Van alle schouwburgen is de Antwerpse Bourla mij het dierbaarst. Ik zag er voor het eerst theater voor grote mensen, droomde er in die tijd weleens van om ooit zelf op dat majestueuze podium te staan, en voel mij er sindsdien thuis. Ik ga naar alle grote voorstellingen kijken die het Toneelhuis produceert. Uit gewoonte, intussen, en omdat ik de Bourla graag binnenwandel. Des te pijnlijker was de verbijsterende voorstelling die ik er in mei moest uitzitten. Het was een mokerslag van de verkeerde soort. Ik verbeeldde me tijdens de vijf kwartier durende beproeving hoe ik, net als aan het eind van de jaren zestig weleens in Nederlandse theaterzalen gebeurde, met het smijten van tomaten de acteurs van het podium zou krijgen. Helaas, ik ben geen held, ik ben een columnist.
...