'Drinken we allemaal dinopipi?' Dat was de werktitel van het tweede college voor de Universiteit van Vlaanderen dat ik mocht opnemen. Het werd uiteindelijk 'Drinken we hetzelfde water als dino's?'. Het komt op hetzelfde neer natuurlijk; we maken geen water bij en er gaat geen water verloren. Het water dat vandaag uit onze kraan stroomt, zat misschien wel ooit in een glas wijn van Julius Caesar en stroomde potentieel eens van de Everest. En net dat onvergankelijke zorgt ervoor dat we water als vanzelfsprekend beschouwen.

Het water dat vandaag uit onze kraan stroomt, zat misschien wel ooit in een glas wijn van Julius Caesar.

Hoewel. We hebben er sinds 2017 in elk geval al heel wat droge zomers op zitten, met 2018 op kop. Ook 2021 belooft een uitdaging te worden, aangezien we alweer de zomerperiode ingegaan zijn zonder een reserve op te bouwen in de winter. Langzaamaan lijken we meer en meer te beseffen dat dat water misschien toch niet zo vanzelfsprekend is. Want het is niet omdat het oneindig rondcirculeert op onze aardbol, dat het op het juiste moment op de juiste plaats is om alles en iedereen van voldoende water te voorzien. We zitten in een transitie en we moeten nu bepalen hoe we die transitie gaan maken. Maken we de juiste keuzes, dan gaan we een duurzamere, circulaire toekomst tegemoet. Doen we dat niet, dan zouden onze (water)problemen wel eens veel groter kunnen worden.

En net dat spanningsveld maakt het zó interessant om op dit moment waterwetenschapper én wetenschapscommunicator te zijn. Om zowel die blik achter de schermen te hebben als het contact met de mensen die niet dagdagelijks met water bezig zijn. En vooral om die twee met elkaar te verzoenen. Want hoewel het niet altijd zo lijkt en de publieke perceptie het vaak niet ziet, doet iedereen echt wel zijn best. Drinkwaterbedrijven zijn op zoek naar alternatieve waterbronnen om hun leveringszekerheid te garanderen. Industrieën gaan op zoek naar de meest efficiënte technieken om duurzaam en circulair met water om te springen. En wij burgers doen ons best om gras wat minder te sproeien en hopelijk wat minder beton op onze oprit te gieten. En toch blijven er onzekerheden en vooroordelen over ons water bestaan.

Zo zijn veel mensen bang dat ons water duurder zal worden. Als we zouter water moeten aanspreken of water van verder weg of dieper moeten oppompen, kost dat natuurlijk geld. Maar ik maakte even een kleine berekening. De gemiddelde Belg drinkt 130 liter flessenwater per jaar. Aan een gemiddelde kost van 0.5 euro per liter (en er zijn zeker duurdere flessenwaters) komt dat neer op ongeveer 65 euro per jaar. Moest je dat allemaal vervangen door kraanwater, zou je daar ongeveer 0.6 euro voor betalen, voor een heel jaar. Met andere woorden, met wat je betaalt voor een liter flessenwater, kan je je flessenwaterbehoefte een heel jaar lang voldoen met kraanwater. Straffer nog, aan een gemiddeld verbruik van 84 liter kraanwater per persoon per dag, betaal je voor je kraanwater jaarlijks ongeveer 130 euro. Door flessenwater te vervangen door kraanwater, bespaar je dus al genoeg om de helft van je jaarlijkse drinkwaterfactuur te betalen. Natuurlijk is dat een grote vereenvoudiging en geldt dat niet voor iedereen, maar het zet wel een en ander in perspectief.

En de kwaliteit van dat water dan? Deze week nog kon ik lezen dat nergens in Europa meer cocaïne in het afvalwater zit dan in Antwerpen. Maar deze namiddag las ik ook een onderzoek van enkele bachelorstudenten over de efficiënte verwijdering van dit soort stoffen uit ons afvalwater. Enkele van mijn eigen studenten werken hard aan technologieën en metingen om er zeker van te zijn dat ons drinkwater microbiologisch veilig is, ook als we het maken uit afvalwater, zouter oppervlaktewater of grondwater van minder goede kwaliteit. Ons kraanwater is en blijft een van de strengst gecontroleerde voedingsproducten. Ik heb er vertrouwen in dat we ons er nu en in de toekomst geen zorgen over moeten maken.

En ook de wetgeving schiet (eindelijk?) in actie. De Blue Deal, het afwegingskader prioritair watergebruik (dat we hopelijk nooit zullen moeten aanspreken), de vele kleine acties van steden en gemeentes, het zijn stuk voor stuk stappen in de richting van een meer water- en klimaatrobuuste samenleving.

En ik? Ik hoop dat ik met dit stuk, met het onderzoek dat ik begeleid, met mijn podcast, boek, lezingen, ... kortom, met keer op keer hetzelfde te herhalen en met heel veel plezier elke vraag over water te beantwoorden, ook mijn steentje bijdraag. Want we zullen allemaal ons steentje moeten bijdragen, maar we zullen er wel een groenere en duurzamere toekomst voor in de plaats krijgen.

Wil je graag meer weten over ons water? Luister dan naar de Helder podcast via www.helderpodcast.be, waarin ik samen met mijn papa en experten een antwoord zoek op veelvoorkomende vragen; waar komt ons drinkwater vandaan? Is het wel veilig en gezond? En is er wel genoeg? Je komt het allemaal te weten in de twee seizoenen die er ondertussen zijn.

Als je benieuwd bent naar de geschiedenis van het water in België en nog iets zoekt om te lezen deze zomer, neem dan zeker eens een kijken op www.wegvanwater.be. Samen met Toon Verlinden schreef ik een boek dat alles wat je zeker moet weten bundelt. We nemen je mee naar het ontstaan van de eerste drinkwaterbedrijven (en ja, dat had iets te maken met bier), verkennen het riool met duiker Billy en nemen een kijkje in het gebied waar Spa vandaan komt. Frank Deboosere en Hetty Helsmoortel zijn in elk geval al fan!

'Drinken we allemaal dinopipi?' Dat was de werktitel van het tweede college voor de Universiteit van Vlaanderen dat ik mocht opnemen. Het werd uiteindelijk 'Drinken we hetzelfde water als dino's?'. Het komt op hetzelfde neer natuurlijk; we maken geen water bij en er gaat geen water verloren. Het water dat vandaag uit onze kraan stroomt, zat misschien wel ooit in een glas wijn van Julius Caesar en stroomde potentieel eens van de Everest. En net dat onvergankelijke zorgt ervoor dat we water als vanzelfsprekend beschouwen.Hoewel. We hebben er sinds 2017 in elk geval al heel wat droge zomers op zitten, met 2018 op kop. Ook 2021 belooft een uitdaging te worden, aangezien we alweer de zomerperiode ingegaan zijn zonder een reserve op te bouwen in de winter. Langzaamaan lijken we meer en meer te beseffen dat dat water misschien toch niet zo vanzelfsprekend is. Want het is niet omdat het oneindig rondcirculeert op onze aardbol, dat het op het juiste moment op de juiste plaats is om alles en iedereen van voldoende water te voorzien. We zitten in een transitie en we moeten nu bepalen hoe we die transitie gaan maken. Maken we de juiste keuzes, dan gaan we een duurzamere, circulaire toekomst tegemoet. Doen we dat niet, dan zouden onze (water)problemen wel eens veel groter kunnen worden.En net dat spanningsveld maakt het zó interessant om op dit moment waterwetenschapper én wetenschapscommunicator te zijn. Om zowel die blik achter de schermen te hebben als het contact met de mensen die niet dagdagelijks met water bezig zijn. En vooral om die twee met elkaar te verzoenen. Want hoewel het niet altijd zo lijkt en de publieke perceptie het vaak niet ziet, doet iedereen echt wel zijn best. Drinkwaterbedrijven zijn op zoek naar alternatieve waterbronnen om hun leveringszekerheid te garanderen. Industrieën gaan op zoek naar de meest efficiënte technieken om duurzaam en circulair met water om te springen. En wij burgers doen ons best om gras wat minder te sproeien en hopelijk wat minder beton op onze oprit te gieten. En toch blijven er onzekerheden en vooroordelen over ons water bestaan.Zo zijn veel mensen bang dat ons water duurder zal worden. Als we zouter water moeten aanspreken of water van verder weg of dieper moeten oppompen, kost dat natuurlijk geld. Maar ik maakte even een kleine berekening. De gemiddelde Belg drinkt 130 liter flessenwater per jaar. Aan een gemiddelde kost van 0.5 euro per liter (en er zijn zeker duurdere flessenwaters) komt dat neer op ongeveer 65 euro per jaar. Moest je dat allemaal vervangen door kraanwater, zou je daar ongeveer 0.6 euro voor betalen, voor een heel jaar. Met andere woorden, met wat je betaalt voor een liter flessenwater, kan je je flessenwaterbehoefte een heel jaar lang voldoen met kraanwater. Straffer nog, aan een gemiddeld verbruik van 84 liter kraanwater per persoon per dag, betaal je voor je kraanwater jaarlijks ongeveer 130 euro. Door flessenwater te vervangen door kraanwater, bespaar je dus al genoeg om de helft van je jaarlijkse drinkwaterfactuur te betalen. Natuurlijk is dat een grote vereenvoudiging en geldt dat niet voor iedereen, maar het zet wel een en ander in perspectief.En de kwaliteit van dat water dan? Deze week nog kon ik lezen dat nergens in Europa meer cocaïne in het afvalwater zit dan in Antwerpen. Maar deze namiddag las ik ook een onderzoek van enkele bachelorstudenten over de efficiënte verwijdering van dit soort stoffen uit ons afvalwater. Enkele van mijn eigen studenten werken hard aan technologieën en metingen om er zeker van te zijn dat ons drinkwater microbiologisch veilig is, ook als we het maken uit afvalwater, zouter oppervlaktewater of grondwater van minder goede kwaliteit. Ons kraanwater is en blijft een van de strengst gecontroleerde voedingsproducten. Ik heb er vertrouwen in dat we ons er nu en in de toekomst geen zorgen over moeten maken.En ook de wetgeving schiet (eindelijk?) in actie. De Blue Deal, het afwegingskader prioritair watergebruik (dat we hopelijk nooit zullen moeten aanspreken), de vele kleine acties van steden en gemeentes, het zijn stuk voor stuk stappen in de richting van een meer water- en klimaatrobuuste samenleving. En ik? Ik hoop dat ik met dit stuk, met het onderzoek dat ik begeleid, met mijn podcast, boek, lezingen, ... kortom, met keer op keer hetzelfde te herhalen en met heel veel plezier elke vraag over water te beantwoorden, ook mijn steentje bijdraag. Want we zullen allemaal ons steentje moeten bijdragen, maar we zullen er wel een groenere en duurzamere toekomst voor in de plaats krijgen.