In een opiniestuk op Knack.be reageert kandidaat-voorzitter van Jong VLD Philippe Nys stevig op uitspraken van Mark Elchardus naar aanleiding van de lancering van zijn boek 'Reset'. Nys leest het pleidooi van Elchardus voor gemeenschapsdenken als een voorbode voor de dictatuur van de meerderheid en zet het liberalisme daartegenover als enige alternatief. Dat alternatief is er echter wel, namelijk een personalistische samenleving dat de liberale democratie schraagt op een sterke gemeenschap.

Het kernprobleem is bekend: in de hypergeglobaliseerde wereld van deze eeuw gaan de mogelijkheden van het individu veel verder dan de nationale grenzen van de staat waarin dat individu woont. Tegelijkertijd zijn die natiestaten wél nog het vehikel waarin de besluitvorming plaatsvindt. Het individu kan echter enkel gebruik maken van zijn onbegrensde vrijheid als alle natiestaten dezelfde, liberale regels invoeren. De vrijheid van personen, goederen, diensten en kapitaal in het interne marktrecht van de EU zijn op die manier voorbeelden van wat de populaire liberale filosoof Friedrich Hayek 'isonomy' noemt in zijn boek 'Law, Legislation and Liberty', namelijk de noodzaak dat verschillende staten allemaal dezelfde liberale wetten en instellingen moeten invoeren om de markteconomie het best te laten functioneren.

Het personalisme verenigt het gemeenschapsdenken met de liberale democratie.

In die geest ontstond sinds het einde van de jaren 1970 een autonome liberale ordening die zich heeft onttrokken aan het nationale democratische debat dat zich nog altijd voornamelijk nationaal afspeelt. Europese verdragen, ruim geïnterpreteerd door het Hof van Justitie, vrijhandelsakkoorden, monetair - en handelsbeleid, allen uitgesproken liberaal, zijn niet het onderwerp van het Vlaamse of Belgische democratische debat. Integendeel, wanneer Paul Magnette in 2017 vragen stelde bij het vrijhandelsakkoord CETA met Canada, was de algemene teneur dat Wallonië niet kinderachtig moest doen en een snelle ratificatie niet mocht tegenhouden. Nochtans hangt de Belgische economie, en dus ook de Belgische welvaart, veel sterker af van het beleid van de EU en de ECB dan van de begrotingsopmaak van de federale regering.

Wat is het resultaat van deze evolutie? In de eerste plaats grote economische groei en welvaart, uiteraard, maar daarnaast ook groepen in de samenleving die economisch én cultureel vervreemd zijn achtergebleven. Het gaat om mensen die afhankelijk waren van industrieën waarin de productie inmiddels is verhuisd naar lageloonlanden, gebruik makend van het vrij verkeer van vestiging, of mensen die plots hun buurt zagen veranderen, door mensen die gebruik maakten van het vrij verkeer van personen en het EU-burgerschap. Hun onmiddellijke leefwereld is drastisch veranderd zonder dat ze daar ook maar één keer over zijn bevraagd. De nationaal-populistische partijen hoeven enkel 'take back control' te roepen en hun electorale winst te tellen.

De oplossing? Geen protectionisme of racisme, maar personalisme. Mensen zullen niet het gevoel krijgen weer mee te tellen door uit de EU te stappen of geen migranten meer binnen te laten. Nee, fundamenteel gaat het om een gevoel van verbondenheid met elkaar dat vandaag ontbreekt. In de huidige geïndividualiseerde samenleving zijn we allemaal eilandjes, verbonden via de smartphone, maar eigenlijk vooral alleen.

Daar tegenover staat, en door komt Elchardus weer piepen, de gemeenschap, waar burgers zich kunnen ontplooien in relatie tot andere mensen. Personalisten geloven dat de gemeenschap mensen de kans geeft om onderdeel te zijn van een groter geheel, om burger te zijn van een samenleving, eerder dan een individu op een eiland. Dat geeft mensen een gevoel van impact, een gevoel mee te tellen. Bovendien is de gemeenschap de meest duurzame basis om solidariteit te organiseren. Wie het individu als enige relevante maatschappelijke actor beschouwt en dat radicaal doortrekt, heeft namelijk geen boodschap aan structurele welvaartsherverdeling van rijk naar arm.

Laat ons daarom identiteit en gemeenschapsdenken niet overlaten aan rechts-populisten, maar net omarmen. Uiteraard volgt daaruit niet de gemeenschap bij simpele meerderheid individuele vrijheden en rechten in de uitverkoop kan zetten, zoals Philippe Nys voorhoudt. Integendeel, het mooie aan de gemeenschap is dat het net doordrongen is van het idee dat het méér is dan de meerderheid +1. Burgers van nu staan namelijk als dwergen op de schouders van reuzen, de voorbije generaties. Sterker nog, die fundamentele mensenrechten zijn onderdeel van de Westerse waarden die de fond vormen van onze gemeenschap en zijn daarom verankerd in onze moeilijk wijzigbare Grondwet.

De keuze die Nys voorhoudt tussen autoritaire regimes die de mensenrechten in de uitverkoop zetten enerzijds en het liberalisme anderzijds, is dus een valse keuze. Het personalisme, met een nadruk en een ondersteuning van de gemeenschap als vangnet én trampoline voor alle burgers, is daarom het enige geloofwaardige antwoord.

In een opiniestuk op Knack.be reageert kandidaat-voorzitter van Jong VLD Philippe Nys stevig op uitspraken van Mark Elchardus naar aanleiding van de lancering van zijn boek 'Reset'. Nys leest het pleidooi van Elchardus voor gemeenschapsdenken als een voorbode voor de dictatuur van de meerderheid en zet het liberalisme daartegenover als enige alternatief. Dat alternatief is er echter wel, namelijk een personalistische samenleving dat de liberale democratie schraagt op een sterke gemeenschap.Het kernprobleem is bekend: in de hypergeglobaliseerde wereld van deze eeuw gaan de mogelijkheden van het individu veel verder dan de nationale grenzen van de staat waarin dat individu woont. Tegelijkertijd zijn die natiestaten wél nog het vehikel waarin de besluitvorming plaatsvindt. Het individu kan echter enkel gebruik maken van zijn onbegrensde vrijheid als alle natiestaten dezelfde, liberale regels invoeren. De vrijheid van personen, goederen, diensten en kapitaal in het interne marktrecht van de EU zijn op die manier voorbeelden van wat de populaire liberale filosoof Friedrich Hayek 'isonomy' noemt in zijn boek 'Law, Legislation and Liberty', namelijk de noodzaak dat verschillende staten allemaal dezelfde liberale wetten en instellingen moeten invoeren om de markteconomie het best te laten functioneren.In die geest ontstond sinds het einde van de jaren 1970 een autonome liberale ordening die zich heeft onttrokken aan het nationale democratische debat dat zich nog altijd voornamelijk nationaal afspeelt. Europese verdragen, ruim geïnterpreteerd door het Hof van Justitie, vrijhandelsakkoorden, monetair - en handelsbeleid, allen uitgesproken liberaal, zijn niet het onderwerp van het Vlaamse of Belgische democratische debat. Integendeel, wanneer Paul Magnette in 2017 vragen stelde bij het vrijhandelsakkoord CETA met Canada, was de algemene teneur dat Wallonië niet kinderachtig moest doen en een snelle ratificatie niet mocht tegenhouden. Nochtans hangt de Belgische economie, en dus ook de Belgische welvaart, veel sterker af van het beleid van de EU en de ECB dan van de begrotingsopmaak van de federale regering.Wat is het resultaat van deze evolutie? In de eerste plaats grote economische groei en welvaart, uiteraard, maar daarnaast ook groepen in de samenleving die economisch én cultureel vervreemd zijn achtergebleven. Het gaat om mensen die afhankelijk waren van industrieën waarin de productie inmiddels is verhuisd naar lageloonlanden, gebruik makend van het vrij verkeer van vestiging, of mensen die plots hun buurt zagen veranderen, door mensen die gebruik maakten van het vrij verkeer van personen en het EU-burgerschap. Hun onmiddellijke leefwereld is drastisch veranderd zonder dat ze daar ook maar één keer over zijn bevraagd. De nationaal-populistische partijen hoeven enkel 'take back control' te roepen en hun electorale winst te tellen.De oplossing? Geen protectionisme of racisme, maar personalisme. Mensen zullen niet het gevoel krijgen weer mee te tellen door uit de EU te stappen of geen migranten meer binnen te laten. Nee, fundamenteel gaat het om een gevoel van verbondenheid met elkaar dat vandaag ontbreekt. In de huidige geïndividualiseerde samenleving zijn we allemaal eilandjes, verbonden via de smartphone, maar eigenlijk vooral alleen. Daar tegenover staat, en door komt Elchardus weer piepen, de gemeenschap, waar burgers zich kunnen ontplooien in relatie tot andere mensen. Personalisten geloven dat de gemeenschap mensen de kans geeft om onderdeel te zijn van een groter geheel, om burger te zijn van een samenleving, eerder dan een individu op een eiland. Dat geeft mensen een gevoel van impact, een gevoel mee te tellen. Bovendien is de gemeenschap de meest duurzame basis om solidariteit te organiseren. Wie het individu als enige relevante maatschappelijke actor beschouwt en dat radicaal doortrekt, heeft namelijk geen boodschap aan structurele welvaartsherverdeling van rijk naar arm. Laat ons daarom identiteit en gemeenschapsdenken niet overlaten aan rechts-populisten, maar net omarmen. Uiteraard volgt daaruit niet de gemeenschap bij simpele meerderheid individuele vrijheden en rechten in de uitverkoop kan zetten, zoals Philippe Nys voorhoudt. Integendeel, het mooie aan de gemeenschap is dat het net doordrongen is van het idee dat het méér is dan de meerderheid +1. Burgers van nu staan namelijk als dwergen op de schouders van reuzen, de voorbije generaties. Sterker nog, die fundamentele mensenrechten zijn onderdeel van de Westerse waarden die de fond vormen van onze gemeenschap en zijn daarom verankerd in onze moeilijk wijzigbare Grondwet.De keuze die Nys voorhoudt tussen autoritaire regimes die de mensenrechten in de uitverkoop zetten enerzijds en het liberalisme anderzijds, is dus een valse keuze. Het personalisme, met een nadruk en een ondersteuning van de gemeenschap als vangnet én trampoline voor alle burgers, is daarom het enige geloofwaardige antwoord.