In wetenschappelijk magazine The Lancet werpen Goossens en collega's van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de universiteit van Oxford een kritische blik op hoe de klinische onderzoeksgemeenschap reageerde op de pandemie in Europa. Welke lessen zijn er geleerd en welke aanbevelingen zijn er voor de toekomst? De wetenschappers stellen vast dat bij de start van de pandemie meerdere trials voor potentiële COVID-19-behandelingen werden opgestart. Dit leidde tot een zeer gefragmenteerd onderzoekslandschap met weinig internationale samenwerkingsverbanden. Hindernissen op het gebied van contracten en regelgeving, en ook concurrentie met én tussen nationale trials, vormden een grote uitdaging in verschillende EU-landen. Al deze factoren samen zorgden ervoor dat tegen oktober 2021 slechts weinig studies resultaten hadden opgeleverd van het vereiste niveau om internationale behandelingsrichtlijnen voor COVID-19 te formuleren. Slechts twee trials slaagden erin snel op de pandemie te reageren en resultaten te boeken: RECOVERY uit het Verenigd Koninkrijk en REMAP-CAP dat in de Europese Unie van start ging als onderdeel van PREPARE (waar Goossens coördinator van is) en wereldwijd werd uitgebreid. Hun gerandomiseerde opzet, eenvoudige uitvoering en flexibiliteit zorgden ervoor dat deze trials binnen twee en zes dagen na de goedkeuring van hun protocol de eerste COVID-19-patiënt konden inschrijven. Volgens het artikel heeft de pandemie aangetoond dat het belangrijk is om enkele grote studies op te starten om te zoeken naar doeltreffende interventies, in plaats van vele afzonderlijke studies die met elkaar concurreren. "Daarom moet er na deze pandemie snel gereageerd worden om ervoor te zorgen dat er mechanismen zijn voor schaalvergroting en samenwerking." De auteurs pleiten voor een Europese autoriteit voor klinisch onderzoek bij pandemieën. Die moet toezicht houden en bepaalde klinische studies prioriteren. Op die manier kan bij de volgende pandemie sneller worden overgegaan tot grote, definitieve trials voor behandeling, preventie en diagnostiek. Er moet ook geïnvesteerd worden in wereldwijd verbonden netwerken voor klinisch onderzoek, vinden de onderzoekers. "Wij geloven dat dit nieuwe model van klinisch onderzoek van essentieel belang zal zijn om doeltreffender te kunnen reageren op toekomstige uitbraken van infectieziekten. Laten we ophouden te zeggen dat we het de volgende keer beter zullen doen - we hebben genoeg waarschuwingen gehad. Het komt er nu op aan", zegt professor Herman Goossens. (Belga)

In wetenschappelijk magazine The Lancet werpen Goossens en collega's van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de universiteit van Oxford een kritische blik op hoe de klinische onderzoeksgemeenschap reageerde op de pandemie in Europa. Welke lessen zijn er geleerd en welke aanbevelingen zijn er voor de toekomst? De wetenschappers stellen vast dat bij de start van de pandemie meerdere trials voor potentiële COVID-19-behandelingen werden opgestart. Dit leidde tot een zeer gefragmenteerd onderzoekslandschap met weinig internationale samenwerkingsverbanden. Hindernissen op het gebied van contracten en regelgeving, en ook concurrentie met én tussen nationale trials, vormden een grote uitdaging in verschillende EU-landen. Al deze factoren samen zorgden ervoor dat tegen oktober 2021 slechts weinig studies resultaten hadden opgeleverd van het vereiste niveau om internationale behandelingsrichtlijnen voor COVID-19 te formuleren. Slechts twee trials slaagden erin snel op de pandemie te reageren en resultaten te boeken: RECOVERY uit het Verenigd Koninkrijk en REMAP-CAP dat in de Europese Unie van start ging als onderdeel van PREPARE (waar Goossens coördinator van is) en wereldwijd werd uitgebreid. Hun gerandomiseerde opzet, eenvoudige uitvoering en flexibiliteit zorgden ervoor dat deze trials binnen twee en zes dagen na de goedkeuring van hun protocol de eerste COVID-19-patiënt konden inschrijven. Volgens het artikel heeft de pandemie aangetoond dat het belangrijk is om enkele grote studies op te starten om te zoeken naar doeltreffende interventies, in plaats van vele afzonderlijke studies die met elkaar concurreren. "Daarom moet er na deze pandemie snel gereageerd worden om ervoor te zorgen dat er mechanismen zijn voor schaalvergroting en samenwerking." De auteurs pleiten voor een Europese autoriteit voor klinisch onderzoek bij pandemieën. Die moet toezicht houden en bepaalde klinische studies prioriteren. Op die manier kan bij de volgende pandemie sneller worden overgegaan tot grote, definitieve trials voor behandeling, preventie en diagnostiek. Er moet ook geïnvesteerd worden in wereldwijd verbonden netwerken voor klinisch onderzoek, vinden de onderzoekers. "Wij geloven dat dit nieuwe model van klinisch onderzoek van essentieel belang zal zijn om doeltreffender te kunnen reageren op toekomstige uitbraken van infectieziekten. Laten we ophouden te zeggen dat we het de volgende keer beter zullen doen - we hebben genoeg waarschuwingen gehad. Het komt er nu op aan", zegt professor Herman Goossens. (Belga)