Kunnen de algoritmes van het centrale inschrijvingssysteem niet beter openbaar gemaakt worden? Dan zien ouders tenminste waarom ze niet terechtkunnen op de eerste voorkeursschool. (Dries Van den Bossche, Gent)
...

Kunnen de algoritmes van het centrale inschrijvingssysteem niet beter openbaar gemaakt worden? Dan zien ouders tenminste waarom ze niet terechtkunnen op de eerste voorkeursschool. (Dries Van den Bossche, Gent)Hilde Crevits: Maximale transparantie is de beste manier om mensen bepaalde beslissingen te laten aanvaarden. Ik hoop dat de steden die al met een centraal aanmeldingsregister werken duidelijk aan de ouders hebben uitgelegd hoe hun systeem werkt. Dat verschilt namelijk van stad tot stad. Zo konden Gentse ouders zo veel scholen opgeven als ze wilden, nadien werd geloot en kreeg iedereen de hoogst mogelijke keuze. In Brussel kregen eerst zo veel mogelijk leerlingen hun eerste keuze, vervolgens de tweede, dan de derde, enzovoort. Elk systeem is goed, maar je moet er natuurlijk wel over communiceren. Dan kunnen ouders bewuste beslissingen nemen. Elke school heeft een eigen pedagogisch project en draagt eigen waarden uit. Wordt het belang daarvan met het centrale inschrijvingssysteem niet van tafel geveegd? (Lut Van Boxstael, Herzele)Crevits: Het pedagogische project is voor veel ouders en leerlingen inderdaad doorslaggevend. Maar dat komt niet in het gedrang. Je kunt met het centrale aanmeldingsregister nooit een school toegewezen krijgen die je niet hebt geselecteerd. Als je niet je eerste keuze krijgt, dan wel je tweede, derde, vierde, enzovoort. Al zijn er helaas ook leerlingen die geen school hebben gekregen, omdat er in geen enkele voorkeursschool vrije plaatsen waren. Zij krijgen nu een overzicht van alle scholen waar er wel nog vrije plaatsen zijn, en kunnen daaruit kiezen. In de grondwet staat dat de gemeenschap de keuzevrijheid van de ouders waarborgt. Moet Vlaanderen er niet voor zorgen dat een school elke leerling kan inschrijven die dat wil? (Dieter Wildemauwe, Gent)Crevits: Ik ben het absoluut eens met het principe dat ouders en kinderen de vrije keuze moeten hebben. Tot op zekere hoogte is dat ook zo: ze kunnen kiezen voor een bepaald scholennet, voor methodeonderwijs... In het ideale geval zouden ze ook vrij moeten kunnen kiezen voor een specifieke school, maar in de praktijk is dat niet haalbaar. Er zijn bijvoorbeeld scholen die er bewust voor kiezen om klein te blijven: maximaal 150 leerlingen, meer niet. En sommige scholen zijn op een bepaald moment heel populair, maar enkele jaren later niet meer. Als je dan klassen hebt bijgebouwd, staan die nadien weer leeg. Kan er niet beter aangemeld worden op basis van studierichting? Misschien heb je dan niet de school van je keuze, maar tenminste toch de studierichting. (Evy Everdepoel, Nijlen)Crevits: In de meeste gevallen lijkt dat overbodig. Elke school kan enkele vrije uren naar keuze invullen, maar de verschillen tussen studierichtingen in de eerste graad zijn klein. Er is wel een aantal uitzonderingen. Zo bieden enkele scholen topsport aan in de bovenbouw: het is belangrijk dat zij vanaf het eerste jaar van het middelbaar onderwijs leerlingen aantrekken die daarin geïnteresseerd zijn. Voor zulke scholen met nicherichtingen kunnen zeker uitzonderingen gemaakt worden. Zou het niet beter zijn om de schoolkeuze te laten afhangen van de resultaten van de leerlingen? (Frans Dams, Turnhout)Crevits: Absoluut niet. Elke leerling moet alle kansen krijgen. En ouders moeten samen met hun kind vrij kunnen kiezen. Dat doen ze trouwens niet (alleen) op basis van prestaties. Een pedagogisch project is voor de meeste ouders veel belangrijker. Ze willen bijvoorbeeld graag een methodeschool, een school die zich uitdrukkelijk inzet tegen pesten, een katholieke school of een school van het gemeenschapsonderwijs... Door de brede eerste graad is er in het eerste en tweede middelbaar ook nog geen drastisch onderscheid tussen aso, bso en tso: iedereen krijgt een brede basisvorming en scholen leggen alleen eigen accenten. Leerlingen kunnen dan nog alle kanten uit, ongeacht hun resultaten in de lagere school.