Het gaat niet goed met mijn grootmoeder.
...

Het gaat niet goed met mijn grootmoeder. Ondertussen gaat het al wat beter. Beter dan het ging enkele weken geleden. Haar bloeddruk. Bovendruk te hoog, onderdruk oké. Nieuwe medicatie baat weinig. Ze is bang. Ze kan niet zeggen wat ze heeft, ze kan het niet zeggen. Een ruisen in haar hoofd, geen pijn, maar een voortdurend suizen. Ze spreekt verward, vergeet ineens wat een ogenblik geleden is gezegd. Herhaling, voortdurende herhaling. Wat heeft ze toch? Ze kan het niet zeggen. Wakende nachten, afgewisseld met panische oproepen van mijn grootvader overdag. We moeten komen, maar kunnen weinig betekenen. Zou ze...? Zou haar geest het...? Ze wordt opgenomen in het ziekenhuis. Neurologische tests bieden geen verklaring voor de symptomen. Ze is uitgeput. Mijn zachte, trotse bomma, die haar liefde toont in de noveenkaarsjes die ze brandt voor ons; in iets zoets op tafel, wat eigenlijk niet mag, maar altijd kan; in haar dansende lichaam, wanneer zij lacht... Ze is uitgeput. Haar handen die zo ver ik me kan herinneren steeds iets omhanden hadden, trillen licht. Ze weet niet wat ze heeft, ze kan het niet zeggen. Zou haar geest...? Ik moet denken aan Hersenschimmen van J. Bernlef, waarin de lezer het relaas van de 71-jarige dementerende Maarten Klein volgt, vanuit het perspectief van Maarten Klein zelf. Ik heb dat boek gelezen toen ik een jaar of vijftien was. Ik kan me niet meer herinneren wat ik er toen van vond, maar de afgelopen weken is het loepzuiver verschenen voor mijn geestesoog. ' Ik lig, maar in gedachten sta ik. Ik geef het niet op, nee. Bij God, ik blijf doorvechten tegen die golven, die branding in mijn hoofd, dat ik langzaam heen en weer schud op het kussen dat iemand eronder schuift en begin te zingen.... ' Het is vreemd hoe een boek, eenmaal vergeten, weer herinnerd kan worden. Hoe een fictief verhaal mijn oorspronkelijke referentiepunt blijkt te zijn voor een begrip als 'parkinson' of 'dementie'. Hoe ik troost heb geput uit het vergelijken van Maarten Klein en mijn grootmoeder. Troost dat de vergelijking niet helemaal opging. Hoe een boek mij bewust heeft gemaakt niet over een patiënt te spreken alsof de patiënt er niet bij is. Om te blijven antwoorden op haar herhalingen, ook al is het antwoord reeds tig keer gegeven. Om in het ruisen van de branding een boei te werpen, ongeacht het resultaat. Opdat de drenkeling weet dat hij of zij niet alleen vecht tegen de baren. Hyponatriëmie: acuut zouttekort in het bloed, wat kan leiden tot symptomen als verwarring, veroorzaakt door medicatie voor haar bloeddruk. Ondertussen gaat het beter met mijn bomma. Niet goed, maar beter dan het ging.