Misschien zou een door de wol geverfde diplomaat de voorbije klimaatconferentie in het Poolse Katowice nog als een succes kunnen beschouwen omdat ze op de valreep is afgesloten met een akkoord over een tekst. Maar haar -magere- nut als diplomatieke oefening kan niet verbergen dat het gesloten akkoord weinig of niets bijdraagt aan het einddoel van het hele onderhandelingsproces: onze planeet aan de komende generaties overdragen in dezelfde staat als waarin wij ze hebben ontvangen. Er zijn inderdaad afspraken gemaakt over een 'rulebook' om de afgesproken inspanningen correct op te volgen. Maar uiteindelijk betekent dat alleen dat we het eens zijn over de manier om exact te meten dat we te weinig doen om een verschil te maken.

Het is een mysterie waarom de rijkste Belgische regio op de rem gaat staan op vlak van klimaatbeleid.

Het zou uiteraard binnen onze eigen politieke en mediatieke bubbel interessant zijn om er een boom over op te zetten, maar nee, de reden voor de mislukte top ligt niet écht bij de Vlaamse Regering. De hoop om de voorgenomen inspanningen op te drijven tot op een niveau waarvan we weten dat het ook echt een verschil zou maken is vastgelopen op een coalitie van olie- en gasproducerende landen, met de VS, Rusland en Saoudi-Arabië op kop, die de eigen belangen op korte termijn laten primeren op de wereldwijd gedeelde belangen van deze en volgende generaties.

Hoewel het gezien de gigantische menselijke en morele impact een erg cynische opstelling is, kan er aan de houding van die landen tenminste nog een rationele uitleg gegeven worden. Hun financiële en politieke slagkracht op mondiaal en nationaal vlak is immers in grote mate gekoppeld aan de verkoop (en het eigen gebruik) van fossiele brandstoffen. Als we weten dat de meest realistische ramingen die we vandaag hebben voorzien dat hernieuwbare energieproductie al binnen enkele jaren (2020) ook inzake kostprijs competitief zal zijn met die fossiele brandstoffen, dan is iedere versnelling, vanuit hun standpunt, een bedreiging.

Maar voor ons land -en bij uitbreiding voor heel Europa- geldt de omgekeerde redenering. En in die zin is de Vlaamse houding wél een issue waarover we een grondige discussie moeten voeren. Andere Europese landen hebben blijkbaar beter dan wij begrepen dat er op een continent dat niét beschikt over eigen reserves aan fossiele brandstoffen niet alleen zeer gegronde morele redenen, maar evengoed ook nuchtere economische motieven zijn om voluit te gaan voor een omslag. Zelfs in het naburige Duitsland heeft men berekend dat er in de ontginning van het vermaledijde bruinkool vandaag ongeveer 20.000 jobs overblijven, terwijl er in de sector van de hernieuwbare energie de voorbije jaren letterlijk tién keer meer zijn gecreëerd.

Wereldwijd waren er in 2017 meer dan 10 miljoen mensen tewerkgesteld in de sector van de hernieuwbare energie alleen en werd er jaarlijks ongeveer 300 miljard geïnvesteerd in die sector. De vooruitzichten zijn dat dat aantal jobs in de komende 30 jaar nog zal verdriedubbelen.

Alle pijlen wijzen vandaag dezelfde richting: de omschakeling van onze economie naar niet-fossiele bronnen van energie, met alle nieuwe technologieën die erbij komen kijken om mensen op een duurzame te huisvesten, te verplaatsen, te verbinden en te voorzien van warmte, licht en andere voorzieningen is de industriële revolutie van onze tijd. Met de ontwikkelingen op deze domeinen moeten we niet alleen onze planeet leefbaar houden, ze zullen ook de motor zijn die de jobs voor de komende generatie creëert en die de lonen, de pensioenen en alle andere sociale voorzieningen zal financieren.

Waarom precies de rijkste Belgische regio, die prat gaat op zijn innovatiekracht en die zegt daarin te willen investeren, op zo'n moment op de rem gaat staan is een absoluut mysterie. Eén waarover we het debat misschien niet op klimaatconferenties maar in onze eigen parlementen -en daarbuiten- moeten voeren. Vooral omdat de grootste tegenstand komt van een Vlaamse partij die altijd ondubbelzinnig heeft laten weten dat de Vlaamse economische machthebbers haar échte bazen zijn. Als dat betekent dat ook het Vlaamse bedrijfsleven gedomineerd wordt door belangen niet bereid of niet in staat zijn om op die trein naar de toekomst te stappen dan dreigt niet alleen half Vlaanderen, maar ook de economie op het deel dat droog blijft op termijn overspoeld te worden door ontwikkelingen die we hadden kunnen vermijden.