Onderzoek toont aan dat het vertrouwen in onze politieke instellingen in vrije val is. Regeringen slenteren van legislatuur naar legislatuur, niet in staat om langetermijnbeleid uit te tekenen. Vele factoren liggen daaraan ten grondslag, waaronder onze ingewikkelde staatsstructuur.

De Europese Centrale Bank trok vorige maand aan de alarmbel: België verteert de coronacrisis niet goed. Groeiprognoses nemen een duik en budgettaire vooruitzichten kleuren bloedrood. Ook vóór de pandemie behoorde ons land tot de slechtste leerlingen van de Europese klas.

Rapporten over vergrijzing, disfunctionele arbeidsmarkt en lamentabele infrastructuur liggen al decennialang stof te vergaren. We weten wát we moeten doen, alleen doén we het niet.

Administraties waken over het algemeen belang

Hoe kunnen we zorgen voor een langetermijnreflex, en aandacht voor het algemeen belang, in onze besluitvorming? Er zijn geen wondermiddelen, maar een blik op het buitenland kan helpen. Wat Europese koplopers zoals de Scandinaviërs en Nederlanders gemeen hebben, is dat het kabinettensysteem hen vreemd is.

De afwezigheid van ministeriële kabinetten in een land als Nederland zorgt voor dat langetermijndenken in het beleid zit ingebakken. Ministers hebben geen kabinet, maar werken rechtstreeks samen met de administratie. Ministers en topambtenaren vliegen elkaar dikwijls in de haren, maar gaan wel meteen, no nonsense gewijs naar de essentie. Minder partijpolitiek gespin of ellenlang gedans rond de hete brij.

Het systeem van ministeriële kabinetten verhindert een gezonde politieke cultuur.

Sterke Nederlandse administraties zijn een stabiele factor in het beslissingsproces. Topambtenaren waken over de lange termijn en het algemeen belang. De minister beperkt zich tot politieke beleidskeuzes.

Dictatuur van de korte termijn

Niet zo in België. Onze ministers beschikken over omvangrijke kabinetten, die ze niet zelden invullen met mensen uit de eigen partijrangen. Hoewel kabinetten de machinekamers van de macht uitmaken, is controle niet evident. De vele schandalen zijn daar treffelijke illustraties van.

Hoewel kabinetten door bekwame mensen worden bevolkt, leven partijbelang en algemeen belang met elkaar op gespannen voet. Langetermijnvisie moet vaak de duimen leggen voor de waan van de dag. Peilingen en gebrul op sociale media duwen partijen in constante verkiezingsmodus. De ministeriële kabinetten zijn allerminst immuun voor de dictatuur van de korte termijn.

Daarbij komt nog dat administraties in ons land gepolitiseerd zijn door de vele detacheringen, wat wantrouwen door de kabinetten voedt. In de beleidsarena lopen administratie en kabinet elkaar vaak voor de voeten. Ministers zijn minder geneigd samen te werken met ambtenaren die over de verkeerde partijkaart beschikken. Goede ideeën afkomstig uit de koker van de administratie kunnen met één telefoontje van het kabinet getorpedeerd worden.

Rondjes draaien in een vastgeroest land

Het is begrijpelijk dat een minister verkiest zich te omringen met ideologische zielsverwanten. Een gepolitiseerde administratie is geen aantrekkelijke partner. Het gevolg is een particratie die zich in permanente electorale overlevingsmodus bevindt en er al decennialang niet meer in slaagt grote beslissingen te nemen. België is een vastgeroest land dat constant rondjes draait. We mogen kabinetten niet met alle zonden des Israëls te overladen, maar een hervorming kan deel van de oplossing zijn.

De paarse regeringen ondernamen met het Copernicusplan begin deze eeuw reeds pogingen om de ministeriële kabinetten op te doeken. Zoals wel vaker verdween dit initiatief in de vergeetput van de Wetstraat. De politieke vernieuwing die vele partijen prediken, mag geen praat voor de vaak worden.

Het goede nieuws is immers dat elke individuele minister perfect kan beslissen om de administratie nauwer bij het beleid te betrekken. Waar wacht men op?

Daarnaast dienen parlementen, administraties en burgers de koppen bij elkaar te steken. Een stelselmatige afbouw van ministeriële kabinetten moet de ambitie zijn. Een deel van het kabinet kan aanblijven als politiek secretariaat van de minister, maar de rest schuift door naar de administratie. Tegelijkertijd moeten we de rol van topambtenaren herstellen en een meer doelmatig HR- en loonbeleid bij de administraties voeren.

Politici moeten ook de belangen behartigen van de burgers die niet voor hen gekozen hebben. De almachtige Belgische particratie vloekt met die gedachte. Regeringen moeten de administratie zien als een bondgenoot in het bewaken van het algemeen belang. Dit met heldere beleidsdoelen als gezamenlijke bestemming. Zo kan ons land eindelijk future proof gemaakt worden en terug voeling doen krijgen met het Europese peloton. De tijd dringt.

Thibault Viaene, jurist en lid van de Vrijdaggroep.

Onderzoek toont aan dat het vertrouwen in onze politieke instellingen in vrije val is. Regeringen slenteren van legislatuur naar legislatuur, niet in staat om langetermijnbeleid uit te tekenen. Vele factoren liggen daaraan ten grondslag, waaronder onze ingewikkelde staatsstructuur. De Europese Centrale Bank trok vorige maand aan de alarmbel: België verteert de coronacrisis niet goed. Groeiprognoses nemen een duik en budgettaire vooruitzichten kleuren bloedrood. Ook vóór de pandemie behoorde ons land tot de slechtste leerlingen van de Europese klas. Rapporten over vergrijzing, disfunctionele arbeidsmarkt en lamentabele infrastructuur liggen al decennialang stof te vergaren. We weten wát we moeten doen, alleen doén we het niet. Hoe kunnen we zorgen voor een langetermijnreflex, en aandacht voor het algemeen belang, in onze besluitvorming? Er zijn geen wondermiddelen, maar een blik op het buitenland kan helpen. Wat Europese koplopers zoals de Scandinaviërs en Nederlanders gemeen hebben, is dat het kabinettensysteem hen vreemd is. De afwezigheid van ministeriële kabinetten in een land als Nederland zorgt voor dat langetermijndenken in het beleid zit ingebakken. Ministers hebben geen kabinet, maar werken rechtstreeks samen met de administratie. Ministers en topambtenaren vliegen elkaar dikwijls in de haren, maar gaan wel meteen, no nonsense gewijs naar de essentie. Minder partijpolitiek gespin of ellenlang gedans rond de hete brij. Sterke Nederlandse administraties zijn een stabiele factor in het beslissingsproces. Topambtenaren waken over de lange termijn en het algemeen belang. De minister beperkt zich tot politieke beleidskeuzes. Niet zo in België. Onze ministers beschikken over omvangrijke kabinetten, die ze niet zelden invullen met mensen uit de eigen partijrangen. Hoewel kabinetten de machinekamers van de macht uitmaken, is controle niet evident. De vele schandalen zijn daar treffelijke illustraties van.Hoewel kabinetten door bekwame mensen worden bevolkt, leven partijbelang en algemeen belang met elkaar op gespannen voet. Langetermijnvisie moet vaak de duimen leggen voor de waan van de dag. Peilingen en gebrul op sociale media duwen partijen in constante verkiezingsmodus. De ministeriële kabinetten zijn allerminst immuun voor de dictatuur van de korte termijn. Daarbij komt nog dat administraties in ons land gepolitiseerd zijn door de vele detacheringen, wat wantrouwen door de kabinetten voedt. In de beleidsarena lopen administratie en kabinet elkaar vaak voor de voeten. Ministers zijn minder geneigd samen te werken met ambtenaren die over de verkeerde partijkaart beschikken. Goede ideeën afkomstig uit de koker van de administratie kunnen met één telefoontje van het kabinet getorpedeerd worden. Het is begrijpelijk dat een minister verkiest zich te omringen met ideologische zielsverwanten. Een gepolitiseerde administratie is geen aantrekkelijke partner. Het gevolg is een particratie die zich in permanente electorale overlevingsmodus bevindt en er al decennialang niet meer in slaagt grote beslissingen te nemen. België is een vastgeroest land dat constant rondjes draait. We mogen kabinetten niet met alle zonden des Israëls te overladen, maar een hervorming kan deel van de oplossing zijn.De paarse regeringen ondernamen met het Copernicusplan begin deze eeuw reeds pogingen om de ministeriële kabinetten op te doeken. Zoals wel vaker verdween dit initiatief in de vergeetput van de Wetstraat. De politieke vernieuwing die vele partijen prediken, mag geen praat voor de vaak worden. Het goede nieuws is immers dat elke individuele minister perfect kan beslissen om de administratie nauwer bij het beleid te betrekken. Waar wacht men op? Daarnaast dienen parlementen, administraties en burgers de koppen bij elkaar te steken. Een stelselmatige afbouw van ministeriële kabinetten moet de ambitie zijn. Een deel van het kabinet kan aanblijven als politiek secretariaat van de minister, maar de rest schuift door naar de administratie. Tegelijkertijd moeten we de rol van topambtenaren herstellen en een meer doelmatig HR- en loonbeleid bij de administraties voeren. Politici moeten ook de belangen behartigen van de burgers die niet voor hen gekozen hebben. De almachtige Belgische particratie vloekt met die gedachte. Regeringen moeten de administratie zien als een bondgenoot in het bewaken van het algemeen belang. Dit met heldere beleidsdoelen als gezamenlijke bestemming. Zo kan ons land eindelijk future proof gemaakt worden en terug voeling doen krijgen met het Europese peloton. De tijd dringt.Thibault Viaene, jurist en lid van de Vrijdaggroep.