Jij hebt ongelijk, dus ik win.' Vaak proberen deelnemers aan een debat - of wat ervoor moet doorgaan - dat eindpunt te bereiken. Daar sta ik dan. Het is me al overkomen dat ik op zo'n moment ook absoluut gelijk wil krijgen. Dan hoor ik mezelf stellingen verdedigen die ik anders niet zou uitspreken. Socrates zei het al: een interactie die draait rond het eigen gelijk is geen filosofisch gesprek. Want in zo'n dialoog gebruik je argumenten om de waarheid te ontdekken. Je durft je eigen tegenspraken te corrigeren. Je wilt gewoon leren. Dialoog dient om wijzer te worden, niet om jezelf in de schijnwerpers te plaatsen.
...

Jij hebt ongelijk, dus ik win.' Vaak proberen deelnemers aan een debat - of wat ervoor moet doorgaan - dat eindpunt te bereiken. Daar sta ik dan. Het is me al overkomen dat ik op zo'n moment ook absoluut gelijk wil krijgen. Dan hoor ik mezelf stellingen verdedigen die ik anders niet zou uitspreken. Socrates zei het al: een interactie die draait rond het eigen gelijk is geen filosofisch gesprek. Want in zo'n dialoog gebruik je argumenten om de waarheid te ontdekken. Je durft je eigen tegenspraken te corrigeren. Je wilt gewoon leren. Dialoog dient om wijzer te worden, niet om jezelf in de schijnwerpers te plaatsen. In Athene (vijfde eeuw v. Ch.) was die spanning tussen gelijk krijgen en filosofisch denken al een belangrijk onderwerp. Plato ergerde zich, bij monde van Socrates, mateloos aan de verdraaiingen en de vervalsingen van ambitieuze sofisten. Die leermeesters in de retoriek lieten zich rijkelijk betalen om jongeren tot publieke sprekers op te leiden. Zo konden zij als politicus of advocaat carrière maken. Die retorische aanpak paste bij de Atheense democratie: burgers wedijverden openlijk over het ware of het nuttige. Wie de anderen kon overreden, kreeg invloed. Maar hierdoor raakte de waarheidsvraag zelf op de achtergrond. In Plato's Gorgias voelt Socrates zich geroepen om de sofist Gorgias een les te leren. De filosoof praat spottend met zijn tegenstander, maar hij stelt ernstige vragen: wat betekenen waarheid of rechtvaardigheid? Om daarop te antwoorden heb je andere criteria nodig dan overtuigingskracht. Je voert een gesprek zonder dogma's of gezagsargumenten. De dialoog lijkt meer op een geestelijke oefening; de deelnemers proberen samen betere inzichten te krijgen. Met zijn levenshouding werd Socrates de held van filosofen en humanisten zoals Desiderius Erasmus en Michel de Montaigne. Maar het ergerlijke fenomeen dat mensen vooral hun grote gelijk willen halen, is nooit verdwenen. Daarom moet je toch enkele retorische trucs beheersen. Dat dacht alvast Arthur Schopenhauer. In zijn schrandere boekje De kunst van het gelijk krijgen herneemt hij de belangrijkste kunstgrepen. Hij leert je om je stellingen onbesuisd te bepleiten terwijl je de drogredeneringen van anderen doorziet. Hij vergelijkt de retoriek met een duel: waarover het conflict gaat, is irrelevant. Raken en afweren, dat is de opdracht. In zijn werk passeren alle logische redeneringen en hun omkeringen de revue. Een klassieker is de stropopredenering: maak een karikatuur van wat je tegenstander beweert en kraak die 'redenering' af. Schopenhauer geeft ook resolute tips. Als je argument de tegenstander onvoorzien boos maakt, moet je op dat thema blijven beuken: het is uitstekend dat je je opponent emotioneel treft. Waarschijnlijk heb je ook een zwak punt in zijn redenering blootgelegd. Maar besef je dat de ander superieur is en dat je echt niet kunt winnen? Dan heeft Schopenhauer deze 'ultieme' tip: maak kwetsende en grove opmerkingen. 'Deze regel wordt erg gewaardeerd en wordt vaak gebruikt, want iedereen kan hem toepassen.' Schopenhauer wijdt de ergerlijke neiging om te willen triomferen aan de aangeboren ijdelheid en oneerlijkheid van de mens, en aan een buitensporig verlangen om te kletsen. Ik deel dit pessimistische mensbeeld niet. Maar ik heb er toch de sleutel in gevonden om een puur retorisch steekspel te vermijden. Terwijl je in gesprek bent, moet je de dialoog af en toe afstandelijk overschouwen. Observeer je gedrag, en controleer je motieven. Als je weet dat je alleen praat om het gesprek te verrijken, hoef je niets te vrezen. Dan zal het gesprek niet verglijden naar een inhoudsloze competitie. Observeer ook de houding van je gesprekspartner. Probeert die persoon zijn grote gelijk te bewijzen ten koste van jou, neem dan gewoon afscheid.