Eerder deze week spoorde de Amerikaanse National League of Cities zijn leden aan zich voor te bereiden op de - onvermijdelijke - komst van zelfrijdende auto's. 'Denk aan slimme regelgeving, mobiliseer je inwoners, plan de infrastructuur, zodat je deze evolutie niet mist', stond te lezen in de handleiding die Amerikaanse burgemeesters toegestuurd kregen. Of het nu Google, Tesla, of Uber is, of Ford, GM of Volkswagen, de technologische doorbraak komt er, het is tijd om die uit te rollen in onze steden, was de boodschap.

Zelfrijdende auto's zijn maar één onderdeel van de bredere transitie (sommigen spreken van een 'industriële revolutie') die volop bezig is. Een transitie die niet alleen slaat op hoe we ons voortbewegen, maar ook op hoe we energie verbruiken, ons afval en water beheren en hoe we digitaal communiceren, met elkaar én met objecten uit onze omgeving. Steden lopen hierin voorop. Zij bepalen het tempo, ook in Europa. Eén cijfer: de Europese steden en gemeenten die het Europese Burgemeestersconvenant onderschreven hebben, zullen tegen 2020 hun uitstoot van broeikasgassen met 27% verminderen. Dat is een pak ambitieuzer dan de 20%-doelstelling waartoe de lidstaten zich verbonden hebben.

'Hoe gaan we om met de stille stedelijke revolutie?'

Die ambitie vertaalt zich in concrete maatregelen. Sommige daarvan trekken veel aandacht. Neem nu Londen. Met de invoering van een 'Toxicity Charge (T-charge) van £10 op wagens geregistreerd voor 2006 wordt Londen wereldwijd de eerste Ultra Lage Emissie Zone. Of Parijs, waar vervuilende wagens op weekdagen van 8u tot 20u uit het centrum worden verbannen. Veel minder aandacht gaat naar het toenemend aantal steden die tegen 2025 klimaatneutraal willen worden. Maar het zijn net die steden die zorgen voor een stille revolutie.

Ook in België kiezen steeds meer steden voor duurzaam, 'slim' beleid. Zo trekt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest duidelijk de kaart van een ambitieus Smart City-beleid, met de gelauwerde app "Fix My Street", de ondersteuning aan talloze hackathons (waar IT-programmeurs en de civiele maatschappij elkaar ontmoeten), en een open data-beleid waardoor digitale hubs als Molengeek en Co-station in Brussel als paddenstoelen uit de grond schieten. Dit beleid kan volgens de technologiefederatie Agoria leiden tot 1.500 extra jobs. Daarnaast vergeet het Gewest ook niet diegenen die nog geen toegang hebben tot de digitale wereld met de uitrol van een gratis wifi-netwerk (wifi.brussels) en de ondersteuning aan openbare computerruimtes of laagdrempelige codeerlessen voor kinderen (Coderdojo's en Capital Digital).

Aan Vlaamse kant trekken een aantal voortrekkers-steden, van Roeselare over Gent tot Genk, de stille stedelijke revolutie op gang. Dat er heel wat beweegt wordt deze week, op 4 mei, duidelijk op de ambitieus opgevatte Klimaatdag voor Smart Cities in Antwerpen. Het is een unieke samenwerking tussen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Europese Commissie en andere actoren zoals het Vilvoordse Living Tomorrow/Tomorrowlab. Het event geeft hopelijk een stevige boost aan de Belgische slimme-stedenagenda.

Vijf ideeën voor een slimme steden-agenda

Ten eerste, steek geen energie in het definiëren wat een slimme stad nu precies is of in het bepalen welke stad 'de slimste' is. De meerwaarde van zo'n discussie is beperkt en de kans op consensus onbestaande. Laten we het er gewoon over eens zijn dat 'slim' in elk geval meer is dan 'digitaal' of 'technologisch'.

Ten tweede, 'size matters'. Daarom is het belangrijk dat steden en omliggende gemeenten samen een 'smart cities/smart region'-plan uitwerken. Een mooi voorbeeld vinden we in Nederland. Rotterdam, Den Haag en 21 gemeenten sloegen de handen in elkaar en presenteerden onlangs, als één Metropolitane Regio, een lijvig masterplan met concrete doelstellingen en projecten. Eenvoudig gezegd: het is goedkoper om gezamenlijk emissievrije bussen aan te kopen dan alleen; het is handiger om een oplossing die in een partnerstad is uitgetest over te nemen dan die zelf uit te vinden. Bij ons zijn de provincies, of het gewest, goed geplaatst om een faciliterende rol spelen in het clusteren van gemeenten die willen samenwerken.

Ten derde, sloop de silo's tussen beleidsdomeinen. Het masterplan van Rotterdam-Den Haag heet niet voor niets 'Roadmap Next Economy'. Door te kijken naar de hele economie en te zoeken naar synergieën tussen digitalisering, circulaire economie, waterbeheer, mobiliteit of lokale hernieuwbare energieproductie ontstaan innovatieve oplossingen 'made in Belgium'. We hebben uitstekende kennisinstellingen, zoals VITO en Energyville, om onze steden daarin bij te staan.

Ten vierde, financiering. Toen Belfius in 2014 samen met de Europese Investeringsbank een Smart Cities & Sustainable Development Programme lanceerde, was dat een Europese primeur. Recent trokken beide 400 miljoen euro extra uit voor slimme lokale projecten. Een goede basis om samen met Europa verder werk te maken van investeringsplatformen.

Tot slot, een 'slimme steden'-agenda is een positief verhaal dat mensen mobiliseert, zoals millennials die snakken naar toekomstgerichte projecten. Laat ons dus een draagvlak creëren en ervoor zorgen dat een 'slimme stad' niet iets is dat inwoners 'overkomt' of wordt opgelegd door een lokale overheid, een bedrijf, of een technologie, maar wordt geco-creëerd. De stad wordt steeds meer een faciliator die als gelijke werkt met academia, start-ups, het middenveld en sociale partners.

Pleidooi voor een 'nieuwe stedelijkheid'

Ook politieke partijen bekennen kleur. In november vorig jaar keurde CD&V een reeks voorstellen goed die direct te maken hebben met een slimme-stedenbeleid. Nulemissie voor openbaar vervoer in de stadscentra vanaf 2025 bijvoorbeeld, of het bannen van nieuwe personenwagens op fossiele brandstof vanaf 2030. Tegelijk keurde de partij ook een eigen visie goed op die 'nieuwe stedelijkheid'. Centraal daarin staat de idee dat een 'slimme stad' geen kwestie is van gadgets voor 'digital natives'. Ze zijn geen doel op zich, maar dienen een doel: een grotere betrokkenheid van inwoners met elkaar en met het beleid, meer levenskwaliteit en creativiteit, en een koolstofarme toekomst met meer sociale cohesie en inclusie. Kortom: een 'slimme stad' is een stad op mensenmaat. Heel wat van onze steden zijn er klaar voor, laten we er nu snel werk van maken.

Bianca Debaets is Brussels Staatssecretaris voor Digitalisering. Wim Dries is burgemeester van Genk. Peter Van Kemseke is CD&V-gemeenteraadslid in Vilvoorde en is verantwoordelijk voor 'smart cities' in de Europese Commissie.

Eerder deze week spoorde de Amerikaanse National League of Cities zijn leden aan zich voor te bereiden op de - onvermijdelijke - komst van zelfrijdende auto's. 'Denk aan slimme regelgeving, mobiliseer je inwoners, plan de infrastructuur, zodat je deze evolutie niet mist', stond te lezen in de handleiding die Amerikaanse burgemeesters toegestuurd kregen. Of het nu Google, Tesla, of Uber is, of Ford, GM of Volkswagen, de technologische doorbraak komt er, het is tijd om die uit te rollen in onze steden, was de boodschap.Zelfrijdende auto's zijn maar één onderdeel van de bredere transitie (sommigen spreken van een 'industriële revolutie') die volop bezig is. Een transitie die niet alleen slaat op hoe we ons voortbewegen, maar ook op hoe we energie verbruiken, ons afval en water beheren en hoe we digitaal communiceren, met elkaar én met objecten uit onze omgeving. Steden lopen hierin voorop. Zij bepalen het tempo, ook in Europa. Eén cijfer: de Europese steden en gemeenten die het Europese Burgemeestersconvenant onderschreven hebben, zullen tegen 2020 hun uitstoot van broeikasgassen met 27% verminderen. Dat is een pak ambitieuzer dan de 20%-doelstelling waartoe de lidstaten zich verbonden hebben.Die ambitie vertaalt zich in concrete maatregelen. Sommige daarvan trekken veel aandacht. Neem nu Londen. Met de invoering van een 'Toxicity Charge (T-charge) van £10 op wagens geregistreerd voor 2006 wordt Londen wereldwijd de eerste Ultra Lage Emissie Zone. Of Parijs, waar vervuilende wagens op weekdagen van 8u tot 20u uit het centrum worden verbannen. Veel minder aandacht gaat naar het toenemend aantal steden die tegen 2025 klimaatneutraal willen worden. Maar het zijn net die steden die zorgen voor een stille revolutie.Ook in België kiezen steeds meer steden voor duurzaam, 'slim' beleid. Zo trekt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest duidelijk de kaart van een ambitieus Smart City-beleid, met de gelauwerde app "Fix My Street", de ondersteuning aan talloze hackathons (waar IT-programmeurs en de civiele maatschappij elkaar ontmoeten), en een open data-beleid waardoor digitale hubs als Molengeek en Co-station in Brussel als paddenstoelen uit de grond schieten. Dit beleid kan volgens de technologiefederatie Agoria leiden tot 1.500 extra jobs. Daarnaast vergeet het Gewest ook niet diegenen die nog geen toegang hebben tot de digitale wereld met de uitrol van een gratis wifi-netwerk (wifi.brussels) en de ondersteuning aan openbare computerruimtes of laagdrempelige codeerlessen voor kinderen (Coderdojo's en Capital Digital).Aan Vlaamse kant trekken een aantal voortrekkers-steden, van Roeselare over Gent tot Genk, de stille stedelijke revolutie op gang. Dat er heel wat beweegt wordt deze week, op 4 mei, duidelijk op de ambitieus opgevatte Klimaatdag voor Smart Cities in Antwerpen. Het is een unieke samenwerking tussen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Europese Commissie en andere actoren zoals het Vilvoordse Living Tomorrow/Tomorrowlab. Het event geeft hopelijk een stevige boost aan de Belgische slimme-stedenagenda.Ten eerste, steek geen energie in het definiëren wat een slimme stad nu precies is of in het bepalen welke stad 'de slimste' is. De meerwaarde van zo'n discussie is beperkt en de kans op consensus onbestaande. Laten we het er gewoon over eens zijn dat 'slim' in elk geval meer is dan 'digitaal' of 'technologisch'.Ten tweede, 'size matters'. Daarom is het belangrijk dat steden en omliggende gemeenten samen een 'smart cities/smart region'-plan uitwerken. Een mooi voorbeeld vinden we in Nederland. Rotterdam, Den Haag en 21 gemeenten sloegen de handen in elkaar en presenteerden onlangs, als één Metropolitane Regio, een lijvig masterplan met concrete doelstellingen en projecten. Eenvoudig gezegd: het is goedkoper om gezamenlijk emissievrije bussen aan te kopen dan alleen; het is handiger om een oplossing die in een partnerstad is uitgetest over te nemen dan die zelf uit te vinden. Bij ons zijn de provincies, of het gewest, goed geplaatst om een faciliterende rol spelen in het clusteren van gemeenten die willen samenwerken.Ten derde, sloop de silo's tussen beleidsdomeinen. Het masterplan van Rotterdam-Den Haag heet niet voor niets 'Roadmap Next Economy'. Door te kijken naar de hele economie en te zoeken naar synergieën tussen digitalisering, circulaire economie, waterbeheer, mobiliteit of lokale hernieuwbare energieproductie ontstaan innovatieve oplossingen 'made in Belgium'. We hebben uitstekende kennisinstellingen, zoals VITO en Energyville, om onze steden daarin bij te staan.Ten vierde, financiering. Toen Belfius in 2014 samen met de Europese Investeringsbank een Smart Cities & Sustainable Development Programme lanceerde, was dat een Europese primeur. Recent trokken beide 400 miljoen euro extra uit voor slimme lokale projecten. Een goede basis om samen met Europa verder werk te maken van investeringsplatformen.Tot slot, een 'slimme steden'-agenda is een positief verhaal dat mensen mobiliseert, zoals millennials die snakken naar toekomstgerichte projecten. Laat ons dus een draagvlak creëren en ervoor zorgen dat een 'slimme stad' niet iets is dat inwoners 'overkomt' of wordt opgelegd door een lokale overheid, een bedrijf, of een technologie, maar wordt geco-creëerd. De stad wordt steeds meer een faciliator die als gelijke werkt met academia, start-ups, het middenveld en sociale partners.Ook politieke partijen bekennen kleur. In november vorig jaar keurde CD&V een reeks voorstellen goed die direct te maken hebben met een slimme-stedenbeleid. Nulemissie voor openbaar vervoer in de stadscentra vanaf 2025 bijvoorbeeld, of het bannen van nieuwe personenwagens op fossiele brandstof vanaf 2030. Tegelijk keurde de partij ook een eigen visie goed op die 'nieuwe stedelijkheid'. Centraal daarin staat de idee dat een 'slimme stad' geen kwestie is van gadgets voor 'digital natives'. Ze zijn geen doel op zich, maar dienen een doel: een grotere betrokkenheid van inwoners met elkaar en met het beleid, meer levenskwaliteit en creativiteit, en een koolstofarme toekomst met meer sociale cohesie en inclusie. Kortom: een 'slimme stad' is een stad op mensenmaat. Heel wat van onze steden zijn er klaar voor, laten we er nu snel werk van maken.Bianca Debaets is Brussels Staatssecretaris voor Digitalisering. Wim Dries is burgemeester van Genk. Peter Van Kemseke is CD&V-gemeenteraadslid in Vilvoorde en is verantwoordelijk voor 'smart cities' in de Europese Commissie.