Bedoeling is het hervormingswerk tijdens de volgende legislatuur te vergemakkelijken. Want om de tekst nog deze legislatuur door het parlement te loodsen, daarvoor is het te kort dag.

Omdat het Belgisch Strafwetboek nog van 1867 dateert, wilden minister Geens en de federale regering de wetgeving "accurater, eenvoudiger en coherenter" maken. Eind 2015 werd daarom de Strafrechtcommissie opgericht, die zich moest buigen over de modernisering van Boek I van het Strafwetboek, met de algemene principes van het strafrecht. Boek II, waarin de misdrijven en hun bestraffing staan opgesomd, werd door een andere commissie - de Strafprocesrechtcommissie - voorbereid.

De grootste aanpassing is dat inbreuken voortaan worden ingedeeld in acht duidelijke strafniveaus - twee niveaus voor criminele straffen en zes niveaus voor correctionele straffen - en thematisch gegroepeerd in zeven titels. Een aantal inbreuken zal fors zwaarder worden bestraft. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meest ernstige seksuele misdrijven. De wettekst maakt een aantal misdrijfomschrijvingen coherenter.

De wettekst bevat enkele nieuwigheden en een reeks aanpassingen, die het Strafwetboek moeten aanpassen aan de maatschappelijke realiteit. Een aantal inbreuken wordt ook opgeheven, omdat ze verouderd zijn en niet langer strafwaardig bevonden. Wanneer een andere afhandeling volstaat om op het ongewenste gedrag te reageren, is een strafrechtelijke afhandeling niet nodig, luidt daar de redenering.

Normaal gezien zou het wetsontwerp net voor de val van de regering voor tweede lezing naar de regeringstafel verhuizen. De tekst is dus blijven steken in de lopende zaken. Om het werk niet volledig verloren te laten gaan, werd hij door CD&V-Kamerleden Raf Terwingen en Sonja Becq als wetsvoorstel ingediend, in de hoop dat na de verkiezingen de draad weer kan worden opgepikt.