In het Afrikaanse Burundi, één van de armste en onveiligste landen ter wereld, is een bevlogen arts actief voor Artsen Zonder Grenzen (AZG). In België werkt hij als spoedarts in een Antwerpse kliniek, maar zijn engagement drijft hem ertoe om regelmatig maandenlang op missie voor AZG te gaan. Doorgaans werkt hij dan in precaire omstandigheden, maar momenteel worstelt hij met een schuldgevoel. Hij heeft het in Burundi namelijk minder lastig dan zijn Antwerpse collega's, die overwerkt raken door de coronacrisis. Ze worden overspoeld door patiënten en kunnen het amper bolwerken, ondanks de technologie waarover ze beschikken.
...

In het Afrikaanse Burundi, één van de armste en onveiligste landen ter wereld, is een bevlogen arts actief voor Artsen Zonder Grenzen (AZG). In België werkt hij als spoedarts in een Antwerpse kliniek, maar zijn engagement drijft hem ertoe om regelmatig maandenlang op missie voor AZG te gaan. Doorgaans werkt hij dan in precaire omstandigheden, maar momenteel worstelt hij met een schuldgevoel. Hij heeft het in Burundi namelijk minder lastig dan zijn Antwerpse collega's, die overwerkt raken door de coronacrisis. Ze worden overspoeld door patiënten en kunnen het amper bolwerken, ondanks de technologie waarover ze beschikken. Afrika blijft, tot veler verbazing, grotendeels gespaard van zware coronatoestanden, mogelijk doordat een overwegend jonge bevolking die regelmatig moet opboksen tegen parasitaire ziektes, gemakkelijker komaf kan maken met het virus. Zo gaan de medewerkers van AZG in Burundi nu regelmatig uit eten, en in het weekend maken ze uitstappen. Voor hen is het werk niet moeilijker dan anders. Het coronavirus verschuift de crisissfeer in de wereld van arme ontwikkelingslanden naar de zogenaamd beschaafde wereld die zich geen weg weet met een virus dat zich maar moeilijk onder controle laat brengen. Het is een ontnuchterende vaststelling. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat de problemen in ontwikkelingslanden aan belang verliezen. Ik wil evenmin de indruk geven dat ik de immense negatieve gevolgen van het coronavirus op veel mensen bij ons minimaliseer. Ik wil enkel wijzen op opportuniteiten die de crisis biedt. Ontnuchterend is ook de vaststelling dat het de pover bezoldigde zorgverleners zijn die nu een cruciale rol spelen in het overeind houden van het maatschappelijk gebeuren, en niet de dikwijls overbetaalde praatjesmakers die ons spullen die we meestal niet nodig hebben willen aanpraten, omdat de economie moet blijven draaien. Groei, groei, groei is hun kortzichtige mantra, want de gevolgen van de druk die ons gedrag op onze leefomgeving legt zijn niet aan hen besteed. Dat soort praatjesmakers is momenteel in de coulissen verdwenen. Wat mij betreft mogen ze daar nog lang blijven zitten. We hebben hun op ongeremde consumptie gerichte zever niet nodig. We hebben een betere wereld nodig, waarin we voldoende aandacht voor het leefmilieu hebben, zodat we in de toekomst niet blijvend geconfronteerd gaan worden met ziektes die van andere dieren naar de mens overspringen. Onze ongebreidelde consumptiedrang leidt tot het degraderen van natuurlijke leefmilieus, waardoor dieren de menselijke leefwereld in gedreven worden, waar ze ziektes kunnen veroorzaken. Dat is niet hun schuld, wel de onze. Intrigerend vond ik ook dat de allereerste hoeraberichten over een succesvol vaccin tegen het coronavirus steunden op werk van een Duits migrantenechtpaar van Turkse afkomst. Op hetzelfde moment verscheen er een rapport van de Nationale Bank van België, dat bevestigde wat wetenschappelijke studies al signaleerden: dat migranten doorgaans een positieve impact hebben op de economie van het land waarin ze terechtkomen. Het zijn dus niet allemaal profiteurs, zoals in bepaalde kringen hardnekkig wordt volgehouden, maar vooral mensen die er het beste van willen maken, voor henzelf en eventueel de rest van de wereld. Ik heb nog niet veel volk van opvallend rechtse signatuur gezien, dat zich nuttig heeft gemaakt in de strijd tegen de coronacrisis. Integendeel: deze types roepen graag luid dat de maatregelen van de overheid tegen het coronavirus overdreven zijn. Ze discrediteren de virologen en zetten hen weg als onverlaten die een verborgen agenda willen doordrijven. Dat het om mensen kan gaan die het goed voor hebben met onze wereld, lijkt niet in hun hardleerse koppen door te dringen. We leven nu in de pijnlijke gevolgen van dat oogkleppengedoe, want we zijn veel te laat geweest met het nemen van maatregelen om een tweede coronagolf te vermijden of op zijn minst te beperken. Het doet ook deugd vast te stellen dat het coronavirus ervoor gezorgd heeft dat de verschrikking voor de wereld die zich president van de Verenigde Staten mocht noemen, niet herverkozen is. Het is slechts de derde keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat een zittende Amerikaanse president niet herverkozen raakt. Analisten geven aan dat Donald Trump zonder de coronacrisis probleemloos aan zet zou zijn gebleven. Het zou een ramp geweest zijn voor de VS en de wereld, getuige de antimilieupolitiek en antimigratiepolitiek - de antipolitiek tout court - die Trump voerde. Ik hoorde deze week een moeder vertellen dat haar kinderen haar naar het hoofd hadden geslingerd dat ze niet begrepen waarom ze niet af en toe een leugentje voor bestwil mochten lanceren, als één van de machtigste mannen in de wereld van liegen en bedriegen zijn handelsmerk maakte. In een tijd dat samenwerking meer dan ooit nodig is om te vermijden dat de wereld gaat blijven kreunen onder catastrofes als pandemieën en de klimaatopwarming, is een idioot die scheldt en tiert niet wat we nodig hebben. We hebben meer dan ooit echte waarden nodig, sociale waarden en natuurwaarden. We kunnen niet anders als we globale crisissen het hoofd willen bieden. In die zin heeft het coronavirus zich in de voet geschoten: met Trump aan de touwtjes zou het meer mogelijkheden hebben gehad om te blijven woekeren. Het coronavirus verschuift de waarden van de maatschappij bijna ongemerkt richting een duurzamer aanpak. Ik heb nooit zoveel volk gezien in de polders die mijn leefgebied zijn als de voorbije maanden. Op zonnige weekends is het er zelfs bijna op de koppen lopen. Het illustreert het belang van voldoende natuur in onze leefomgeving. Natuur is veel te lang stiefmoederlijk behandeld geweest, als iets dat in de weg lag van vooruitgang en zoveel mogelijk moest worden ingeschakeld in het productieproces.We weten ondertussen dat veel mensen natuur nodig hebben om zich goed te voelen, niet alleen in een crisis overigens. Veel mensen hebben in de coronacrisis de geneugten van het buitenleven ontdekt en zijn gaan fietsen en wandelen. Zo kan een vreselijke gezondheidscrisis ook gunstige gevolgen voor de volksgezondheid hebben. We weten eveneens dat een doortastend natuurbeleid nuttig kan zijn in de strijd tegen de gevolgen van de klimaatopwarming, zowel door het uit de lucht plukken en vastleggen van grote hoeveelheden CO2 als door het als een spons vasthouden van water om droogteperiodes te counteren. Ik sprak deze week voor een interview voor Knack met een belangrijke Belgische industrieel. Hij vertelde dat hij in de coronacrisis geleerd heeft dat online vergaderen véél efficiënter is dan het vliegtuig nemen om mensen te ontmoeten. Zo bespaar je niet alleen op (kostbare) tijd, maar ook op reiskosten die een significante impact op ons leefmilieu hebben. Hopelijk blijft het richting huis duwen van een substantieel deel van de professionele activiteit ook na de coronacrisis van kracht, waardoor het noodzakelijk blijvende verkeer vlotter en minder vervuilend zal zijn. Ik ontmoet regelmatig scholieren uit de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs, die bijna euforisch zijn over de regeling dat ze de helft van de week op school zijn en de andere helft thuis mogen blijven om hun lessen te volgen. Ook dat stemt tot nadenken, want het zal in een aantal gevallen schoolmoeheid van tieners bestrijden. Ik eindig dit betoog met een mooie quote die een lezer me stuurde: 'De coronacrisis leerde me dat veel mensen mooie ogen hebben'. (Voor wie hem niet begrijpt: door het dragen van mondmaskers ga je meer naar de ogen van mensen kijken.) Het kan je moreel opkrikken als je erin slaagt positieve elementen uit de crisis te lichten en te cultiveren. Het is één van de manieren om psychologisch optimaal om te gaan met de dramatische gevolgen die de coronacrisis op het sociaal weefsel in de maatschappij heeft. Je kan overal mooie dingen proberen te zien. En je kan blijven hopen op beterschap voor de maatschappij in haar geheel. Ik zie licht aan het eind van de donkere tunnel. Soms toch.