wraak af te wijzen. Elke mens kan die waardigheid, die zin voor maat in zichzelf ontdekken. Hij heeft geen kantiaanse morele imperatief, geen God nodig. J e me révolte, donc nous sommes', noteert Camus. 'Ik kom in opstand, dus wij zijn': de revolte biedt de opening naar de anderen, naar het universele. Ze verzet zich tegen het onrecht en de stilte van de wereld, maar opent zich voor de schoonheid en het goede. Zelfs al heeft de wereld geen zin die haar overstijgt, toch getuigt iets in ons van een liefde voor de wereld. Die liefde geeft waardigheid. Ze betekent dat je geeft zonder de hoop iets terug te krijgen. Daarvoor verwijst Camus naar de mythische figuur Sisyphus. Hij is gedoemd om dezelfde steen altijd opnieuw bergop te duwen. Zodra hij boven is, rolt de steen terug naar beneden. De opdracht is absurd en zinloos, maar Sisyphus laat zich niet ontmoedigen: 'De strijd op zichzelf tegen de top is voldoende om het hart van een mens te vullen. We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.' Het leven, de opstand en de vrijheid zo sterk mogelijk ondervinden, dat is zo intens mogelijk leven. Ik zet de radio uit en kijk door het raam naar het park. De wind waait door de kruinen. Ik denk aan Camus' beschrijving van die liefde voor de wereld: als de intense beleving van schoonheid van de bomen, de lucht, de zon. Bieden zijn teksten een antwoord op de ellende buiten mij, op de vertwijfeling in mij? Toch wel. Al overheerst een gevoel van broosheid. Ook dat past bij Camus: elke kwetsbare mens weet dat hij spoedig zal verdwijnen.