Een belangrijke les in de geschiedenis is dat we het verleden niet mogen beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. In de onderzoeksliteratuur staat deze dwaling beter bekend als de nunc pro tunc (het nu voor toen nemen) of presentisme. Voormalig VRT-journalist Peter Verlinden grijpt in een voorpublicatie van zijn boek Zwarte Trots, Witte Schaamte - over kolonisatie en racisme naar dit argument om duidelijk te maken dat we het Belgische koloniale verleden niet moeten beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. Als we terugblikken naar ons koloniale verleden in Congo dan stelt Verlinden dat er 'niet de minste twijfel over bestaat dat het toenmalige koloniale beleid gevoerd werd conform de destijds geldende politieke, ethische en juridische normen.'

Het is geen verrassing dat een nieuwe zwarte generatie ten strijde trekt tegen onze koloniale mentaliteit.

Volgens Verlinden 'maakt deze vaststelling hedendaagse excuses voor dat beleid, in de zin van het erkennen van schuld en dus fouten, wel bijzonder precair.' Iets wat in het verleden werd gezien als goed en in overeenstemming met de toen geldende politieke, ethische en juridische normen, mag je vandaag niet beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. Doet men dat dan toch en aldus overgaat tot het erkennen van schuld dan zou dit volgens Verlinden betekenen dat 'de huidige politieke leiders de schuld op zich zouden nemen voor een beleid dat op dat ogenblik als volstrekt legitiem beoordeeld werd en zelfs lovenswaardig.'

Hoewel presentisme in vele opzichten zeker geldt als een logische dwaling in de geschiedschrijving klopt dit minder als we ook rekening houden met het massale antikoloniale verzet van de Congolezen en de talrijke kritieken op het kolonialisme door zowel witte en zwarte intellectuelen uit die tijd.

Antikoloniaal verzet

Het is van groot belang goed voor ogen te houden dat de Belgische kolonisatie van Congo van de meet af aan gepaard is gegaan met allerhande vormen van 'inheems verzet' tegen de kolonisator. Dat hoeft eigenlijk ook niet te verbazen want verzet tegen onrecht is van alle tijden. Mensen zijn immers morele wezens. Ze beoordelen alles voortdurend in termen van goed en kwaad. Er kan dan ook weinig twijfel over bestaan dat de 'Congolezen' de Belgische kolonisator als een vreemde indringer moeten hebben beschouwd.

Al vanaf het prille begin van de kolonisatie hebben ze zich verzet tegen de Belgische kolonisator en dat deden ze gaandeweg met opstanden, stakingen en allerhande vormen van meer subtiel verzet door bijvoorbeeld het beeld van Christus zwart te maken, de machines te saboteren, trager te werken, niet komen opdagen, voortdurend van werk veranderen, enzovoort. Hoe kan men vanuit deze optiek van antikoloniaal verzet dan nog de bewering hard maken dat het Belgische kolonialisme in die tijd als voltrekt legitiem werd beschouwd? Adolf Hitler kwam toch ook op een volstrekt wettelijke wijze aan de macht.

Het valt dus nog te bezien of het koloniale beleid toen wel gebaseerd was op geldende politieke, ethische en juridische normen. Zo bevatte de koloniale wetgeving overtredingen die enkel konden begaan worden door de gekoloniseerden. De schendingen van de koloniale orde die leidde tot strafrechtelijke vervolgingen, druisten ook geregeld in tegen de scheiding der machten. Een nog veel concreter voorbeeld is dat Congolezen nog wel de doodstraf konden krijgen, terwijl in België, met uitzondering van beide wereldoorlogen, dat niet meer werd toegepast.

Elk vorm van verzet werd ook altijd hardhandig in de kiem gesmoord. We denken hier bijvoorbeeld dan aan de opstand die in 1931 uitbrak in het district Kwango en waarbij ongeveer 500 slachtoffers vielen. Maar ook eerder al - ten tijde van de Kongo-Vrijstaat was er al sprake van diverse verzetshaarden en opstanden, en dan denken we bijvoorbeeld aan de zogenaamde opstand van de Batetela in Luluaburg in 1895-1896. Een boek over het Congolese antikoloniale verzet in al zijn dimensies, vanaf de beginperiode tot de laatste dagen van Belgisch-Congo zal ongetwijfeld ons historische kennis over het koloniale verleden verder verrijken.

Antikoloniale kritiek

Verlinden schrijft verder nog dat 'het kolonialisme als systeem in de eerste helft van de twintigste eeuw niet alleen algemeen aanvaard werd, maar zelfs beschouwd als de ideale bestuursvorm voor wat toen aangezien werd als "primitieve staten".' Ook deze stelling botst op het feit dat men vanaf de jaren twintig kritieken op het kolonialisme begon te formuleren.

Zonder hier volledigheid te willen na streven, is een korte opsomming hier op zijn plaats. In de jaren twintig en dertig had je bijvoorbeeld al de opkomst van de Négritude-beweging, een beweging van zwarte intellectuelen die zich verzetten tegen het kolonialisme en racisme in de Franse koloniale rijken in West-Afrika. In diezelfde periode vestigden filosofen, sociologen en journalisten in Europa vooreerst hun aandacht op het 'racisme', hoewel het aanvankelijk enkel in verband werd gebracht met de politieke ideologie van Hitler en de nazi's.

Maar niet veel later, in volle oorlogstijd, verschijnen de eerste Europese kritieken op het kolonialisme. Wie bijvoorbeeld de teksten over racisme van de Duits-Joodse filosofe Hannah Arendt uit de jaren veertig erop naleest, zal opmerken dat zij misschien wel één van de eerste denkers was die een onderling verband legde tussen nazisme, imperialisme en kolonialisme. En eerder al schreef de Franse filosofe Simone Weil krachtige kritieken op het Franse kolonialisme dat in haar ogen onverenigbaar was met Frankrijk dat zichzelf beschouwde als de wereldkampioen van mensenrechten. Langs de andere kant verscheen in 1950 het discours sur colonialisme van de Martineekse politicus en dichter Aimé Césaire. Twee jaar later verschijnt Masque Blanc peau noire, één van de meest invloedrijke boeken over racisme, geschreven door de eveneens van Martinique afkomstige psychiater Frantz Fanon.

Al deze voorbeelden laten al zien dat je het verleden alleen al kan beoordelen op basis van de kritische tegenstemmen uit die tijd.

Kolonialisme als moreel kwaad

Verlinden gelooft echter nog wel dat de 'politieke verantwoordelijken van vandaag een kritische evaluatie kunnen maken van het vroeger gevoerde beleid op een bepaald terrein, in dit geval de internationale politiek en meer specifiek de koloniale politiek.'

Ook hier kan een kanttekening bij geplaatst worden, want als we enkel een kritische evaluatie maken van bepaalde aspecten van de koloniale politiek dan blijft het kolonialisme als bestuurssysteem buiten schot. Er zijn namelijk filosofische analyses die een stap verder zetten en betogen dat we het kolonialisme als een moreel kwaad moeten zien.

Deze visie is natuurlijk veel radicaler, maar ook veel consequenter omdat het geen onderscheid wenst te maken tussen de verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid die plaatsvonden ten tijde van het Belgische kolonialisme in Midden-Afrika en het kolonialisme als bestuurssysteem.

Verlinden stelt heel duidelijk dat we het kolonialisme als bestuurssysteem niet mogen veroordelen omdat het in die tijd als een volstrekt legitiem bestuurssysteem werd beschouwd. Maar we zagen al dat het Belgische kolonisator al van de meet af aan te maken kreeg met verzet en kritiek. Als we dan echt uit de geschiedenis willen leren, dan heeft het enorm veel belang om duidelijk te maken waarom het kolonialisme een moreel kwaad is. Het is een zinvolle denkoefening omdat we dan ook kunnen afrekenen met de koloniale denkmentaliteit en het racisme dat ermee samenhangt en die ons nog steeds parten speelt.

Racisme en agency

We kunnen dan vooropstellen dat het Belgische kolonialisme niet zomaar verkeerd was omwille van de meest verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid die toen plaatsvonden. Volgens de Italiaanse filosoof Massimo Renzo was het kolonialisme veeleer verkeerd omdat 'koloniale overheersing het vermogen van politieke gemeenschappen ondermijnt om hun zelfbeschikkingsrecht op een bepaalde manier uit te oefenen'. Het debat over ons koloniale verleden dient dus niet enkel te gaan over de misdaden die toen werden gepleegd tegen de menselijkheid, maar vooral over het gegeven dat kolonialisme in welk opzicht dan ook een moreel kwaad is. Hoewel Renzos theorie van kolonialisme natuurlijk nog veel gedetailleerder is, gaat hij wel voorbij aan één belangrijk gegeven, namelijk het racisme.

De onderlinge samenhang tussen de opgedrongen koloniale bestuurssystemen en racisme was een onmiskenbaar gegeven. Het Belgische koloniale bestuurssysteem was doordrongen van racisme. De gekoloniseerde bevolkingsgroepen in Belgisch-Congo werden gezien als primitief, onbeschaafd en minderwaardig. Wie deze koloniale geschiedenis van racisme grondig bestudeert en ze in verband brengt met het hedendaagse anti-zwart racisme kan zich daarbij niet van de indruk ontdoen dat het verleden nog steeds doorwerkt in het heden.

Als we in navolging van denkers als Fanon en ook de Franse filosoof Jean-Paul Sartre racisme opvatten als een materieel sociaal systeem, dan moeten we beseffen dat na de ondergang van het Derde Rijk en de dekolonisatie de structuren ervan in West-Europa nog grotendeels intact zijn gebleven.

Zeker, witte Vlamingen zijn geen natural born racists. De grote tragedie bestaat er veeleer in dat racisme in de samenleving zit en dat we zonder het zelf goed te beseffen ermee zijn opgegroeid. Anders valt het moeilijk te begrijpen waarom de vooroordelen en stereotypen ten opzichte van zwarte mensen zo hardnekkig blijven.

Een belangrijk element daarin is dat de koloniale ondermijning van het vermogen tot zelfbeschikkingsrecht van de gekoloniseerden nog steeds het hedendaagse racisme tegen zwarte mensen typeert. Het is namelijk zo dat we hier in België nog steeds enorm veel moeite hebben om het actorschap (agency) van zwarte mensen te aanvaarden, en dit loopt van de ervaren zwarte arbeid(st)er tot de zwarte intellectueel.

Hoeft het dan nog te verbazen dat een nieuwe zwarte generatie opnieuw ten strijde trekt tegen onze koloniale denkmentaliteit en racisme? Zowel de dekolonisatiebeweging als Black Lives Matter in België wijzen ons er nu op dat het Belgische koloniale verleden in Congo nog niet is afgesloten. Daar is een goede verklaring voor: elke nieuwe generatie zal immers opnieuw terugblikken op het verleden en dit zal blijven doorgaan tot de rekening volledig vereffend wordt. Excuses aanbieden lijkt dan ook een belangrijke stap in de goede richting.

Een belangrijke les in de geschiedenis is dat we het verleden niet mogen beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. In de onderzoeksliteratuur staat deze dwaling beter bekend als de nunc pro tunc (het nu voor toen nemen) of presentisme. Voormalig VRT-journalist Peter Verlinden grijpt in een voorpublicatie van zijn boek Zwarte Trots, Witte Schaamte - over kolonisatie en racisme naar dit argument om duidelijk te maken dat we het Belgische koloniale verleden niet moeten beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. Als we terugblikken naar ons koloniale verleden in Congo dan stelt Verlinden dat er 'niet de minste twijfel over bestaat dat het toenmalige koloniale beleid gevoerd werd conform de destijds geldende politieke, ethische en juridische normen.' Volgens Verlinden 'maakt deze vaststelling hedendaagse excuses voor dat beleid, in de zin van het erkennen van schuld en dus fouten, wel bijzonder precair.' Iets wat in het verleden werd gezien als goed en in overeenstemming met de toen geldende politieke, ethische en juridische normen, mag je vandaag niet beoordelen op basis van hedendaagse maatstaven. Doet men dat dan toch en aldus overgaat tot het erkennen van schuld dan zou dit volgens Verlinden betekenen dat 'de huidige politieke leiders de schuld op zich zouden nemen voor een beleid dat op dat ogenblik als volstrekt legitiem beoordeeld werd en zelfs lovenswaardig.'Hoewel presentisme in vele opzichten zeker geldt als een logische dwaling in de geschiedschrijving klopt dit minder als we ook rekening houden met het massale antikoloniale verzet van de Congolezen en de talrijke kritieken op het kolonialisme door zowel witte en zwarte intellectuelen uit die tijd. Het is van groot belang goed voor ogen te houden dat de Belgische kolonisatie van Congo van de meet af aan gepaard is gegaan met allerhande vormen van 'inheems verzet' tegen de kolonisator. Dat hoeft eigenlijk ook niet te verbazen want verzet tegen onrecht is van alle tijden. Mensen zijn immers morele wezens. Ze beoordelen alles voortdurend in termen van goed en kwaad. Er kan dan ook weinig twijfel over bestaan dat de 'Congolezen' de Belgische kolonisator als een vreemde indringer moeten hebben beschouwd. Al vanaf het prille begin van de kolonisatie hebben ze zich verzet tegen de Belgische kolonisator en dat deden ze gaandeweg met opstanden, stakingen en allerhande vormen van meer subtiel verzet door bijvoorbeeld het beeld van Christus zwart te maken, de machines te saboteren, trager te werken, niet komen opdagen, voortdurend van werk veranderen, enzovoort. Hoe kan men vanuit deze optiek van antikoloniaal verzet dan nog de bewering hard maken dat het Belgische kolonialisme in die tijd als voltrekt legitiem werd beschouwd? Adolf Hitler kwam toch ook op een volstrekt wettelijke wijze aan de macht. Het valt dus nog te bezien of het koloniale beleid toen wel gebaseerd was op geldende politieke, ethische en juridische normen. Zo bevatte de koloniale wetgeving overtredingen die enkel konden begaan worden door de gekoloniseerden. De schendingen van de koloniale orde die leidde tot strafrechtelijke vervolgingen, druisten ook geregeld in tegen de scheiding der machten. Een nog veel concreter voorbeeld is dat Congolezen nog wel de doodstraf konden krijgen, terwijl in België, met uitzondering van beide wereldoorlogen, dat niet meer werd toegepast. Elk vorm van verzet werd ook altijd hardhandig in de kiem gesmoord. We denken hier bijvoorbeeld dan aan de opstand die in 1931 uitbrak in het district Kwango en waarbij ongeveer 500 slachtoffers vielen. Maar ook eerder al - ten tijde van de Kongo-Vrijstaat was er al sprake van diverse verzetshaarden en opstanden, en dan denken we bijvoorbeeld aan de zogenaamde opstand van de Batetela in Luluaburg in 1895-1896. Een boek over het Congolese antikoloniale verzet in al zijn dimensies, vanaf de beginperiode tot de laatste dagen van Belgisch-Congo zal ongetwijfeld ons historische kennis over het koloniale verleden verder verrijken. Verlinden schrijft verder nog dat 'het kolonialisme als systeem in de eerste helft van de twintigste eeuw niet alleen algemeen aanvaard werd, maar zelfs beschouwd als de ideale bestuursvorm voor wat toen aangezien werd als "primitieve staten".' Ook deze stelling botst op het feit dat men vanaf de jaren twintig kritieken op het kolonialisme begon te formuleren. Zonder hier volledigheid te willen na streven, is een korte opsomming hier op zijn plaats. In de jaren twintig en dertig had je bijvoorbeeld al de opkomst van de Négritude-beweging, een beweging van zwarte intellectuelen die zich verzetten tegen het kolonialisme en racisme in de Franse koloniale rijken in West-Afrika. In diezelfde periode vestigden filosofen, sociologen en journalisten in Europa vooreerst hun aandacht op het 'racisme', hoewel het aanvankelijk enkel in verband werd gebracht met de politieke ideologie van Hitler en de nazi's. Maar niet veel later, in volle oorlogstijd, verschijnen de eerste Europese kritieken op het kolonialisme. Wie bijvoorbeeld de teksten over racisme van de Duits-Joodse filosofe Hannah Arendt uit de jaren veertig erop naleest, zal opmerken dat zij misschien wel één van de eerste denkers was die een onderling verband legde tussen nazisme, imperialisme en kolonialisme. En eerder al schreef de Franse filosofe Simone Weil krachtige kritieken op het Franse kolonialisme dat in haar ogen onverenigbaar was met Frankrijk dat zichzelf beschouwde als de wereldkampioen van mensenrechten. Langs de andere kant verscheen in 1950 het discours sur colonialisme van de Martineekse politicus en dichter Aimé Césaire. Twee jaar later verschijnt Masque Blanc peau noire, één van de meest invloedrijke boeken over racisme, geschreven door de eveneens van Martinique afkomstige psychiater Frantz Fanon. Al deze voorbeelden laten al zien dat je het verleden alleen al kan beoordelen op basis van de kritische tegenstemmen uit die tijd. Verlinden gelooft echter nog wel dat de 'politieke verantwoordelijken van vandaag een kritische evaluatie kunnen maken van het vroeger gevoerde beleid op een bepaald terrein, in dit geval de internationale politiek en meer specifiek de koloniale politiek.'Ook hier kan een kanttekening bij geplaatst worden, want als we enkel een kritische evaluatie maken van bepaalde aspecten van de koloniale politiek dan blijft het kolonialisme als bestuurssysteem buiten schot. Er zijn namelijk filosofische analyses die een stap verder zetten en betogen dat we het kolonialisme als een moreel kwaad moeten zien. Deze visie is natuurlijk veel radicaler, maar ook veel consequenter omdat het geen onderscheid wenst te maken tussen de verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid die plaatsvonden ten tijde van het Belgische kolonialisme in Midden-Afrika en het kolonialisme als bestuurssysteem. Verlinden stelt heel duidelijk dat we het kolonialisme als bestuurssysteem niet mogen veroordelen omdat het in die tijd als een volstrekt legitiem bestuurssysteem werd beschouwd. Maar we zagen al dat het Belgische kolonisator al van de meet af aan te maken kreeg met verzet en kritiek. Als we dan echt uit de geschiedenis willen leren, dan heeft het enorm veel belang om duidelijk te maken waarom het kolonialisme een moreel kwaad is. Het is een zinvolle denkoefening omdat we dan ook kunnen afrekenen met de koloniale denkmentaliteit en het racisme dat ermee samenhangt en die ons nog steeds parten speelt. We kunnen dan vooropstellen dat het Belgische kolonialisme niet zomaar verkeerd was omwille van de meest verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid die toen plaatsvonden. Volgens de Italiaanse filosoof Massimo Renzo was het kolonialisme veeleer verkeerd omdat 'koloniale overheersing het vermogen van politieke gemeenschappen ondermijnt om hun zelfbeschikkingsrecht op een bepaalde manier uit te oefenen'. Het debat over ons koloniale verleden dient dus niet enkel te gaan over de misdaden die toen werden gepleegd tegen de menselijkheid, maar vooral over het gegeven dat kolonialisme in welk opzicht dan ook een moreel kwaad is. Hoewel Renzos theorie van kolonialisme natuurlijk nog veel gedetailleerder is, gaat hij wel voorbij aan één belangrijk gegeven, namelijk het racisme. De onderlinge samenhang tussen de opgedrongen koloniale bestuurssystemen en racisme was een onmiskenbaar gegeven. Het Belgische koloniale bestuurssysteem was doordrongen van racisme. De gekoloniseerde bevolkingsgroepen in Belgisch-Congo werden gezien als primitief, onbeschaafd en minderwaardig. Wie deze koloniale geschiedenis van racisme grondig bestudeert en ze in verband brengt met het hedendaagse anti-zwart racisme kan zich daarbij niet van de indruk ontdoen dat het verleden nog steeds doorwerkt in het heden. Als we in navolging van denkers als Fanon en ook de Franse filosoof Jean-Paul Sartre racisme opvatten als een materieel sociaal systeem, dan moeten we beseffen dat na de ondergang van het Derde Rijk en de dekolonisatie de structuren ervan in West-Europa nog grotendeels intact zijn gebleven. Zeker, witte Vlamingen zijn geen natural born racists. De grote tragedie bestaat er veeleer in dat racisme in de samenleving zit en dat we zonder het zelf goed te beseffen ermee zijn opgegroeid. Anders valt het moeilijk te begrijpen waarom de vooroordelen en stereotypen ten opzichte van zwarte mensen zo hardnekkig blijven. Een belangrijk element daarin is dat de koloniale ondermijning van het vermogen tot zelfbeschikkingsrecht van de gekoloniseerden nog steeds het hedendaagse racisme tegen zwarte mensen typeert. Het is namelijk zo dat we hier in België nog steeds enorm veel moeite hebben om het actorschap (agency) van zwarte mensen te aanvaarden, en dit loopt van de ervaren zwarte arbeid(st)er tot de zwarte intellectueel. Hoeft het dan nog te verbazen dat een nieuwe zwarte generatie opnieuw ten strijde trekt tegen onze koloniale denkmentaliteit en racisme? Zowel de dekolonisatiebeweging als Black Lives Matter in België wijzen ons er nu op dat het Belgische koloniale verleden in Congo nog niet is afgesloten. Daar is een goede verklaring voor: elke nieuwe generatie zal immers opnieuw terugblikken op het verleden en dit zal blijven doorgaan tot de rekening volledig vereffend wordt. Excuses aanbieden lijkt dan ook een belangrijke stap in de goede richting.