Ik heb sinds enkele weken weer een papieren abonnement op De Groene Amsterdammer. In het geval van dat Nederlandse weekblad betekent het dat ik het blad twee dagen nadat ik de beste artikels van die week al online heb gelezen beneden in de gang vind. Maar zo heb ik straks als het weer terrasjesweer wordt tenminste iets te lezen als de zon mijn iPad onbruikbaar maakt.
...

Ik heb sinds enkele weken weer een papieren abonnement op De Groene Amsterdammer. In het geval van dat Nederlandse weekblad betekent het dat ik het blad twee dagen nadat ik de beste artikels van die week al online heb gelezen beneden in de gang vind. Maar zo heb ik straks als het weer terrasjesweer wordt tenminste iets te lezen als de zon mijn iPad onbruikbaar maakt. Ik had me ook nog ergens anders op verheugd, met zo'n papieren abonnement, waarvan ik niet had gedacht dat ik er ooit nog voor één zou betalen. Er is aan mij geen romanticus verloren gegaan, en ik kan er met mijn verstand niet bij dat er mensen zijn die nog steeds een krant in hun handen willen houden in plaats van ze digitaal te lezen, maar het is de geur van De Groene Amsterdammer die mij elke keer wat weeïg maakt. Dat had ik gehoopt, althans. De geur van dat blad is veranderd. Ik hoef het praatje niet te houden: geur is misschien wel het sterkste zintuig, het kan iemand zomaar vijftig jaar terug in de tijd werpen. Elke keer als ik nog eens een exemplaar van De Groene kocht of op de redactie van Knack vastpakte, rook ik er heel even aan. Die geur sloeg mij telkens terug naar het jaar waarin ik dat blad leerde kennen. Eén herinnering waarin ik een exemplaar zit te lezen in de tuin van mijn ouders kwam altijd terug. Ik denk dat ik negentien was, en een nieuw weekblad ontdekken was op die leeftijd - ik dreig nu sentimenteel te worden - als een nieuwe wereld van onbekende stemmen, inzichten en zelfs uitdrukkingen die voor mij openging. Hetzelfde heb ik als ik nog eens een papieren exemplaar van The Economist of The New Yorker in handen hou. Meteen voel ik mij weer als in de tijd toen ik die titels voor het eerst doorbladerde en elke week echt nog vasthield. Deng, het maandblad dat zich tussen 2003 en 2006 onder de leiding van Danny Ilegems ook echt verhield tot Humo als de PVDA tot de SP.A, werd op het papier van een glossy gedrukt. Het is het enige blad waarvan ik een hele tijd alle nummers heb bijgehouden in mijn jongenskamer, tot mijn moeder ze allicht een keer heeft meegenomen naar het containerpark. Het gebeurt nog weleens dat ik een vrouwenblad in mijn handen neem en merk dat het net zo ruikt als Deng. Als ik dan toch al sentimenteel ben: de geur van de revolutie.