'Nu is het voor echt. Ik ben kandidaat op de lijst voor het Vlaams Parlement.' 'Wat een ongelooflijke eer dat ik op plaats twee mag staan!' 'Ik ben onze lijsttrekker zo dankbaar voor zijn vertrouwen in mij #indewolken'
...

'Nu is het voor echt. Ik ben kandidaat op de lijst voor het Vlaams Parlement.' 'Wat een ongelooflijke eer dat ik op plaats twee mag staan!' 'Ik ben onze lijsttrekker zo dankbaar voor zijn vertrouwen in mij #indewolken' U zal ze ook al wel zijn tegengekomen op Facebook of Instagram: kennissen die apetrots laten weten dat ze straks kandidaat zijn bij de Vlaamse of federale verkiezingen. Meestal maken ze van de gelegenheid gebruik om een nieuwe profielfoto te posten, al dan niet versierd met het partijlogo. Ze schrijven dat ze ontzettend vereerd zijn, dat ze de kopman- of vrouw die hen het hof heeft gemaakt toch zo dankbaar zijn, dat ze er helemaal voor zullen gaan, dat ze alles op alles zullen zetten om iets te veranderen straks. Veruit de meesten ménen dat ook echt. Hoe ik dat zo zeker weet? Omdat ik hen - of toch debutanten zoals zij - heb leren kennen toen Knack in de aanloop naar verkiezingen nog zogenaamde campagnejournaals publiceerde. Dagenlang ging ik op stap met witte konijnen, kabinetsmedewerkers die zich klaar voelden voor het echte werk, lokale mandatarissen die een beloning verdienden en mensen die zich ergens ter hoogte van het middenveld verdienstelijk hadden gemaakt. Er was een kabinetschef bij die samen met haar mama campagne voerde op de markt van haar thuisstad. Later schopte ze het tot partijvoorzitster. Een vakbondsvrouw die bij wijze van campagne op kroegentocht ging in de Kempen, werd later minister. Maar veel anderen zijn al lang van het nationale toneel verdwenen - ik kan me amper nog hun namen herinneren. Sommigen omdat ze nooit verkozen zijn geraakt. Anderen omdat ze na vier of vijf jaar in alle stilte gewerkt te hebben alweer afdropen of werden afgeserveerd.Soms terecht. Er zijn nu eenmaal parlementsleden die slecht gecast blijken, een tikkeltje lui zijn of zelfs uit de bocht gaan. Maar veel heeft ook te maken met het erbarmelijke personeelsbeleid van sommige partijen en parlementsfracties. Debutanten worden er met veel bombarie en beloften binnengehaald. Maandenlang wordt benadrukt hoe ontzettend graag de partij hen erbij wil. Omdat zij het verschil kunnen maken, een enorme meerwaarde zijn, voor een nieuwe wind kunnen zorgen ook. Alle vrijheid zullen ze krijgen om zichzelf te blijven binnen de partijstructuren. Maar na de verkiezingen moeten ze - zoals iedereen - in het spoortje lopen en vooral niet voor problemen zorgen. In heel wat fracties worden ze na de jolige introductiedag amper nog inhoudelijk begeleid. Al helemaal niet bij de voorbereiding van dossiers die voor hen cruciaal zijn maar voor hun partij net iets minder. Wel worden ze tegenwoordig haast allemaal gemediatraind. Praten ze de eerste maanden na hun verkiezing nog enthousiast en openlijk over de dossiers die hen na aan het hart liggen en delen ze hun frisse blik op het politieke bedrijf, dan verwijzen ze journalisten een paar maanden later wijselijk door naar hun fractieleider of naar de woordvoerder van dienst. Kwestie van niets verkeerds te zeggen en de partijstrategie niet te doorkruisen.Ik heb ze even opgezocht, de kandidaten die ik een paar verkiezingen geleden voor die campagnejournaals heb gevolgd. Stuk voor stuk mensen die echt iets wilden veranderen en bereid waren daar keihard voor te werken. Twee zijn ondertussen teruggekeerd naar de heel plaatselijke politiek en hebben daarnaast een gewone job gezocht, eentje werkt als adviseur op een kabinet, een ander is van partij veranderd en er zijn er ook drie van wie ik geen spoor meer kan terugvinden. De kans is groot dat ook veel van de bejubelde kandidaten uit deze campagne over een paar jaar al has beens zullen zijn. 'Zo werkt de politiek nu eenmaal', zei een partijvoorzitter me ooit. 'Het is zwemmen of verzuipen. Alleen de besten komen bovendrijven.' Dat kan wel zijn, maar biedt dan tenminste een cursus schoolslag aan. En gooi mensen die pas hun zwembrevet hebben af en toe een reddingsboei toe. Dat lijkt me constructiever dan aan de rand van het zwembad te staan toekijken wie het langst zonder zuurstof kan.