De kiezer heeft de kaarten moeilijk gelegd en de kloof tussen burger en politiek lijkt groter dan ooit. Nadat elke partij de verkiezingsuitslag verteerd heeft, moet er verantwoordelijkheid opgenomen worden. Onbestuurbaarheid, op regionaal of op federaal vlak, is geen optie. Ook dat heeft de kiezer gezegd: wij willen oplossingen voor wat ons bezighoudt, en geen onzekerheden of gekibbel. Ziehier een bijdrage voor de regeringsonderhandelaars: wat is er prioritair voor bedrijven en burgers de volgende jaren? Het politieke landschap is weliswaar veranderd, maar de uitdagingen van vóór 26 mei blijven dezelfde.

In de eerste plaats is en blijft de arbeidsmarkt het alfa en omega om de werkzaamheidsgraad op te krikken van 70% naar 75%. Dat is nodig om drie redenen: om de sociale zekerheid betaalbaar te houden, de koopkracht van de werknemers geleidelijk op te trekken en de pensioenen op termijn te verbeteren. Een dergelijke doelstelling halen is enkel mogelijk met een ambitieus tweesporenbeleid. Enerzijds de lasten op arbeid verder verlagen om de bedrijven in staat te stellen om extra jobs te creëren en anderzijds de vele remmen op tewerkstelling wegwerken om de openstaande vacatures te kunnen invullen. Op federaal vlak de loonkost draaglijker maken en het arbeidsrecht moderniseren; op regionaal vlak de opvolging van werkzoekenden performanter maken, gekoppeld met een onderwijssysteem dat inpikt op de digitalisering en dat duaal leren verder uitrolt.

Herhaling van een formatie van 541 dagen is uit den boze.

Naast de arbeidsmarkt blijft de fileproblematiek in ons land hemeltergend. Een coherent beleid inzake mobiliteit moet mogelijk gemaakt worden via een interfederaal mobiliteitsplan. De versmalling van de E40 van Leuven naar Brussel is dan ook een perfect voorbeeld van hoe het niet moet. Of nog de geluidsnormen en de ontbrekende directe verbinding tussen Brussel en de luchthaven van Zaventem. Bij wijze van boutade: de ring rond Brussel begint niet in Groot-Bijgaarden en stopt niet in Zaventem.

De Belg staat op dit moment gemiddeld een volledige werkweek (44 uur) in de file. Om dat cijfer naar beneden te halen, is een waslijst aan samenhangende maatregelen nodig. Ik denk dan aan een verbetering van de kwaliteit en een uitbreiding van het aanbod van het openbaar vervoer, meer investeringen in het kader van het investeringspact, de implementatie van het mobiliteitsbudget en stille avond- en nachtleveringen in en rond de steden. Nu het electorale stof is gaan liggen, kan de slimme kilometerheffing misschien opnieuw op de agenda worden gezet?

Uiteindelijk wordt het energiebeleid van de komende jaren ook een belangrijke incentive voor binnenlandse en buitenlandse ondernemingen om meer te investeren. Zij hebben dan ook nood aan zekerheid. Een beleid dat een evenwicht vindt tussen bevoorradingszekerheid, competitieve prijzen en het naleven van onze milieuverbintenissen moet dan ook het doel zijn. Tijdens de campagne zagen we vooral voorstellen die minstens één, hoogstens twee maar nooit deze drie elementen konden combineren. Talm dan ook niet te lang met de invoering van een energienorm, een ambitieus isolatieprogramma voor gebouwen binnen het investeringspact, snellere vergunningsprocedures voor de bouw en installatie van alternatieve energiebronnen, een Europese koolstoftaks en zekerheid over het tien jaar langer openhouden van minstens twee kernreactoren.

Hoe moeilijk ook, kom met een regeerakkoord dat vertrouwen geeft aan ondernemingen, burgers en het maatschappelijk middenveld.

Als sociale partner willen wij uiteraard het te voeren beleid mee ondersteunen. In landen waar de neuzen van regering én sociale partners in dezelfde richting staan, overwint men crisismomenten veel sneller en beter. Graag pleit ik dan ook voor een nieuw sociaal contract over hoe politiek en sociale partners kunnen samenwerken, af te sluiten bij het begin van de legislatuur, vooraleer iedereen weer in een egelstelling kruipt. Wij zijn er immers van overtuigd dat een goede samenwerking tussen regering en sociale partners essentieel is om een gedragen beleid te kunnen voeren.

Het leggen van de puzzel van de regeringsvorming zal niet eenvoudig zijn. En toch dient er verantwoordelijkheid opgenomen te worden door concrete antwoorden te bieden op de uitslag van de verkiezingen. Hoe moeilijk ook, kom met een regeerakkoord dat vertrouwen geeft aan ondernemingen, burgers en het maatschappelijk middenveld. 'Sire, geef ze 145 dagen' is een oproep tot een zo snel mogelijke regeringsvorming, met een coherent sociaaleconomisch en pedagogisch project dat de hervormingen duidelijk uitlegt. Over dat project mag intern gekibbeld worden, maar het moet extern met één stem uitgelegd en verdedigd worden. Enkel zo kan perspectief aan zekerheid gekoppeld worden.