Waar is de vluchteling? Daar is de vluchteling. Verschanst in een bosje langs de autosnelweg. Maar niet iedere vluchteling is bang voor de vreemdelingenpolitie of heeft schrik om linea recta terug naar het thuisfront gestuurd te worden. Sommigen arriveren hier met opgeheven hoofd, klaar om een betekenisvol leven op te bouwen. Zoals Rahmat, een 20-jarige Afghaan, die in 2015 in België belandde, maar ondanks een vlekkeloos integratieparcours op 1 mei terug het vliegtuig op moet. No pasaran.

Op de Dag van de Arbeid draait de Dienst Vreemdelingenzaken overuren.

Ik ken Rahmat niet persoonlijk. Ik ken wel de vrouw die zich engageerde om Rahmat te helpen om zich in België te integreren. Rahmat verliet zijn stad, Jalalabad - een middelgrote stad op 150 km van Kabul - omdat het leven er uitzichtloos was. Met de Taliban die 70% van het land bezet, ligt er voor jonge mannen niet meteen een rooskleurige toekomst in het verschiet.

Het verhaal van Rahmat: 'In Europa worden Alle Menschen Brüder, 't zal wel'

Rahmat koos de wijk en belandde na veel omzwervingen in België. Op de Renoboot in Gent, een omgebouwd gevangenisschip, waar hij met een aantal reisvrienden plannen maakte om werk te maken van een nieuw leven, ver van huis. Hij leerde Esmeralda kennen, die hem als integratie-buddy wou helpen met zijn Nederlands. Spreek de taal van het land en je hebt een streepje voor. Zou je denken. Rahmat bleek een leergierige, vrolijke en sympathieke jongeman. Integreren, dat zou hem wel lukken. Esmeralda introduceerde hem in haar kennissenkring, hielp hem door de administratieve rompslomp van zijn asielaanvraag en had goede hoop: Rahmats integratiewil was groot, en hij zette zich hard in om hier te kunnen blijven. Not a freeloader.

Via een vriendin kon hij twee dagen per week als vrijwilliger aan de slag in een eco-tuin ('Ik heb nog nooit zo'n intelligente werkkracht gehad') en wat later mocht hij als seizoenarbeider beginnen op een bio-boerderij, waar hij met open armen ontvangen werd, en hij na een korte inloopperiode beschouwd werd als een belangrijke aanwinst. Enthousiast, slim, daadkrachtig en met het hart op de juiste plaats. Rahmat leerde Vlaanderen kennen, Vlaanderen leerde Rahmat kennen, en met het verglijden van het voorjaar nam zijn kennis van het Nederlands, en onze mores, toe.

Toen de seizoensarbeid ten einde liep, mocht hij aan de slag in een restaurant in Gent, waar de chef-kok na amper een paar dagen zijn lof haast over de daken schreeuwde; hij was namelijk al een tijdje op zoek naar degelijk keukenpersoneel. 'Nog nooit iemand gekend die na amper twee weken een volledige service kan draaien. Mensen als Rahmat zijn een aanwinst voor de sector; ik vind geen Belgen die dit werk met zoveel enthousiasme willen doen.'

'Mensen als Rahmat zijn een aanwinst voor de sector; ik vind geen Belgen die dit werk met zoveel enthousiasme willen doen.'

Ondertussen was Esmeralda een adoptieprocedure gestart: ze wou Rahmat, met toestemming van zijn ouders in Afghanistan, adopteren. Het zou zijn leven in België makkelijker maken. De sterren stonden goed. Rahmat verpulverde met zijn geestdrift, zijn sterkte en flexibele houding de perceptie die bij veel mensen bestaat over 'de vluchteling' of de 'gelukszoeker'. Hij injecteerde zijn nieuwe kenniskring met vrolijkheid-uit-dankbaarheid. Hij kreeg hier kansen, en verzilverde ze. Dit was iemand die wist wat hij wou, die alle procedures volgde, zich inzette, zich niet verstopte voor de overheid, maar met trots leek te zeggen: "Ik ben Rahmat, ik wil hier wonen en werken. Hier ligt mijn toekomst."

Maar alle positiviteit ten spijt kreeg hij - en Esmeralda - het deksel op de neus. Zijn asielaanvraag werd niet goedgekeurd. De reden? Het leven in Jalalabad is niet zo slecht dat je er niet kan wonen. "Als je zo vindingrijk bent om van daar naar hier te komen, zal je daar ook wel kunnen overleven." Klaar. De overheid stuurt hem terug.

Het reisadvies voor niet-Afghanen luidt nochtans: blijf er weg. Vorige week ontplofte er in Kabul een bom. Er vielen tientallen doden. Op dat moment zat Rahmat al in de Brugse gesloten instelling. In het cachot, nota bene, omdat hij het gewaagd had tegen een basketbal te trappen. Hij zou wel eens iemand kunnen geraakt hebben. In Europa worden 'Alle Menschen Brüder'. 't Zal wel. Tot de Mensch-in-nood aanklopt, we hem met één oog dichtgeknepen monsteren en besluiten: "Neen, toch maar niet."

Waar is de vluchteling? Daar is de vluchteling. Verschanst in een bosje langs de autosnelweg. Maar niet iedere vluchteling is bang voor de vreemdelingenpolitie of heeft schrik om linea recta terug naar het thuisfront gestuurd te worden. Sommigen arriveren hier met opgeheven hoofd, klaar om een betekenisvol leven op te bouwen. Zoals Rahmat, een 20-jarige Afghaan, die in 2015 in België belandde, maar ondanks een vlekkeloos integratieparcours op 1 mei terug het vliegtuig op moet. No pasaran. Op de Dag van de Arbeid draait de Dienst Vreemdelingenzaken overuren. Ik ken Rahmat niet persoonlijk. Ik ken wel de vrouw die zich engageerde om Rahmat te helpen om zich in België te integreren. Rahmat verliet zijn stad, Jalalabad - een middelgrote stad op 150 km van Kabul - omdat het leven er uitzichtloos was. Met de Taliban die 70% van het land bezet, ligt er voor jonge mannen niet meteen een rooskleurige toekomst in het verschiet. Rahmat koos de wijk en belandde na veel omzwervingen in België. Op de Renoboot in Gent, een omgebouwd gevangenisschip, waar hij met een aantal reisvrienden plannen maakte om werk te maken van een nieuw leven, ver van huis. Hij leerde Esmeralda kennen, die hem als integratie-buddy wou helpen met zijn Nederlands. Spreek de taal van het land en je hebt een streepje voor. Zou je denken. Rahmat bleek een leergierige, vrolijke en sympathieke jongeman. Integreren, dat zou hem wel lukken. Esmeralda introduceerde hem in haar kennissenkring, hielp hem door de administratieve rompslomp van zijn asielaanvraag en had goede hoop: Rahmats integratiewil was groot, en hij zette zich hard in om hier te kunnen blijven. Not a freeloader. Via een vriendin kon hij twee dagen per week als vrijwilliger aan de slag in een eco-tuin ('Ik heb nog nooit zo'n intelligente werkkracht gehad') en wat later mocht hij als seizoenarbeider beginnen op een bio-boerderij, waar hij met open armen ontvangen werd, en hij na een korte inloopperiode beschouwd werd als een belangrijke aanwinst. Enthousiast, slim, daadkrachtig en met het hart op de juiste plaats. Rahmat leerde Vlaanderen kennen, Vlaanderen leerde Rahmat kennen, en met het verglijden van het voorjaar nam zijn kennis van het Nederlands, en onze mores, toe. Toen de seizoensarbeid ten einde liep, mocht hij aan de slag in een restaurant in Gent, waar de chef-kok na amper een paar dagen zijn lof haast over de daken schreeuwde; hij was namelijk al een tijdje op zoek naar degelijk keukenpersoneel. 'Nog nooit iemand gekend die na amper twee weken een volledige service kan draaien. Mensen als Rahmat zijn een aanwinst voor de sector; ik vind geen Belgen die dit werk met zoveel enthousiasme willen doen.'Ondertussen was Esmeralda een adoptieprocedure gestart: ze wou Rahmat, met toestemming van zijn ouders in Afghanistan, adopteren. Het zou zijn leven in België makkelijker maken. De sterren stonden goed. Rahmat verpulverde met zijn geestdrift, zijn sterkte en flexibele houding de perceptie die bij veel mensen bestaat over 'de vluchteling' of de 'gelukszoeker'. Hij injecteerde zijn nieuwe kenniskring met vrolijkheid-uit-dankbaarheid. Hij kreeg hier kansen, en verzilverde ze. Dit was iemand die wist wat hij wou, die alle procedures volgde, zich inzette, zich niet verstopte voor de overheid, maar met trots leek te zeggen: "Ik ben Rahmat, ik wil hier wonen en werken. Hier ligt mijn toekomst." Maar alle positiviteit ten spijt kreeg hij - en Esmeralda - het deksel op de neus. Zijn asielaanvraag werd niet goedgekeurd. De reden? Het leven in Jalalabad is niet zo slecht dat je er niet kan wonen. "Als je zo vindingrijk bent om van daar naar hier te komen, zal je daar ook wel kunnen overleven." Klaar. De overheid stuurt hem terug. Het reisadvies voor niet-Afghanen luidt nochtans: blijf er weg. Vorige week ontplofte er in Kabul een bom. Er vielen tientallen doden. Op dat moment zat Rahmat al in de Brugse gesloten instelling. In het cachot, nota bene, omdat hij het gewaagd had tegen een basketbal te trappen. Hij zou wel eens iemand kunnen geraakt hebben. In Europa worden 'Alle Menschen Brüder'. 't Zal wel. Tot de Mensch-in-nood aanklopt, we hem met één oog dichtgeknepen monsteren en besluiten: "Neen, toch maar niet."