Senseo bevroeg in opdracht van de Vlaamse overheid 505 mensen met hiv in Vlaanderen en Brussel. Gevraagd naar hoe ze beter zouden kunnen leven met hiv antwoordde 41 procent spontaan "minder stigma in de samenleving". De vooroordelen zorgen voor angst en isolatie, en hebben tot gevolg dat ze niet openlijk over hun aandoening spreken of zichzelf durven zijn. De overgrote meerderheid van de respondenten (85 procent) is erg voorzichtig bij het beslissen aan wie ze het vertellen. Dat is niet verwonderlijk als je ziet dat de helft (49 procent) van de ondervraagden denkt dat de meeste mensen met hiv afgewezen worden. Het taboe rond hiv is het grootst in de Afrikaanse gemeenschap. Daar denkt ruim 70 procent dat de meeste mensen met hiv afgewezen worden, en vertelt een vijfde het aan niemand. Ook wie in landelijk gebied woont of pas recent de diagnose kreeg, gaat meer gebukt onder het stigma. Ook discriminatie als gevolg van de hiv-status blijkt een groot probleem. Van de ondervraagden werd 65 procent er ooit mee geconfronteerd. Afwijzing en uitsluiting komen het vaakst voor en dat het meest in de naaste omgeving: bij nieuwe sekspartners, vrienden en bestaande partners. Opvallend is dat bijna een op de drie ook al discriminatie ervoer in de zorgsector, vooral in de ziekenhuiscontext (10 procent) en bij tandartsen (9 procent). Zestien procent werd ooit zorg geweigerd. De impact van de aandoening op het mentaal welbevinden is groot. Mensen met hiv hebben bijna dubbel zo vaak ooit een gediagnosticeerde depressie dan de algemene bevolking (26 procent tegenover 15 procent). Vooral mensen met een recente diagnose scoren slecht: de helft heeft psychische klachten die variëren van mild tot ernstig. Beter nieuws is dat mensen met hiv het erg goed doen wat de behandeling betreft. Zo goed als alle deelnemers nemen hiv-medicatie (96 procent), hebben een goede therapietrouw (96 procent) en een ondetecteerbare virale lading (89 procent). Dat laatste wil zeggen dat ze hiv niet meer seksueel kunnen overdragen. (Belga)