Wat scheelt er aan het begrotingsbeleid?
...

Wat scheelt er aan het begrotingsbeleid? De regering heeft eenzijdig gefocust op het creëren van jobs. Dat is massaal gelukt, onder meer dankzij de taxshift en de hervormde vennootschapsbelasting, maar ook en vooral - zo zegt de Nationale Bank - dankzij maatregelen van de regering-Di Rupo. Bijzonder goed nieuws, maar de regering is wel vergeten nadenken over wie al die vacatures zou gaan invullen. Daardoor verkrampt de economie nu. Uw partij maakt deel uit van de regering. Waarom klopt u niet aan bij uw partijgenoot, minister van Werk Kris Peeters? Het probleem situeert zich dan wel op de arbeidsmarkt, maar niet bepaald op de domeinen waarvoor Peeters bevoegd is. Dé centrale vraag is niet of we werkloosheidsuitkeringen in de tijd moeten beperken, maar wel hoe we zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk aan de slag krijgen. De regering-Di Rupo heeft wat de pensioenen betreft de bakens verzet. Daarop is deze regering blijven teren. U laakt de manier waarop deze regering haar boekhouding doet. Wat is er mis mee? Onzekere inkomsten, zoals die van de hervormde vennootschapsbelasting, worden te snel ingeschreven; negatieve cijfers worden weggelaten. Econopolis-hoofdeconoom Bart Van Craeynest vreest dat het begrotingsrapport van deze regering slechter zal zijn dan dat van Di Rupo. Ik denk dat hij gelijk krijgt. Is te veel werkgelegenheid een luxeprobleem?Neen. Het belang van de werkgelegenheidsgraad is niet te overschatten. Per procent werkgelegenheidsgraad extra win je bijvoorbeeld 0,75 procent op je begroting. Het is dan ook teleurstellend dat we op 67 procent blijven steken, terwijl het regeerakkoord stipuleert dat we naar 75 procent moeten. Met 4 procent extra groei in werkgelegenheidsgraad werk je het begrotingstekort van 3 procent weg. U schrijft op Knack.be dat Michels aanpak (enkel mikken op een begroting in evenwicht) tot grote ontsporingen leidt. Hoezo? Je kijkt beter naar het primaire saldo: dat filtert de effecten van de conjunctuur, de rente en eenmalige ingrepen weg. Welnu, het primaire saldo van Michel blijkt nauwelijks beter dan dat van zijn voorganger Di Rupo: 0,85 versus 0,62 procent. Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene haalden 5,62 en 2,96 procent. Deze regering verdient dus geen medaille voor structurele inspanningen.