Wanneer Christophe Heyns voor de vierde keer die dag de zogenoemde 'verticale kilometer van Coo' naar boven is gelopen, op een steile heuvelflank recht tegenover het pretpark Plopsa Coo, krijgt hij niet de tijd om even op adem te komen. De 46-jarige Limburger, laborant in een betoncentrale, is hier om hoogtemeters op te doen; hij draagt trailschoenen en een loopuitrusting, heeft skistokken in de hand en straalt ondanks de inspanning rust uit. Open blik, evenwichtig lichaam: een wandelend skelet is hij allerminst.
...

Wanneer Christophe Heyns voor de vierde keer die dag de zogenoemde 'verticale kilometer van Coo' naar boven is gelopen, op een steile heuvelflank recht tegenover het pretpark Plopsa Coo, krijgt hij niet de tijd om even op adem te komen. De 46-jarige Limburger, laborant in een betoncentrale, is hier om hoogtemeters op te doen; hij draagt trailschoenen en een loopuitrusting, heeft skistokken in de hand en straalt ondanks de inspanning rust uit. Open blik, evenwichtig lichaam: een wandelend skelet is hij allerminst. Op de top van de heuvel wordt hij aangesproken door drie dertigers met elk een waterzak op de rug. Ze hebben hun lus van 40 kilometer langs Trois-Ponts, Stavelot en Stoumont bijna afgerond. Meer dan vier uur bevinden ze zich nu al in de bossen; weg van het verkeer, weg van het asfalt en de beschaving. Van al dat hardlopen zijn ze nieuwsgierig geworden. 'Loop je lang?' vragen ze. 'Altijd maar langer en langer', antwoordt Heyns. 'Zes jaar geleden ben ik begonnen: ik was het fietsen op de weg moe en wilde meer de natuur in. Stap voor stap heb ik mijn conditie opgeschroefd. Nu doe ik alleen nog maar aan ultralopen. Vorig jaar heb ik deelgenomen aan een wedstrijd van 310 kilometer in Zwitserland. En omdat ik op het punt ben aanbeland dat dat niet meer genoeg is, heb ik de week erna nog eens 100 kilometer gelopen in de Franse Pyreneeën. Gewoon zalig.' De jongens worden nog stiller dan ze al waren na de beklimming van zojuist. Is deze man gek? Of brengt hij hen net op ideeën? 'Ultralopen is in de eerste plaats een zoektocht naar jezelf', zegt Heyns. 'Als je tien uur aan het lopen bent, leer je jezelf pas echt goed kennen. Je voelt je eigen lichaam zoals je het nooit eerder hebt gevoeld, mentaal kom je op onbekend terrein. Vermoeidheid, slaaptekort, pijn: je moet er allemaal mee om leren gaan. Maar zodra dat je lukt, kun je alles aan.' In de ogen van de jongens gaan na die laatste zin lichtjes branden. Wie weet kunnen zij ook ooit zulke afstanden aan? Een van die jongens ben ik. Opgezweept door de Netflix- documentaire over The Barkley Marathons, een van de zwaarste en meest mythische loopwedstrijden ter wereld, en enkele inspirerende boeken over ultralopen (zie kader) waag ik me aan almaar langere afstanden. 30, 40, een keer zelfs 50 kilometer. Allemaal op stille, onverharde paden in het bos of door de velden. Traillopen heet zoiets. Of ultralopen, zodra je de marathonkaap van de 42,195 kilometer bereikt. Overal ter wereld zijn de wedstrijden almaar sneller uitverkocht. In de rekken van de sportwinkels neemt het aanbod waterzakken en trailschoenen opvallend toe. De tijd dat ultralopen iets was voor 'superatleten met een vijs los' lijkt voorbij. Ook de gewone man en vrouw gaan overstag. Maar waarin schuilt de aantrekkingskracht van dat belachelijk lange lopen? Anders gezegd: wat bezielt me? 'De sport is inderdaad ongelooflijk aan het boomen, ook in ons land.' Ik heb Pierre Leclercq aan de lijn. Hij is organisator van de Ultra Trail des Sources, een wedstrijd van 159 kilometer die deze zomer voor het eerst wordt gehouden, in en rond Spa. 'Door de voorzorgsmaatregelen rond corona konden we maar tweehonderd rugnummers ter beschikking stellen, en in een mum van tijd waren die de deur uit.' Nu zowat iedereen wel eens een marathon heeft gelopen, denkt Leclercq, gaan almaar meer mensen op zoek naar nieuwe uitdagingen. In de natuur bovendien, wat een heel andere ervaring met zich meebrengt dan lopen in de binnenstad van New York, Londen of Parijs. 'Bij ultrawedstrijden gaat het niet om wie het snelst kan lopen. Je loopt echt tegen jezelf. Soms kom je urenlang niemand tegen, omdat het deelnemersveld zo verspreid is. Wij hebben een tijdsgrens van 36 uur ingesteld, dan maakt het niemand uit of hij een halfuur meer of minder onderweg is. En voor alle duidelijkheid: elke deelnemer moet een medisch attest kunnen voorleggen.' Het profiel van de deelnemers is vrij divers, vertelt Leclercq nog. Bijna evenveel Walen als Vlamingen, enkele Nederlanders en zelfs een Filipijn, als die tenminste tijdig in ons land raakt. De gemiddelde leeftijd ligt ergens tussen de veertig en de vijftig jaar. 'Er zijn wel minder vrouwen dan verwacht. Normaal gesproken is ultralopen een van de weinige sporten waarin vrouwen geregeld mannen kloppen.' Courtney Dauwalter is zo iemand. De afgelopen jaren won de 35-jarige Amerikaanse, van opleiding lerares biologie, verschillende ultraraces. Het leverde haar een sterrenstatus en een profcontract bij het Franse sportmerk Salomon op. Want ook dat is kenmerkend voor de huidige hausse van de sport: er zijn tot de verbeelding sprekende wedstrijden (de Ultra Trail de Mont Blanc, de Hardrock Hundred, de Badwater Ultramarathon, de Spartathlon), er zijn tijdschriften, documentaires en boeken, er is een almaar bredere laag van vedetten met elk een apart levensverhaal en een flitsende Instagramaccount (Kilian Jornet, Xavier Thevenard, Pau Capell, Ryan Sandes), en er zijn sponsors die een nieuwe markt en dus geld ruiken. ' Worn to be wild' staat er op de zijkant van mijn trailschoenen. Heb ik me door de marketingjongens laten vangen? 'Op de keper beschouwd is ultralopen een goed georganiseerde manier om te doen alsof we nog altijd verbonden zijn met de natuur, voor heel eventjes dan toch', zegt Ignaas Devisch, ethicus en medisch filosoof aan de Universiteit Gent. 'De grote sportmerken hebben ook wel door dat ze nieuwe markten moeten aanspreken, nu ongeveer iedereen een marathon heeft gelopen. En we laten ons er vrij collectief door vangen, vind ik, omdat het natuurlijk zo aantrekkelijk is. "Ik heb alles gegeven, er zit meer in mij dan ik dacht, ik heb mijn grens verlegd": tot op zekere hoogte klinkt dat hele idee zeer goed.' Een vraag waar ik blijf mee zitten: is de ultraloper een oude ziel of een hippe vogel? Interessant is bijvoorbeeld de theorie die de Amerikaanse schrijver Christopher McDougall in zijn bestseller Born to Run uiteenzet: dat we als soort nu eenmaal zijn gemaakt om heel lang heel traag te lopen; zo jaagden we vroeger op prooidieren, we achtervolgden hen tot ze van pure uitputting neervielen. Omdat wij veel beter kunnen zweten en dus afkoelen, wonnen we het altijd van de steenbok of de antilope. 'Ultralopen past in een lange traditie en is tegelijk hyperactueel.' Ik bel met cultuurfilosoof Lieven De Cauter. 'Hoe minder avontuurlijk ons leven, hoe meer vraag naar avontuur', schreef hij in 2009 al in zijn boek Archeologie van de kick: over moderne ervaringshonger. 'Enerzijds zit ultralopen in de hoek van de romantiek, van de natuur, van de hang naar zuiverheid', zegt hij vandaag. 'Anderzijds past de sport niet in de lijn van almaar extremere sporten, van skiën en surfen tot en met skydiven: er komen geen toestellen aan te pas, geen koude machines die ons de snelheid laten voelen. Door de combinatie van extreme zelfdiscipline, een bijna narcistische fixatie op het functioneren van je eigen lichaam, het zoeken naar de pure, niet-gedopeerde prestatie en de hyperindividualiteit is ultralopen zelfs zo hedendaags als maar kan zijn. De ultraloper omhelst perfect de leegte van het moderne leven: verstand op nul en blijven gaan.' Devisch: 'De vraag die elke ultraloper zich volgens mij moet stellen is wat zijn of haar oorspronkelijke motivatie is. Doe je het voor het pure plezier? Om erkenning te krijgen van anderen? Om mee te zijn met een hype? Of om je eigen grenzen te verleggen, waarbij het gevaar bestaat dat je op het einde van de rit altijd ongelukkig bent omdat er telkens weer een nieuwe grens opduikt? Dan zit je toch onvermijdelijk in een logica van opbod.' De Cauter: 'We weten allemaal dat de allereerste marathonloper na zijn boodschap te hebben overgebracht doodviel. Voorbij de marathon gaan is dus altijd een beetje voorbij de doodsgrens gaan. Nec plus ultra. Maar op het moment dat fit zijn een waarde op zich wordt, is er iets loos met een cultuur. Fit zijn is een middel, geen doel op zich.' Devisch: 'De laatste tien, vijftien jaar is er sprake van een echte loophype. Met een marathon kun je je al lang niet meer onderscheiden van de massa. Spontaan denk ik dan aan de Duitse socioloog Norbert Elias en zijn civilisatieproces: als de lagere klassen de manieren van de hogere overnemen, doen de hogere weer iets anders om zich te distantiëren. Verder is er wel iets typisch aan onze tijd, natuurlijk. De Duitse cultuurfilosoof Peter Sloterdijk schreef er al over: Europa is één groot oefenkamp geworden. Iedereen moet zich ergens in bekwamen en almaar meer groeien. We zijn niet meer tevreden met het status quo, we gaan uit van het motto "stilstaan is achteruitgaan". Niet alleen op ons werk, maar ook in ons persoonlijke leven en onze hobby's. Het is nooit genoeg.' De Cauter: 'Ik zie in het ultralopen ook dezelfde cocktail van spiritualiteit en kapitalisme die ik in onze managementcultuur zie. Slow food, slow running, een hang naar vertraging en verdieping, maar wel ontegensprekelijk gerecupereerd door het neoliberalisme.' Devisch: 'Onze samenleving is nu eenmaal zo georganiseerd dat je altijd wordt beloond als je beter, sneller en sterker bent. Je krijgt erkenning, wordt meer betaald, stijgt op de sociale ladder. En als je niet in die logica van opbod wilt of kunt meegaan, word je beschouwd als een loser - alsof je het allemaal niet goed begrepen hebt. We mogen niet onderschatten welk effect die maatschappelijke normering heeft op ons dagelijkse gedrag.' De Cauter: 'Je zou zelfs kunnen zeggen dat het groeiende besef over de klimaatverandering een rol speelt in het succes van ultralopen. Op het moment dat de natuur bedreigd wordt, keert de mens altijd naar de natuur terug. Maar nu ik er zo over nadenk: wat heeft die arme Mont Blanc eraan dat er duizenden mensen rond hem lopen? De ecologische voetafdruk van het ultralopen, met duizenden deelnemers die uit alle continenten worden ingevlogen, is waarschijnlijk onaanvaardbaar hoog. (zwijgt) Bij die gedachte begint mijn maag om te keren.' Met hun kanttekeningen hebben de filosofen me aan het twijfelen gebracht. In mijn ogen was ultralopen tot dusver zoals wandelen, maar dan gewoon een beetje sneller. En wandelen is geen sport, schrijft Frédéric Gros in Wandelen: een filosofische gids: 'De ene voet voor de andere zetten is kinderspel. Als wandelaars elkaar ontmoeten, gaat het niet over uitslagen of cijfers: je zegt langs welke weg je bent gekomen, welk pad een mooier landschap biedt, welk uitzicht je hebt vanaf dat ene voorgebergte.' Maar ineens lijk ik terechtgekomen in een wereld vol materialisme en prestatiezucht, vol uitslagen en tijden, altijd weer die strijd tussen winnaars en verliezers, een hele markt. Wat te doen? Ik zal blijven lopen, geen twijfel mogelijk. Maar dan wel in mijn eentje, zonder skistokken en niet in wedstrijdvorm; geheel in lijn met wat Gros over wandelen schrijft. 'Als je wandelt, is er maar één ding dat telt: de intensiteit van de hemel of de schittering van het landschap. Wandelen is geen sport. Maar als de mens eenmaal overeind is, kan hij niet stil blijven staan.'