Het is een van mijn vroegste herinneringen in het theater: ik viel, een jaar of twaalf geleden, uit mijn stoel van het lachen in het cultureel centrum van Berchem. Ik keek naar Who's Afraid of Virginia Woolf, in de versie van de KOE. Een geweldig stuk van Edward Albee, natuurlijk, maar het was Peter Van den Eede die het echt geestig maakte. Hij speelde George, de norse, cynische man van Martha. Zijn laconieke, droge, terloopse acteerstijl: ik moest om elke zin lachen die hij uitsprak. In die tijd spe...

Het is een van mijn vroegste herinneringen in het theater: ik viel, een jaar of twaalf geleden, uit mijn stoel van het lachen in het cultureel centrum van Berchem. Ik keek naar Who's Afraid of Virginia Woolf, in de versie van de KOE. Een geweldig stuk van Edward Albee, natuurlijk, maar het was Peter Van den Eede die het echt geestig maakte. Hij speelde George, de norse, cynische man van Martha. Zijn laconieke, droge, terloopse acteerstijl: ik moest om elke zin lachen die hij uitsprak. In die tijd speelde hij ook in de tv-programma's van wijlen Patrick De Witte, zoals Kijk eens op de doos. Hij was altijd goed. Jarenlang ging ik naar de voorstellingen van de KOE louter omdat Peter Van den Eede meespeelde. Ik lach graag. Maar hoelang kan zoiets blijven duren? Iemand hoeft maar twee voorstellingen te zien om het te weten dat Peter Van den Eede altijd hetzelfde doet. Precies hetzelfde. Hij speelt alsof hij net de scène op komt lopen zonder goed te weten waarin hij verzeild is geraakt, en spreekt met dedain en meewarigheid tegen de andere acteurs. Ik zag vorige week My Dinner with André in de Bourla. Het is een voorstelling gebaseerd op de film van Louis Malle, die Van den Eede al jarenlang speelt met Damiaan De Schrijver. De heren zitten te eten aan een tafel met wit linnen, terwijl op de achtergrond schrijver Erwin Mortier en journalist Yves Desmet - don't ask - de gerechten bereiden. De voorstelling duurde drieënhalf uur, zonder pauze. My Dinner with André gaat eigenlijk nergens over. Af en toe passeert er een gedachte die de moeite waard is om later op café nog eens op te gooien, maar de voorstelling moet het hebben van het kosmische acteertalent van de twee. Peter Van den Eede was weer zichzelf: altijd praat hij alsof hij tegen halvezolen bezig is. Het publiek vond het hilarisch. Als het de eerste keer was geweest dat ik Van den Eede had zien spelen, had ik waarschijnlijk even royaal meegelachen. Het lukte me niet meer. Ik beken: ik ben tijdens de voorstelling - het was snikheet in de zaal - voor een uurtje naar buiten gelopen om op het terras van De Duifkens een Aperol spritz of twee weg te drinken. Peter Van den Eede is niet de enige acteur die maar één personage lijkt te kennen. Over Damiaan De Schrijver zou je hetzelfde kunnen zeggen, Sien Eggers is nog zo'n voorbeeld. Het uitzonderlijke talent dat daarin schuilt, is misschien wel dat zulke acteurs erin slagen om hun hele carrière toch voor rollen gevraagd te worden.