Triagecentra zijn speciaal opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met het coronavirus, om enerzijds COVID-19 te weren uit de huisartsenpraktijken en anderzijds de ziekenhuiscapaciteit beheersbaar te houden. Sinds 16 maart richtten de huisartsenkringen er 94 op in Vlaanderen, 45 in Wallonië en 12 in Brussel. Met het Riziv werd enkele weken geleden al een akkoord bereikt over de financiering. Dat voorziet in een opstartvergoeding van maximaal 7.230,60 euro, in verhouding tot het aantal inwoners en het aantal deelnemende huisartsen. Daarnaast komt het Riziv tussen met 26,78 euro per onderzochte patiënt (verhoogd met 13,20 euro op weekend- en feestdagen), 47,25 euro per uur verpleegkundige zorg en 34,96 euro per uur voor administratieve ondersteuning (telkens met een maximum van 12 uur per dag). Maar nog geen enkel triagecentrum heeft de opstartvergoeding ondertussen gekregen, klagen Domus Medica, Collège de Médecine Générale, Wachtposten Vlaanderen en de drie artsensyndicaten (BVAS, het Kartel ASGB/GBO/MoDeS en AADM) dinsdag aan. "Uit een bevraging die wij gedaan hebben, blijkt ook dat ongeveer 55 procent van de Vlaamse centra nog geen vergoeding uitbetaald kreeg", zegt Domus Medica-voorzitter Roel Van Giel. "Voor Wallonië en Brussel zijn er geen gegevens, maar ik kan mij niet voorstellen dat de situatie daar anders is." Ondertussen ziet het ernaar uit dat de kosten de komende weken en maanden nog zullen oplopen. "Omdat triagecentra nu ook testcentra worden, zullen ze nog langer dan aanvankelijk verwacht openblijven", aldus Van Giel. Dat de financiering niet volgt, is voor de artsen "meer dan een brug te ver". Daarom eisen ze van het Riziv een snelle tussenkomst. Daarnaast onderhandelen de artsen ook nog steeds met het Riziv over infrastructuurvergoedingen, maar daarover is momenteel nog geen akkoord bereikt. Het gaat dan om een tussenkomst in de kosten die de triagecentra hebben voor onder meer hun locatie (bijvoorbeeld gehuurde containers) en testmateriaal. (Belga)

Triagecentra zijn speciaal opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met het coronavirus, om enerzijds COVID-19 te weren uit de huisartsenpraktijken en anderzijds de ziekenhuiscapaciteit beheersbaar te houden. Sinds 16 maart richtten de huisartsenkringen er 94 op in Vlaanderen, 45 in Wallonië en 12 in Brussel. Met het Riziv werd enkele weken geleden al een akkoord bereikt over de financiering. Dat voorziet in een opstartvergoeding van maximaal 7.230,60 euro, in verhouding tot het aantal inwoners en het aantal deelnemende huisartsen. Daarnaast komt het Riziv tussen met 26,78 euro per onderzochte patiënt (verhoogd met 13,20 euro op weekend- en feestdagen), 47,25 euro per uur verpleegkundige zorg en 34,96 euro per uur voor administratieve ondersteuning (telkens met een maximum van 12 uur per dag). Maar nog geen enkel triagecentrum heeft de opstartvergoeding ondertussen gekregen, klagen Domus Medica, Collège de Médecine Générale, Wachtposten Vlaanderen en de drie artsensyndicaten (BVAS, het Kartel ASGB/GBO/MoDeS en AADM) dinsdag aan. "Uit een bevraging die wij gedaan hebben, blijkt ook dat ongeveer 55 procent van de Vlaamse centra nog geen vergoeding uitbetaald kreeg", zegt Domus Medica-voorzitter Roel Van Giel. "Voor Wallonië en Brussel zijn er geen gegevens, maar ik kan mij niet voorstellen dat de situatie daar anders is." Ondertussen ziet het ernaar uit dat de kosten de komende weken en maanden nog zullen oplopen. "Omdat triagecentra nu ook testcentra worden, zullen ze nog langer dan aanvankelijk verwacht openblijven", aldus Van Giel. Dat de financiering niet volgt, is voor de artsen "meer dan een brug te ver". Daarom eisen ze van het Riziv een snelle tussenkomst. Daarnaast onderhandelen de artsen ook nog steeds met het Riziv over infrastructuurvergoedingen, maar daarover is momenteel nog geen akkoord bereikt. Het gaat dan om een tussenkomst in de kosten die de triagecentra hebben voor onder meer hun locatie (bijvoorbeeld gehuurde containers) en testmateriaal. (Belga)