De Grondwet is de handleiding van de eigenaar en die wijzig je niet zomaar. Wanneer Kamer, Senaat en regering een grondwetswijziging voorstellen, moet het volk worden geconsulteerd in de vorm van verkiezingen. Dat is tenminste de gedachte. In realiteit hebben Kamer en Senaat een lijst artikels voor wijziging geselecteerd zonder dat de bevolking enig benul heeft van de gevolgen.

Het schrappen van 'vrijheid van eredienst' uit de Grondwet zal geen enkel probleem oplossen.

Artikel 19, dat de vrijheid van eredienst en meningsuiting waarborgt, staat op het menu van herziening, evenals artikel 21 (de Staat mag zich niet bemoeien met benoeming bedienaren van de eredienst). Marc Geleyn betoogde in april 2018 in een opiniestuk voor Doorbraak al dat de herziening door vrijzinnigen (hij noemt MR, maar nu zijn vooral Open VLD en PS vragende partij) bedoeld is om levensbeschouwing te verwijderen uit het openbare leven. Zo zou men de frase 'vrijheid van eredienst' willen schrappen uit artikel 19.

Wat is het nut van eventuele herzieningen? Alleszins niet om een liberalere staat te creëren. Professor Guido Vanheeswijck (UA) stelde in maart 2016 in de commissie voor de herziening van de Grondwet en de hervorming van de instellingen: 'Overheidsneutraliteit verder invullen in de richting van lai?citeit, neutralisering en privatisering van religie of levensbeschouwing gaat in tegen de grondbeginselen van de liberale staat. Godsdienstvrijheid die opgesloten wordt in de prive?sfeer is een contradictie.'

Dus blijft de vraag waar de drang vandaan komt om de genoemde artikels te herzien.

Militante islam

Rik Van Cauwelaert benoemde in De Tijd een eerste reden onlangs als 'de olifant in de kamer van de vrijzinnigheid: de door migratie en asielstroom groeiende aanwezigheid van een militante islam'. Hij citeert de coördinator van de Open VLD-studiedienst: 'We stelden evenwel vast dat in de nasleep van de aanslagen in Parijs en de vluchtelingencrisis in onze samenleving veel wordt gesproken over onze waarden en normen en grondrechten.'

Zal het wegwerken van 'vrijheid van eredienst' uit artikel 19 de problemen met de militante islam oplossen? Of zal het toevoegen van een zinnetje als 'de positieve wet heeft voorrang op godsdienstige praktijken' de moeite rond de sharia wegwerken? Het voorbeeld uit juli 2018 van het boerkini-verbod in het Gentse toont aan dat dat niet het geval is. Dat verbod werd door een rechter opgeheven op basis van de antdiscriminitiewet en had dus niets met godsdienstvrijheid te maken. We moeten ons geen rad voor ogen laten draaien. Het wegwerken van 'vrijheid van eredienst' zal de olifant niet uit de kamer verdrijven.

Geloven: een individuele gelegenheid

Een tweede reden is te vinden bij bijvoorbeeld Jurgen Slembroeck (UAntwerpen) die, in antwoord op een open brief van Hans Geybels, stelt dat geloven een individuele aangelegenheid moet worden. Slembroeck beweert dat het 'versterken van de uitgangspunten van de seculiere staat allerminst tot gevolg heeft dat burgers geen uiting meer zouden kunnen geven aan hun levensbeschouwelijke overtuiging of dat die enkel nog in de privésfeer beleefd zou kunnen worden'.

Op korte termijn zal een wijziging van artikel 19 en 21 geen aardverschuiving met zich meebrengen, maar welke zijn de gevolgen op lange termijn? Net nu, wanneer christelijke kerken gevandaliseerd worden (met name in Frankrijk, hét land van de laïciteit) en joden aangevallen worden, omdat ze er joods uitzien. Net nu hebben we nood aan een overheid die ons beschermt. Godsdienstvrijheid afschaffen, religie uit de publieke ruimte bannen, is zeggen: jij, christen, hoort niet thuis in ons straatbeeld. Jij, jood, jij mag enkel in je eigen huis jezelf zijn.

Mijns inziens zijn er niet enkel voor christenen of joden gevolgen, maar voor alle levensbeschouwingen, zelfs voor de vrijzinnige. In het eerder vernoemd verslag zegt professor Vanheeswijck: 'Het politieke liberalisme dat zijn weg gevonden heeft naar onze grondwet, is zelf een levensbeschouwelijk project. Dit project beschouwt mensen als zelfbeschikkers die hun vrijheid in zo groot mogelijke gelijkheid moeten kunnen uitoefenen.'

Dit laat zien dat laïciteit zelf gebaseerd is op een levensbeschouwing. Wanneer die levensbeschouwing boven de anderen verheven wordt door haar principes in te schrijven in de Grondwet, wordt de facto één levensbeschouwing opgelegd. Is dat waar we naartoe willen? Hoeveel ruimte zal er dan op langere termijn zijn om anders te denken?

Essentieel onderdeel

Artikel 19 over vrijheid van eredienst erkent dat religie of levensbeschouwing een essentieel onderdeel is van onze identiteit en dat er ruimte moet zijn voor verschillende zienswijzen. Ik ben oprecht bezorgd dat het schrappen van uitdrukkelijke vrijheid van eredienst zal zorgen voor een groeiende negatieve houding tegenover levensbeschouwing. En daarbij geloof ik dat die bezorgdheid gedeeld wordt door vele duizenden mensen uit diverse levensbeschouwelijke hoeken. Waar eindigt het verhaal dat begint met het schrappen van vrijheid van eredienst? Ik durf niet samen met Jurgen Slembroeck zeggen dat het geen gevolgen zal hebben voor het uiten van levensbeschouwelijke overtuigingen.

Als er aan de Grondwet gemorreld wordt, dan moet de kiezer geconsulteerd worden. Het volk dient te weten waarom er wijzigingen aan artikel 19 en 21 aangebracht worden en welke de gevolgen zijn. Naar wat voor een maatschappij zijn we onderweg? Een cleane, maar onvrije maatschappij, die bang is voor de eigen geschiedenis en cultuur? Ik pleit dan ook voor constructief overleg tussen vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwingen en verschillende politieke partijen.

Maarten Hertoghs is leider in een evangelische kerk en verbonden aan de Evangelische Christengemeenten Vlaanderen (ECV).