Zowel het theoretisch als het praktisch rijexamen zijn sinds 1 juli 2017 verstrengd. Bij de theorie werd het verschil tussen zware overtredingen en lichte fouten weer ingevoerd. Wie wil slagen voor zijn theoretisch rijbewijs moet 41 op 50 halen. Bij een zware overtreding - zoals het negeren van een rood licht - worden vijf punten afgetrokken, voor een lichte fout één punt. Een kandidaat-bestuurder mag dus negen lichte fouten of één zware en vier lichte fouten maken.
...

Zowel het theoretisch als het praktisch rijexamen zijn sinds 1 juli 2017 verstrengd. Bij de theorie werd het verschil tussen zware overtredingen en lichte fouten weer ingevoerd. Wie wil slagen voor zijn theoretisch rijbewijs moet 41 op 50 halen. Bij een zware overtreding - zoals het negeren van een rood licht - worden vijf punten afgetrokken, voor een lichte fout één punt. Een kandidaat-bestuurder mag dus negen lichte fouten of één zware en vier lichte fouten maken.Die verstrenging laat zich duidelijk voelen. In heel Vlaanderen raakt nog maar 37 procent door het theoretisch examen. Twee jaar geleden was dat nog 59 procent. 'Ook de invoering van nieuwe examenvragen speelt een rol', zegt Marie De Backer, woordvoerster van GOCA. Die organisatie groepeert alle erkende ondernemingen voor autokeuring en rijbewijs. 'Kandidaatbestuurders bereiden hun examen voor met oefenvragen en kennen na een tijdje de antwoorden uit het hoofd. Door er geregeld nieuwe vragen in te steken, proberen we de kennis op een andere manier te testen.'De theoretische testen zijn overal dezelfde en de moeilijkheidsgraad ligt in elk examencentrum op hetzelfde niveau. Toch zijn er duidelijke verschillen. In Moorsele en Brugge slaagt 43 procent, in Oostende slechts 32 procent. Het examencentrum van Roeselare ligt daar met 38 procent tussen. 'De gekozen scholingsmethode, de kwaliteit van de opleiding en het leervermogen en de motivatie van de kandidaat zijn factoren die de regionale verschillen kunnen verklaren', klinkt het bij GOCA.De forse daling is voor niemand een verrassing. Ook niet voor Peter Landsheere, algemeen directeur VAB-Rijschool. VAB is de grootste speler op de markt van de rijscholen. De organisatie heeft 20 procent van de markt in handen en is de enige die met 75 kantoren over heel Vlaanderen verspreid is. In West-Vlaanderen telt VAB negen rijscholen. 'Voor de invoering van het strengere examen deden we een simulatie met onze onlinetests om te kijken hoeveel kandidaten er minder zouden slagen. Toen al bleek dat het 27 à 28 procent was. Aan de andere kant zien we de vraag naar theorielessen met 15 procent stijgen. Mensen willen zich beter voorbereiden op het examen of zijn verplicht lessen te volgen na twee onvoldoendes.'In tegenstelling tot bij het theoretisch examen blijven de slaagkansen bij het praktisch rijexamen nagenoeg gelijk: van 51 naar 50 procent. Nochtans werd dat examen ook moeilijker gemaakt door het invoeren van extra manoeuvres en het gpsrijden. 'De eerste weken merkten we dat de mensen nét te laat waren voor het "makkelijkere" examen en er niet goed op voorbereid waren', vertelt Peter Landsheere van VAB-Rijschool. 'De uitbreiding van de manoeuvres viel best mee. We hebben sinds 2017 de mensen daar goed op voorbereid door daar wat specifieker op te werken.'Ook bij het praktische rijexamen zijn er grote verschillen tussen de examencentra. Waar de slaagkans in Asse-Mollem op 60 procent ligt, is dat in Brugge slechts 44 procent. Nergens in Vlaanderen ligt het slaagpercentage zo laag als in de West-Vlaamse hoofdstad. Ook in Moorsele (47,11 procent), Oostende (49,25 procent) en Roeselare (49,65 procent) ligt het slaagsucces onder de helft. In tegenstelling tot het objectieve theoretisch examen, spelen bij de praktijk meerdere factoren een rol.'Ook wij stellen vast dat er in bepaalde centra betere slaagkansen zijn', zegt Peter Landsheere. 'In principe zou dat niet met de examinatoren te maken mogen hebben. Die mensen volgen hetzelfde vademecum. Ik denk dat dat wel goed zit. Volgens mij liggen de oorzaken meer bij de geografische ligging. In een aantal gebieden heb je parcours met minder gevaarlijke punten, met minder fietsers die van langs alle kanten kunnen komen. Uiteindelijk blijft het examen een momentopname.'Dat vindt ook GOCA. 'Iedere examinator krijgt dezelfde opleiding en volgt dezelfde procedure. Geregeld volgt er een bijscholing en intern kan worden gecontroleerd of bij de examinators de slaagkansen veel te hoog of te laag liggen. Een controle zoals in eender welk bedrijf. Het blijft een menselijke beoordeling en die kan lichtjes verschillen. Daar moeten we niet flauw over doen. Maar het behalen van een rijbewijs is geen loterij. De oorzaken liggen eerder bij de stedelijke of landelijke omgeving, de keuze van de opleiding en de vaardigheden en motivatie van de kandidaat-bestuurders zelf. Ik zou me meer zorgen maken, mocht het cijfer overal hetzelfde zijn.'Ondanks de regionale verschillen is er geen sprake van een 'rijbewijstoerisme'. Niet binnen het Vlaamse gewest, niet tussen de drie gewesten onderling. 'Een uitzondering niet te na gesproken, kiezen mensen voor het centrum dat het dichtst bij hen ligt of waar de rijopleiding telkens mee werkt", zegt Peter Landsheere.'Iemand die in Brussel woont en daar een rijopleiding kreeg, zie ik niet meteen naar een makkelijkere regio gaan', denkt GOCA- woordvoerder Marie De Backer. 'Daar heb je toch niets aan? Je moet toch zeker je plan kunnen trekken in de regio waar je woont?'Iedereen kent de verhalen die de ronde doen over examencentra: ze zouden quota moeten halen, een examen op het einde van de week zou moeilijker zijn, sommige examinatoren kom je liever niet tegen, de persoonlijke band tussen instructeur en examinator zou een rol spelen... 'Ik denk dat die verhalen vooral voortkomen uit frustratie', aldus Peter Landsheere. 'Het is een normale reactie om naar andere oorzaken te wijzen. De beoordeling is een deel interpretatie. Als het écht goed of écht slecht is, zal er geen discussie zijn. Maar vaak zit het er ook tussenin. Soms ligt het aan de attitude van de bestuurder, die een rijinstructeur of examinator beter kan inschatten dan de persoon zelf. Wij geloven dat er wel gewerkt wordt naar een gemiddelde, maar niet dat er gezegd wordt: we hebben er al te veel, we gaan nu beslissen om die niet door te laten. Wie bij ons niet klaar lijkt voor het examen, raden we aan het uit te stellen. Maar dat is niet altijd evident.'Verdere stappen tegen een buis blijven beperkt. Na twee falingen bij het praktijkexamen kan een kandidaat een klacht indienen bij de Beroepscommissie, waarin politierechters zullen oordelen. Maar dat komt zeer zelden voor. In West-Vlaanderen waren er in 2017 slechts 7 procedures, op meer dan 25.000 examens. In heel Vlaanderen waren er maar 58 op 130.000 examens. De examens brengen de Vlaamse overheid best wel wat op. Het voorbije jaar belandde er zo 7,3 miljoen euro in de schatkist: 2,3 miljoen met de 150.254 theoretische tests - 15 euro per test - en 5 miljoen euro via de 130.312 praktijkexamens - 39 euro per test. Toch is dat - ondanks een prijsverhoging van 36 naar 39 euro voor het praktijkexamen - geen record. Toen de verstrenging aangekondigd werd, haastten tienduizenden mensen meer dan anders zich nog voor 1 juni 2017 naar de examencentra.