Er zijn zo van die foto's die doorheen de fotogeschiedenis iconisch zijn geworden. Denk alleen maar aan de zopas overleden kussende matroos op Trafalgar Square.
...

Er zijn zo van die foto's die doorheen de fotogeschiedenis iconisch zijn geworden. Denk alleen maar aan de zopas overleden kussende matroos op Trafalgar Square. Voor de Amerikaanse fotograaf Nicholas Nixon (Detroit, 1947) zijn dat nu al de groepsfoto's van zijn echtgenote en haar drie zussen die hij gedurende veertig jaar rond hetzelfde tijdstip nam. Hij werd er beroemd mee. Dat is enerzijds terecht want hij is een uitstekend portretfotograaf maar ook onterecht omdat een ander substantieel deel van zijn oeuvre daardoor onderbelicht werd.Nixon gebruikt een platencamera en werkt uitsluitend in zwart-wit. Dat was ideaal voor zijn indrukwekkende opnamen in Boston en New York van het stedelijk landschap dat hij meestal vanuit een hoger standpunt fotografeerde om de complexiteit van het urbanistisch patroon te tonen. Een ander aspect in zijn oeuvre zijn de opnamen van mensen in kleine en grotere groepen. Ieder van die foto's excelleert door de compositie en de menselijke betrokkenheid. Soms lijkt het er op dat hij een setting heeft gevraagd maar meestal zijn het composities die spontaan zijn ontstaan al beseffen de betrokkenen dat ze gefotografeerd worden. Het kon moeilijk anders met een grote camera die altijd op statief moest worden geplaatst. Maar desondanks lijkt het er op dat hij snel heeft gewerkt, zoals met een kleinbeeldtoestel, om het juiste moment te registreren. Het is vakmanschap op het hoogste niveau. De échte estheet manifesteert zich in composities met zijn kleinere en opgroeiende kinderen. Wriemelende naakte kinderlijfjes soms met toevoeging van een moederhand en op latere leeftijd de huid van een knapenlichaam en, contrasterend, de harde details van zelfportretten. Je kan er alleen maar grote fotografische en artistieke bewondering voor voelen. Ook, als contrast zijn er de foto's van oude mensen. Nixon was een tijdje als vrijwilliger werkzaam in een lokaal bejaardentehuis. De inwoners en hun ouderdomsverschijnselen fascineerden hem dermate dat hij er een reeks aandoenlijke foto's realiseerde. Zoals ook in de opnamen van aidspatiënten sprak er een deemoed en liefdevolle empathie uit. Net als zijn series over koppels, homo en/of hetero, was hij geen voyeur maar een betrokken kijker die met respect de liefkozingen en relationele banden heel subtiel wist weer te geven in al hun intimiteit.En dan is er zijn mondiale succesreeks, The Brown Sisters. In 1975 nam hij een eerste groepsfoto van zijn latere echtgenote Beverly (Bebe) en haar drie zussen. Ze staan, eerst als jongvolwassenen, naast elkaar poserend voor de fotograaf. Het jaar daaropvolgend, bij het afstudeerfeest van een van hen, fotografeerde hij ze opnieuw in dezelfde volgorde. En dat herhaalde zich 44 jaar lang. De reeks is vooral boeiend omdat we op subtiele wijze het zachte verouderingsproces van de modellen kunnen volgen. De haren worden grijzer, er komen brillen bij te pas en jaar na jaar zien we hen rijper en waardiger worden, de ene al wat sneller dan de andere. Het wordt haast een antropologische studie die het intieme karakter van het project nooit verliest. Men voelt haast de liefde van de fotograaf die spreekt uit zijn benadering. Discreet en o zo menselijk. Ook de modellen tonen zich niet afstandelijk, soms staan ze gewoon naast elkaar maar op bepaalde foto's omarmen enkelen zich, staan dichter of wat verder van elkaar maar vrijwel altijd kijken ze recht in het oog van de camera of in die van de fotograaf. Magistraal als idee en uitwerking. Niet zonder reden werd het zijn wereldsuccesreeks.