Vorige week lanceerde de Vlaamse bouwmeester het voorstel om een aangepaste woonbonus op basis van de Mobiscore in te voeren. We zouden hypothecaire lening meer of minder fiscaal aftrekbaar kunnen maken in functie van de locatie. Vlak voor de verkiezingen was er nog zo'n creatief woonbonus-voorstel: de Bond Beter Leefmilieu stelde een klimaatbonus voor die het belastingsvoordeel zou koppelen aan het energielabel van de woning.

Het is weinig verrassend dat net de woonbonus het mikpunt is van hervormingsvoorstellen. De woonbonus is de nagel aan de doodskist van iedereen die ernstig bezig is met het recht op wonen. Het belastingsvoordeel voor eigenaars kost de Vlaamse overheid jaarlijks 1,65 miljard en mist haar doel volledig. De opzet van de maatregel was om meer gezinnen in staat te stellen om een woning te kopen, maar sinds de invoering ervan blijft het aandeel huiseigenaars in Vlaanderen min of meer stabiel. Het aandeel daalde zelfs lichtjes.

Hervorming woonbonus? We draaien rond de pot van 1,65 miljard.

Wat wel blijft stijgen zijn de huizenprijzen, deels dankzij de woonbonus. Het belastingsvoordeel heeft een onrechtsteeks effect op vastgoedprijzen, omdat het de ontleningscapaciteit van een grote groep mensen vergroot. Banken herinneren hun klanten er met plezier aan dat ze door de woonbonus een hoger bedrag kunnen lenen. De aspirant-eigenaars trekken vervolgens allemaal met die grotere zak geld naar de markt, waar ze allemaal meer bieden voor een relatief stabiele hoeveelheid woningen. Zo bieden ze de prijzen van die woningen de hoogte in. Vervolgens krijgen ze ongeveer twintig jaar lang in stukjes een bedrag terugbetaald dat ze oorspronkelijk nooit hadden moeten neertellen indien de woonbonus niet had bestaan.

De woonbonus is dus min of meer de definitie van een kat in een zak, met dat verschil dat die kat ook nog eens de ogen van je buren uitkrabt. De stijgende vastgoedprijzen trekken de huurprijzen mee de hoogte in, alleen is er voor huurders helemaal geen belastingsvoordeel. Intussen staan er nog steeds 135.500 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning, een sector waar veel minder overheidsgeld naartoe gaat dan naar de woonbonus.

Dat de woonbonus haar doel mist en bovendien averechtse effecten heeft, is geen nieuw inzicht. Er bestaat wetenschappelijke consensus over in binnen- en buitenland. Toch blijft het belastingsvoordeel onaantastbaar. Niemand wil écht raken aan iets wat lijkt op een mooi cadeau voor zo'n 70 procent van de kiezers. Het enige waar we in slagen is rond de pot van 1,65 miljard draaien.

De mondige middenklasse projecteert maar al te graag haar dromen op dit beleidsmisbaksel.

De mondige middenklasse projecteert maar al te graag haar dromen op dit beleidsmisbaksel. De prangende woonnood op de sociale en private huurmarkt laat ze daarbij handig links liggen. Ze weet goed genoeg dat je de politiek niet overtuigt met een beleidsvoorstel op maat van een kleinere groep kiezers onderaan de maatschappelijke ladder.

De woonbonus als wortel gebruiken voor het klimaat of voor slimmere ruimtelijke planning lijkt nobel, maar eigenlijk wurmen we zo alleen maar het ene falend beleid in het andere. Met slechte maatregelen moet je niet creatief aan de slag, je moet ze gewoon afgeschaffen of uitfaseren. Pas daarna kunnen we ernstig discussiëren over waar de vrijgekomen middelen naartoe moeten. Naar energiezuinige sociale woningen op een slimme locatie, bijvoorbeeld.

Koba Ryckewaert is hoofdredacteur bij Sonderland, een journalistiek productiehuis dat een jaar lang onderzoek doet naar wonen.