Sinds deze legislatuur is Vlaanderen bevoegd voor dierenwelzijn. Een taak die minister Ben Weyts actief op zich nam, met enkele positieve maatregelen als gevolg. Vooral het verbod op het onverdoofd slachten was een echte doorbraak. Toch moeten we tot onze spijt vaststellen dat het daarbuiten beperkt bleef tot 'window dressing', met enkele in het oog springende acties voor gezelschapsdieren als katten en honden. Het onnoemelijke leed van de miljoenen dieren in de Vlaamse vee-industrie blijft evenwel voortduren.

Het onnoemelijke leed van de miljoenen dieren in de Vlaamse vee-industrie duurt voort.

Want het mag duidelijk zijn: de industriële manier waarop vlees geproduceerd wordt in Vlaanderen leidt nog altijd tot een systematische schending van de dierenrechten. De traditionele boerderijen bestaan niet meer, in de plaats kwamen heuse vleesfabrieken. Plekken waar dieren gereduceerd worden tot handelsvoorwerpen, voor wie elke vorm van leven onmogelijk gemaakt wordt. De dieren in onze 'moderne' vee-industrie kunnen zich niet natuurlijk ontwikkelen. Ze zijn vaak verzwakt, ziek en zelfs misvormd. Besmettelijke ziektes tieren welig door een gebrek aan weerstand. Het meest gebruikte lapmiddel, grote hoeveelheden antibiotica, zorgt voor ongezond vlees. Ondertussen stapelen de schandalen - dioxine, gekkekoeienziekte, varkenspest, ... - zich op. Het ultieme lapmiddel, een massale slachting van alle dieren, is een schandvlek op onze moderne maatschappij.

Dierenrechtenorganisaties als GAIA of Animal Rights brengen aan de lopende band overtredingen van de bestaande wetgeving inzake dierenwelzijn aan het licht. Des te schokkender zijn de beelden van dierenmishandeling die in feite wettelijk blijken te zijn, conform de Europese en Vlaamse regelgeving. De regels zijn duidelijk niet streng genoeg en worden niet fatsoenlijk nageleefd.

Het resultaat is dat dierenleed structureel ingebakken zit in de vee-industrie, waarbij de varkenssector de kroon spant. Elk jaar worden in Vlaanderen 11 miljoen varkens naar de slachtbank gevoerd. Elk jaar worden 2 miljoen biggen onverdoofd gecastreerd. Eén op de zeven biggen sterft bij de geboorte. De biggen die overleven, blijven amper 24 dagen bij hun moeder, ofwel minder dan de helft van de natuurlijke zoogtijd van 56 dagen. Uiteindelijk wordt een varken 'vetgemest' in 137 dagen om op ons bord te belanden. Bij de kippen is het niet veel beter. Liefst 97 procent van de kippen vallen onder de noemer 'plofkippen', waarbij kuikens van 50 gram op enkele weken tijd worden opgepompt naar kippen van 2 kilogram met alle gezondheidsproblemen die daarbij horen. Longen en hart kunnen niet volgen en de kippen leiden een kort en bijzonder pijnlijk leven.

Een halvering van de veestapel mag geen taboe zijn.

Tijdens die korte levensloop ziet zo goed als geen enkel varken ook maar een schijntje buitenlucht. De wetgever voorziet één schamele vierkante meter ruimte voor elk varken dat meer dan 100 kg weegt, een big moet het stellen met gemiddeld 15 dm². In de schaduw van de varkensstal zijn het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden bij varkens schering en inslag, hoewel dit wettelijk verboden is. Dit is dieronwaardig en een modern land in de 21ste eeuw onwaardig.

Groen wil eindelijk die 21ste eeuw in en evolueren naar een 100% duurzame veehouderij. Daarbij bannen we alle pijnlijke en verminkende ingrepen en verbieden we het vernietigen van zogenaamde 'nutteloze' dieren. De minimaal beschikbare binnen- en buitenruimte moet omhoog tot minstens het niveau zoals aanbevolen door het Europees wetenschappelijk comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren. Daarbij steunt Groen de boeren die een voortrekkersrol spelen in de transitie naar een milieu- en diervriendelijke veehouderij via omschakelingspremies, een fonds voor diervriendelijke teelt en een efficiënte omkadering.

Het is duidelijk, we moeten naar een kleinere veestapel, zeker ook als we de klimaatdoelstellingen willen behalen. Dan mag een halvering van de veestapel geen taboe zijn. Het kan niet dat we als Vlaanderen vier keer zo veel varkens produceren dan we zelf consumeren. Bij kippen is dat verschil nog groter. Groen wil pioniers ondersteunen die nog een stapje verder gaan. Denk maar aan de Green Deal Weidevarkens in Nederland. Weidevarkens staan niet op stal, maar scharrelen dag en nacht vrij rond in bos of weide. Het resultaat is gezonder en lekkerder vlees. Via een doorgedreven korte keten-markt zorgen we ervoor dat de boer meer overhoudt dan nu het geval is. De betrokkenheid van klanten en de hogere toegevoegde waarde zijn hierbij de sleutel tot het succes. Na de scharrelkip, is het tijd voor het scharrelvarken. Zo winnen niet alleen de dieren, maar ook de consumenten en de boeren.

Bart Caron is Vlaams parlementslid voor Groen.

Sinds deze legislatuur is Vlaanderen bevoegd voor dierenwelzijn. Een taak die minister Ben Weyts actief op zich nam, met enkele positieve maatregelen als gevolg. Vooral het verbod op het onverdoofd slachten was een echte doorbraak. Toch moeten we tot onze spijt vaststellen dat het daarbuiten beperkt bleef tot 'window dressing', met enkele in het oog springende acties voor gezelschapsdieren als katten en honden. Het onnoemelijke leed van de miljoenen dieren in de Vlaamse vee-industrie blijft evenwel voortduren.Want het mag duidelijk zijn: de industriële manier waarop vlees geproduceerd wordt in Vlaanderen leidt nog altijd tot een systematische schending van de dierenrechten. De traditionele boerderijen bestaan niet meer, in de plaats kwamen heuse vleesfabrieken. Plekken waar dieren gereduceerd worden tot handelsvoorwerpen, voor wie elke vorm van leven onmogelijk gemaakt wordt. De dieren in onze 'moderne' vee-industrie kunnen zich niet natuurlijk ontwikkelen. Ze zijn vaak verzwakt, ziek en zelfs misvormd. Besmettelijke ziektes tieren welig door een gebrek aan weerstand. Het meest gebruikte lapmiddel, grote hoeveelheden antibiotica, zorgt voor ongezond vlees. Ondertussen stapelen de schandalen - dioxine, gekkekoeienziekte, varkenspest, ... - zich op. Het ultieme lapmiddel, een massale slachting van alle dieren, is een schandvlek op onze moderne maatschappij.Dierenrechtenorganisaties als GAIA of Animal Rights brengen aan de lopende band overtredingen van de bestaande wetgeving inzake dierenwelzijn aan het licht. Des te schokkender zijn de beelden van dierenmishandeling die in feite wettelijk blijken te zijn, conform de Europese en Vlaamse regelgeving. De regels zijn duidelijk niet streng genoeg en worden niet fatsoenlijk nageleefd.Het resultaat is dat dierenleed structureel ingebakken zit in de vee-industrie, waarbij de varkenssector de kroon spant. Elk jaar worden in Vlaanderen 11 miljoen varkens naar de slachtbank gevoerd. Elk jaar worden 2 miljoen biggen onverdoofd gecastreerd. Eén op de zeven biggen sterft bij de geboorte. De biggen die overleven, blijven amper 24 dagen bij hun moeder, ofwel minder dan de helft van de natuurlijke zoogtijd van 56 dagen. Uiteindelijk wordt een varken 'vetgemest' in 137 dagen om op ons bord te belanden. Bij de kippen is het niet veel beter. Liefst 97 procent van de kippen vallen onder de noemer 'plofkippen', waarbij kuikens van 50 gram op enkele weken tijd worden opgepompt naar kippen van 2 kilogram met alle gezondheidsproblemen die daarbij horen. Longen en hart kunnen niet volgen en de kippen leiden een kort en bijzonder pijnlijk leven.Tijdens die korte levensloop ziet zo goed als geen enkel varken ook maar een schijntje buitenlucht. De wetgever voorziet één schamele vierkante meter ruimte voor elk varken dat meer dan 100 kg weegt, een big moet het stellen met gemiddeld 15 dm². In de schaduw van de varkensstal zijn het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden bij varkens schering en inslag, hoewel dit wettelijk verboden is. Dit is dieronwaardig en een modern land in de 21ste eeuw onwaardig.Groen wil eindelijk die 21ste eeuw in en evolueren naar een 100% duurzame veehouderij. Daarbij bannen we alle pijnlijke en verminkende ingrepen en verbieden we het vernietigen van zogenaamde 'nutteloze' dieren. De minimaal beschikbare binnen- en buitenruimte moet omhoog tot minstens het niveau zoals aanbevolen door het Europees wetenschappelijk comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren. Daarbij steunt Groen de boeren die een voortrekkersrol spelen in de transitie naar een milieu- en diervriendelijke veehouderij via omschakelingspremies, een fonds voor diervriendelijke teelt en een efficiënte omkadering. Het is duidelijk, we moeten naar een kleinere veestapel, zeker ook als we de klimaatdoelstellingen willen behalen. Dan mag een halvering van de veestapel geen taboe zijn. Het kan niet dat we als Vlaanderen vier keer zo veel varkens produceren dan we zelf consumeren. Bij kippen is dat verschil nog groter. Groen wil pioniers ondersteunen die nog een stapje verder gaan. Denk maar aan de Green Deal Weidevarkens in Nederland. Weidevarkens staan niet op stal, maar scharrelen dag en nacht vrij rond in bos of weide. Het resultaat is gezonder en lekkerder vlees. Via een doorgedreven korte keten-markt zorgen we ervoor dat de boer meer overhoudt dan nu het geval is. De betrokkenheid van klanten en de hogere toegevoegde waarde zijn hierbij de sleutel tot het succes. Na de scharrelkip, is het tijd voor het scharrelvarken. Zo winnen niet alleen de dieren, maar ook de consumenten en de boeren.Bart Caron is Vlaams parlementslid voor Groen.