"25 miljoen inwoners van Myanmar (...) zouden begin 2025 onder de nationale armoedegrens kunnen belanden", zegt het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Het zou zestien jaar geleden zijn dat er nog zoveel armoede heerste in het land. Tussen 2005 en 2017 is het aantal mensen in armoede teruggebracht van 48 procent van de bevolking tot minder dan 25 procent. Myanmar is echter zwaar getroffen door de coronacrisis en sinds de militaire coup van begin februari is het land ook in de greep van geweld. Er vinden bijna dagelijks betogingen plaats die bloedig worden neergeslagen door de veiligheidstroepen. Duizenden werknemers zijn in staking waardoor hele economische sectoren plat liggen. De bevoorrading is op verschillende plaatsen onderbroken en de prijs van medicijnen, levensmiddelen en benzine schiet in sommige delen van het land de hoogte in. Het banksysteem is deels stilgelegd, waardoor er een tekort heerst aan contant geld en waardoor de toegang tot uitkeringen beperkt is. "Zonder werkende democratische instelling wordt Myanmar geconfronteerd met een tragische terugkeer (...) naar een armoedeniveau dat ongezien is voor een hele generatie", zegt Achim Steiner, bestuurder van UNDP. Ondertussen gaat de bloedige onderdukking van de protesten gewoon verder. De afgelopen drie maanden zijn bijna 760 burgers neergeschoten door de politie en het leger, zegt de Associatie voor Hulp aan Politieke Gevangenen. De militairen beschouwen die ngo als illegaal en houden het op een veel lager dodental. Op 15 april zeiden ze dat er tot dan toe 258 doden waren gevallen. Ze omschrijven de demonstranten als relschoppers die zich bezighouden met terroristische daden. Rebellengroepen hebben intussen weer de wapens opgenomen tegen de militairen, na jaren van relatieve kalmte. De Karen National Union (KNU) telt enkele duizenden leden en toont zich bijzonder gewelddadig. Sinds eind maart hebben zij dicht bij de grens met Thailand verschillende legerbasissen aangevallen. Het leger heeft deze aanvallen beantwoord met luchtaanvallen. Dit was in geen 20 jaar nog gebeurd in dit gebied. Vandaag hebben er volgens de KNU nog aanvallen plaatsgevonden. "Meer dan 2.200 Myanmarezen zijn naar de Thaise provincie Mae Hong Son gevlucht. Daar zijn onder vorige dictaturen al veel vluchtelingenkampen opgericht door de Karen", zei Tanee Sangrat, de woordvoerder van het Thaise ministerie van Buitenlandse Zaken. Het geweld heeft ook al 30.000 mensen dakloos gemaakt, stelt het Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken van de VN. De gevechten gaan ook in het noorden van het land verder. Daar strijdt het leger tegen een andere etnische groepering, het Leger voor de onafhankelijkheid van Kachin (KIA). Een hulpverlener heeft aan het AFP aangegeven dat het leger vrijdag drie luchtaanvallen heeft gedaan in het district Momauk. Daarbij overleed volgens hem een inwoner. (Belga)

"25 miljoen inwoners van Myanmar (...) zouden begin 2025 onder de nationale armoedegrens kunnen belanden", zegt het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Het zou zestien jaar geleden zijn dat er nog zoveel armoede heerste in het land. Tussen 2005 en 2017 is het aantal mensen in armoede teruggebracht van 48 procent van de bevolking tot minder dan 25 procent. Myanmar is echter zwaar getroffen door de coronacrisis en sinds de militaire coup van begin februari is het land ook in de greep van geweld. Er vinden bijna dagelijks betogingen plaats die bloedig worden neergeslagen door de veiligheidstroepen. Duizenden werknemers zijn in staking waardoor hele economische sectoren plat liggen. De bevoorrading is op verschillende plaatsen onderbroken en de prijs van medicijnen, levensmiddelen en benzine schiet in sommige delen van het land de hoogte in. Het banksysteem is deels stilgelegd, waardoor er een tekort heerst aan contant geld en waardoor de toegang tot uitkeringen beperkt is. "Zonder werkende democratische instelling wordt Myanmar geconfronteerd met een tragische terugkeer (...) naar een armoedeniveau dat ongezien is voor een hele generatie", zegt Achim Steiner, bestuurder van UNDP. Ondertussen gaat de bloedige onderdukking van de protesten gewoon verder. De afgelopen drie maanden zijn bijna 760 burgers neergeschoten door de politie en het leger, zegt de Associatie voor Hulp aan Politieke Gevangenen. De militairen beschouwen die ngo als illegaal en houden het op een veel lager dodental. Op 15 april zeiden ze dat er tot dan toe 258 doden waren gevallen. Ze omschrijven de demonstranten als relschoppers die zich bezighouden met terroristische daden. Rebellengroepen hebben intussen weer de wapens opgenomen tegen de militairen, na jaren van relatieve kalmte. De Karen National Union (KNU) telt enkele duizenden leden en toont zich bijzonder gewelddadig. Sinds eind maart hebben zij dicht bij de grens met Thailand verschillende legerbasissen aangevallen. Het leger heeft deze aanvallen beantwoord met luchtaanvallen. Dit was in geen 20 jaar nog gebeurd in dit gebied. Vandaag hebben er volgens de KNU nog aanvallen plaatsgevonden. "Meer dan 2.200 Myanmarezen zijn naar de Thaise provincie Mae Hong Son gevlucht. Daar zijn onder vorige dictaturen al veel vluchtelingenkampen opgericht door de Karen", zei Tanee Sangrat, de woordvoerder van het Thaise ministerie van Buitenlandse Zaken. Het geweld heeft ook al 30.000 mensen dakloos gemaakt, stelt het Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken van de VN. De gevechten gaan ook in het noorden van het land verder. Daar strijdt het leger tegen een andere etnische groepering, het Leger voor de onafhankelijkheid van Kachin (KIA). Een hulpverlener heeft aan het AFP aangegeven dat het leger vrijdag drie luchtaanvallen heeft gedaan in het district Momauk. Daarbij overleed volgens hem een inwoner. (Belga)