Nooit last van nostalgie?' vraag ik hem.
...

Nooit last van nostalgie?' vraag ik hem. Hij schudt het hoofd, eet wat aardbeientaart en zegt: 'Ik denk dat ik het nu beter kan dan toen.' In een nawee van euforie laat hij mij zijn nieuwe plaat Allermooist op aard horen. Er staan een paar machtige songs op over vallen en opstaan - 'Hoelang nog?' - en over vrede, die zal heersen. Ergens zingt hij ook dat het vroeger beter was. Al is dat maar om te lachen, behalve dan de zin: 'Oow, oow, wrede herinnering. Je weet wat het is, maar je kan er niet bij.''Mensen verlangen altijd terug naar de tijd dat alle deuren nog openstonden. Ik ben ook weleens teruggegaan naar de straten uit mijn kinderjaren in Amsterdam. Je trapt er dan een bal tegen een riool, maar die tijd komt niet terug.' Van zijn oude foto's maakt hij liever nieuwe afdrukken: op de lp staat een 2017-versie van zijn mijlpaal Meisjes. Op vraag van de platenfirma, maar niet tegen zijn zin. 'Ik speel nog altijd heel graag', zegt hij. 'Alleen of met andere muzikanten. Ik begrijp waarom iemand als Jacques Brel ooit gestopt is met optreden. Hij wilde zijn verhaal vertellen, deed dat op een overrompelende manier en sloeg de mensen daarmee plat. Op een bepaald moment moet hij zich afgevraagd hebben: heeft het zin om dat steeds weer opnieuw te doen? Ik daarentegen werk liever vanuit een muzikanteninvalshoek. Dan houdt het nooit op. Je kunt een nummer op zo veel manieren spelen.' Zelfs een oude kraker als Meisjes dus, het lied waarmee zijn wonderjaar 1977 begon. Zevenentwintig was hij. Terwijl Brel in een studio in Parijs met één long zijn laatste songs inzong, schreeuwde van het Groenewoud in Brussel: 'Meisjes. Ze maken ons zo zot, mijnheer.'Een paar weken later, op 19 mei 1977, sprak Zaki vanuit de radiostudio's in het Flageygebouw de natie toe: 'Rock-'n-roll maken in Vlaanderen is op zichzelf al een niet alledaagse bezigheid, maar als dat dan nog overgoten wordt met een saus humor én in het Nederlands, dan zien wij dat helemaal zitten. Landgenoten! Dit is Raymond van het Groenewoud en Meisjes.'Zaki overdreef niet: Meisjes was een zaak van landsbelang. Zoiets als de oerknal. Die 19e mei 1977, tussen negen en tien uur 's morgens, werd de Nederlandse rock officieel geboren. Al waren er wel serieuze weeën geweest. Mich Verbelen was erbij, hij speelde bas op de oerknal. 'Ik ken Raymond al van toen hij nog gitaar bij Johan Verminnen speelde', zegt hij. 'Begin jaren zeventig had Johan een café in Wemmel. Daar heb ik Raymond voor het eerst gezien. Iedereen vond hem toen nog een vreemde kwiet met een rare naam. Het klikte wel tussen ons. We waren allebei niet echt babbelaars, maar hadden dezelfde helden: Fernandel, Koot en Bie, Lenny Bruce ...' Ze waren vooral nog jongens, toen. 'We leefden in krotten, waren met niets in orde en lachten met alles en iedereen.' Toen ze uitgelachen waren, gaf Mich hem soms een lift naar huis, want hij had geen auto. Of het tijdens een van die autoritten was, weet hij niet meer. 'Maar op een dag vroeg Raymond of ik niet bij hem wilde spelen. Nooit vergeet ik onze eerste repetitie in Beigem, bij de kerk. Ik zag hem aan het werk en was verbijsterd. Dit was niet zomaar wat repeteren, zoals ik dat deed bij andere groepen. Dit was van een andere orde.' Alleen merkten weinigen het op: optredens hadden Raymond en zijn trawanten midden jaren zeventig weinig, en persaandacht nog minder. 'Het was wij tegen de rest van de wereld. Maar hij volhardde. Ooit zou het gebeuren, dat wist hij zeker, al wees niets daarop. Op een dag kwamen ze de gas van zijn appartement afsluiten. Dat vond hij niet erg, wél dat hij geen koffie meer kon zetten.' In het najaar van 1976 trad Raymond op in de Beursschouwburg in Brussel. Er stond een nieuwe muzikant op het podium: Jean Blaute. 'In een studio had ik Tim van Wim De Craene gehoord', zegt Raymond. 'Ik was hard onder de indruk van het arrangement.' Dat was van de bekende producer-muzikant uit Zottegem. Hij had Raymond al een paar keer zien optreden. 'Vooral een optreden in Anderlecht staat voor altijd in mijn geheugen gegrift', zegt Jean Blaute. 'Hij was die avond ge-wel-dig. Ik zat op de eerste rij en lachte me kapot met zijn fratsen. Hij moet dat gemerkt hebben.' Weken later, in de hete zomer van 1976, stapte de zanger de platenzaak van Blautes ouders binnen. 'Mijn moeder, die toen al fan was van hem, kwam me halen. Ik zie hem daar nog altijd staan. Hij had een afzichtelijke short aan en was op zoek naar een hit. Raymond kwam uit een familie van muzikanten en besefte maar al te goed dat het moest gaan gebeuren. Je kunt niet heel je leven een alternativo blijven of in de marge morrelen.' Blaute en Van het Groenewoud werden vrienden, de Kwik en Flupke van de Belpop. 'Er is veel veranderd toen Jean bij de groep kwam', zegt Mich Verbelen. 'Hij was geen outlaw, zoals wij, maar vrolijke, populaire Jean. Iedereen zag hem graag, ook de journalisten. Daardoor werden wij ook toegankelijker voor de media: dankzij Jean durfden ze ook naar ons te komen.' In de winter van 1976 kreeg Raymond geelzucht. Op oudejaarsavond wenste Jean Blaute hem een beter jaar en een hit toe. 'Met mij als producer', voegde hij er schalks aan toe. Ze hadden in die dagen een vossenhol: de Crazy Pub in Asse. Een café waar ze dure wijnen dronken, die ze niet konden betalen. De cafébazin, Gaby, dekte veel toe. Ze was een verrukkelijke verschijning met een boezem waarmee je de wereld aankunt. 'De wereld kent geen pijn. Bij Crazy Pub',zong de zanger. Daar in Asse, aan de Veegang, schreef hij ook Meisjes. De melodie was er eerst, naar de woorden moest hij langer zoeken. Het moest iets zijn met twee lettergrepen, een woord dat tot ieders verbeelding sprak. Op een klare nacht wist hij het: Mei-sjes. Een paar dagen later zag de zanger aan de Beurs in Brussel in de etalage van een krantenwinkel Avenue liggen. Het coververhaal ging die week over het orgasme van de vrouw. Dat was, volgens het blad, eerder een zeldzaam verschijnsel. Althans bij de coïtus. In zijn notitieboekje schreef de zanger: 'Meisjes. Ze komen zelden klaar, mijnheer.' De rest van de tekst volgde snel: 'Meisjes. Ze maken ons kapot, mijnheer. Ze maken ons zo zot, mijnheer.' Zoals Gaby van de Crazy Pub. Blaute: 'Toen ik de eerste keer Meisjes hoorde, wist ik niet wat ik daaraan kon verbeteren. "Jij kunt dat ruiger maken", antwoordde hij. "Het klinkt niet vuil genoeg." Ik wilde hem op plaat laten klinken zoals hij toen ook live klonk. We namen Meisjes op in de Morgan Studios, aan de Molièrelaan in Brussel. Dat was een bijhuis van de beroemde gelijknamige studio in Londen. Er liep een technicus rond, Mike Butcher, die nog met Lou Reed had gewerkt: iemand die wist wat rock-'n-roll was. De sfeer in de Morgan was mijlenver verwijderd van alle kleinkunsttoestanden uit die tijd.' Meisjes kwam uit op 18 mei 1977. 'Er werden niet zo veel singles van verkocht', zegt Blaute. 'Maar journalisten prezen het nummer de hemel in, vooral Humo. Al schreven die toch ook: "Goed dat Van het Groenewoud voor Jean Blaute gekozen heeft als producer. Helaas moest die zo nodig een cabaretinterludium met fluiten en tierlantijntjes in het nummer steken." Terwijl dat een idee was van Raymond. (lacht) In de volgende versies van Meisjes heeft hij dat cabaretgedeelte weggelaten. Ik heb dat altijd jammer gevonden, omdat het van zo veel originaliteit getuigde.' Niet alleen de muziek, ook de tekst lag onder vuur. Tegen Guy Mortier zei Raymond in 1977: 'Heel sneu dat Meisjes niet in Tienerklanken mag. Ze vrezen dat de zinsnede "Ze komen zelden klaar, mijnheer" jong Vlaanderen meteen naar de bordelen, de heroïnespuit en de duivel zelf zou jagen.' Ze waren niet de enigen: in Nederland waren feministen woest over de zin 'Ze komen goed van pas, mijnheer'. En Omroep West-Vlaanderen verbood het nummer. 'De openbare omroep was in die dagen nog een conservatief bastion', zegt Blaute. 'Op Omroep Brabant speelden ze het wel, maar altijd met de hanige commentaar: "Wij draaien het."' Net als honderden jeugdclubs, over heel het land. 'In mijn herinnering', zegt Raymond, 'zie ik horden mensen wandelen, op weg naar het concert.' In augustus 1977 speelden ze voor duizenden mensen op de Lokerse Feesten. Toen er tijdens het optreden wat verder een vuurwerk werd afgestoken, zette hij Meisjes in. Het publiek overstemde het lawaai van de vuurpijlen. Na het laatste bisnummer, We Shall Overcome, bleven ze het refrein scanderen: 'Zeg dat Van het Groenewoud het gezegd heeft'. Zij kregen hun bisnummer, hij zijn hit. In het najaar kwam de lp Nooit meer drinken uit, nog altijd een klassieker uit de belpop. De plaat behaalde goud en de groep ging op tournee in Nederland. Ze namen ook een Franse en een Duitse versie van Meisjes op. 'Dat was een idee van de platenfirma', zegt Jean. 'Ze redeneerden: als het hier zo goed marcheert, waarom dan niet in het buitenland? In het Frans werd Meisjes Merde. 'Ik weet nog dat Raymond en ik die single gingen afhalen. Om ons te plezieren, hadden ze hem in bruin vinyl laten persen. (lacht) We wisten ons geen houding te geven. Het was tenenkrullend en hilarisch tegelijkertijd. Toch konden ze ons nog overtuigen om ook een Duitse versie op te nemen, want ze hadden een goede Duitse vertaler. Een probleem: Raymond spreekt geen woord Duits. Hij is dat dan gaan inzingen in Keulen, met de hulp van een leraar fonetisch schrift. Ik ben dat gaan mixen in Hamburg - Raymond wilde niet meegaan. Toen ik de banden hoorde, begreep ik ook waarom. Ik heb me werkelijk bescheten van het lachen met de vertalingen: Meisjes was Mädchen geworden, Vlaanderen Boven U-Bahn en Italianen Der Heisser von Vesuv. De platenfirma wilde ook dat Raymond in Duitsland ging wonen, om promotie te voeren. Dat zag den baas toch niet echt zitten.' De Duitse plaat van Raymond Groenewoud und die Centimeters werd een sof. Een jeugdzonde. De zanger is nog altijd blij dat hij nooit naar Berlijn gegaan is. 'Alleen al de verplaatsingen die internationale artiesten moeten doen, zou ik verschrikkelijk vinden. Ik ben heel tevreden met de status die ik vandaag in Vlaanderen heb.' En tevreden dat hij koppig in het Nederlands is blijven zingen. Bij nader inzien een universele taal. Na een optreden kwam er 'ns een taxichauffeur naar hem toe. 'Ik heb een cadeau voor u', zei hij. Dat cadeau bleek een verhaal. Ooit had hij de uitvinder van de rock-'n-roll, Chuck Berry, moeten vervoeren. 'Op de autoradio speelden ze dat ene nummer van jou, Raymond', zei de taxichauffeur. 'Zet dat eens wat luider', had Berry gezegd. 'Wat een geweldige song is dat. Dat is waarom ik van muziek hou.' Het jaar van Meisjes eindigde in 1978, op de Nekka-Nacht in Antwerpen. Het Sportpaleis ontplofte toen de nieuwe helden op het podium verschenen, met Blaute in welpenpak. 'Merci', riep de zanger. 'Of beter: dank u wel. Want vergeet het nooit, de vijand spreekt Frans. U mag het Sportpaleis afbreken, ze gaan toch een nieuw bouwen.' Op het podium begon een zwarte te vendelzwaaien. 'Er is wis en zeker iets gebeurd, daar op Nekka, en met het liedje', zegt Raymond vandaag. 'In alle bescheidenheid: een vorm van revolutie, zonder dat die intentie er was. Ik had de films van The Beatles gezien en plots speelden die beelden zich voor onze ogen af.' De journalisten waren lyrisch. 'We hebben ons rockidool', schreef Spectator.'Hysterisch gillende tieners, die de dranghekken bijna onder de voet lopen, tot kleedkameroverrompelende fans, die tien blauwe tenen veil hebben voor een handtekening.' Alleen 't Pallieterke vond het maar niets: 'Oor- en geestverdovend. Een pionier van de geestelijke verdwazing. (...) Van deze showman namen de aanwezige meisjes en jongens de beledigingen voor complimenten en de zotte toeren voor geniaal talent. (...)'Later zond de BRT het Nekka-optreden uit: de zwarte vendelzwaaier was eruit geknipt. De zanger moet er vandaag om lachen. 'De gemiddelde Vlaming uit mijn verbeelding, die ik erg apprecieer, heeft toch zelfspot. Dat is toch geen chauvinist? Al vindt rechts Vlaanderen dat we dat wel ernstig moeten nemen.' Negenendertig jaar na Nekka is het gegil al lang verstomd. De meisjes van toen zijn vrouwen geworden. Hij bezingt ze nog altijd. 'Je bent er nooit mee klaar, mijnheer. Amore en ambras.' En ook: 'Er gaat niets boven seks.' 'Het testosterongehalte van mijn teksten is groot, dat is waar. Een van mijn vorige singles heette Opblaaspop. Het was heel geestig om een publiek daarop te zien reageren. Wanneer ik de openingszin "Ik heb geen zin om kutjes in te likken, ik wil gewoon met mijn stokje prikken" zing, zie ik allemaal verbaasde blikken.Tot ik er een hoop onnozelheden achteraan gooi over het leven met een opblaaspop. Dan gaat er altijd een zucht van opluchting door de zaal. "Oef, het is maar om te lachen." Die single is amper gespeeld op de radio. Niet omdat de melodie niet deugde, wel omdat men niet verantwoordelijk wilde zijn voor het feit dat men zoiets draaide.' 'Ik snap dat niet. In de wetenschap of in sommige kunstvormen is het de normaalste zaak van de wereld dat men ongegeneerd over seks praat. Want dan is er een betekenis. Alleen in de muziek ligt dat moeilijk. Terwijl woorden als "rock-'n-roll", "jazz" of "chachacha" eigenlijk gewoon "seks" betekenen.' 'Een tijd geleden hoorde ik een journalist poneren dat Chuck Berry "een fantastisch oeuvre heeft, alleen jammer van My Ding-A-Ling". Ik beweer niet dat dat het meest geniale nummer aller tijden is, maar die journalist zou een arm veil hebben voor zo'n nummer. Ik begrijp niet wat er verkeerd is met een song over je edele delen.' Is het geen provocatie? 'Helemaal niet. Toen Jacques Brel Les Bourgeois schreef, dacht hij ook niet: "Nu ga ik de burgerij eens jennen." Die song zat gewoon in zijn systeem en het moest eruit. In mijn atheneumjaren vroegen ze al: "Raymond, waarom wil je toch zo'n rebel zijn?" Nu snap ik waarom ze dat vroegen: ik was de enige met een Beatlespak. In de ogen van de anderen rebelleerde ik. Terwijl ik gewoon een Beatle wilde zijn. Vandaag is het nog zo. In songs als Er gaat niets boven seks vertel ik enthousiast mijn verhaal.' Toch is hij veranderd, zegt Mich Verbelen. 'De laatste jaren is hij altijd goedgehumeurd. Ik zie nu alleen lichtjes in zijn ogen. Dat was vroeger ook zo, maar niet altijd. Dan zat hij getormenteerd in een hoek te kniezen. Hij voelde toen de druk van de platenfirma om nog eens een hit te schrijven.' Verbelen speelt weer bas bij de zanger, na een onderbreking van dertig jaar. 'Niet zo lang geleden zag ik hem een geweldig optreden geven in Keerbergen. Achteraf ging ik hem goedendag zeggen. Een week later, op een vrijdagavond, belde hij mij: of ik geen zin had om opnieuw bas te komen spelen. Ik zei direct ja. "Maandag bied ik mijn ontslag aan op het werk, Raymond." "Ja maar," antwoordde hij, "wil je niet weten hoeveel het verdient?"' Op de repetitie was het weer zoals lichtjaren geleden, aan de kerk in Beigem. 'Die stem van hem. En dan die songs zoals Brussels by Night of Vrede zal heersen, wie schrijft zulke nummers nu? Of hij ze solo speelt of met een groep, maakt niet uit. Hij zet altijd alles naar zijn hand. Zet hem met een aap op het podium en ze zullen nog naar hem kijken. Hij bespeelt het publiek - soms lig ik plat van het lachen op het podium - maar tegelijkertijd hoort hij alles. Na een optreden merkt hij soms op: "In dat nummer, na die zin, speelde je een mi-bémol. Terwijl je daar anders altijd een mi speelt."' Raymond: 'Ik heb veel gehad aan die ene zin van Carl Jung: "Wie naar buiten kijkt, droomt. Wie naar binnen kijkt, ontwaakt." Gisteren moest ik op het Sint-Katelijneplein spelen in Brussel. Er stond een 1 meipubliek dat niet noodzakelijk voor mij gekomen was. Vroeger was ik daar vast zenuwachtig voor geweest. "Zit mijn jasje goed, zit mijn dasje goed? Vader gaat op stap." Ik zou rap ontmoedigd geweest zijn als het niet aansloeg. Nu telt alleen de muziek en ga ik er helemaal in op, zoals gisteren. Mensen overtuigen is toch het mooiste. Het is veel moeilijker om voor een uitzinnig publiek op te komen. Voor je één noot gespeeld hebt, krijg je een golf van appreciatie over je heen. Die adrenalinestoot kun je nooit vasthouden.' Straks gaat de zanger weer eens de hort op, met veel nieuwe songs. Toch zondigt hij, die nooit aan nostalgie doet, ook weleens. Een tijd geleden ging hij op zoek naar de Crazy Pub, het café uit zijn wonderjaar 1977. Daar waar de wereld geen pijn had en Gaby met haar grote borsten alles toedekte. Hij wandelde binnen, maar er stonden nieuwe mensen achter de toog. 'Elle n'est pas ici, elle est morte', zeiden ze. Kanker. 'Ik was wel even van mijn melk, ze moet even oud geweest zijn als wij.' 'Oow, oow, wrede herinnering. Je weet wat het is, maar je kan er niet bij.' Zeg dat Van het Groenewoud het gezegd heeft.