De regering is dus overeengekomen dat de loonnorm van 0,4 procent behouden blijft. Bedrijven die goed geboerd hebben tijdens het voorbije coronajaar, kunnen een maximale premie van 500 euro netto toekennen aan hun werknemers. Ze vraagt de sociale partners ook opnieuw aan tafel te gaan zitten over de minimumlonen, de harmonisering van de aanvullende pensioenen, de eindeloopbaan en de overuren. De loonnorm van 0,4 procent, en vooral de wet die aan de basis van dat cijfer ligt, is de vakbonden een doorn in het oog. Van Peteghem benadrukt dat je de historiek in de gaten moet houden. Oorspronkelijk had de regering gezegd dat ze de 0,4 procent zou toepassen indien de sociale partners op 1 mei geen akkoord hadden bereikt. Dat er nu een premie komt "is een belangrijk signaal dat we goed hebben geluisterd naar wat leeft." Hij pleit er ook voor dat de vakbonden en werkgevers een akkoord zouden bereiken over hogere minimumlonen. "Als je kijkt naar de evolutie, zie je dat er toch wel verschillen zijn gegroeid en die moeten wat weggewerkt worden", luidt het. Unizo heeft er al voor gewaarschuwd dat die vandaag vooral gelden in sectoren die zware klappen hebben gekregen. Van Peteghem benadrukt dat de regering bereid is die verhoging, waarmee 2 procent van de werkenden gemoeid is, te ondersteunen, door op het verschil tussen wat de werkgever bruto betaalt en de werknemers netto krijgt te werken. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau zegt op twitter dat door het akkoord "hogere minimumlonen, hogere lonen en een bijkomende premie van 500 euro in bedrijven en sectoren die goed geboerd hebben" mogelijk zijn. De minister zegt dat het een mogelijkheid is de premie toe te kennen op sectoraal niveau indien die sector in zijn geheel goed geboerd heeft, maar waarschuwt meteen dat je niet het omgekeerde moet doen. Met andere woorden: binnen een sector iets afspreken dat dan zou gelden voor bedrijven die geen goed jaar achter de rug hebben. Van Peteghem benadrukt dat het "een zeer evenwichtig voorstel" is. "Wat voor de ene te veel is, is voor de andere te weinig, en omgekeerd. Er ligt iets moois op tafel dat zeker te verdedigen valt", besluit hij. (Belga)

De regering is dus overeengekomen dat de loonnorm van 0,4 procent behouden blijft. Bedrijven die goed geboerd hebben tijdens het voorbije coronajaar, kunnen een maximale premie van 500 euro netto toekennen aan hun werknemers. Ze vraagt de sociale partners ook opnieuw aan tafel te gaan zitten over de minimumlonen, de harmonisering van de aanvullende pensioenen, de eindeloopbaan en de overuren. De loonnorm van 0,4 procent, en vooral de wet die aan de basis van dat cijfer ligt, is de vakbonden een doorn in het oog. Van Peteghem benadrukt dat je de historiek in de gaten moet houden. Oorspronkelijk had de regering gezegd dat ze de 0,4 procent zou toepassen indien de sociale partners op 1 mei geen akkoord hadden bereikt. Dat er nu een premie komt "is een belangrijk signaal dat we goed hebben geluisterd naar wat leeft." Hij pleit er ook voor dat de vakbonden en werkgevers een akkoord zouden bereiken over hogere minimumlonen. "Als je kijkt naar de evolutie, zie je dat er toch wel verschillen zijn gegroeid en die moeten wat weggewerkt worden", luidt het. Unizo heeft er al voor gewaarschuwd dat die vandaag vooral gelden in sectoren die zware klappen hebben gekregen. Van Peteghem benadrukt dat de regering bereid is die verhoging, waarmee 2 procent van de werkenden gemoeid is, te ondersteunen, door op het verschil tussen wat de werkgever bruto betaalt en de werknemers netto krijgt te werken. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau zegt op twitter dat door het akkoord "hogere minimumlonen, hogere lonen en een bijkomende premie van 500 euro in bedrijven en sectoren die goed geboerd hebben" mogelijk zijn. De minister zegt dat het een mogelijkheid is de premie toe te kennen op sectoraal niveau indien die sector in zijn geheel goed geboerd heeft, maar waarschuwt meteen dat je niet het omgekeerde moet doen. Met andere woorden: binnen een sector iets afspreken dat dan zou gelden voor bedrijven die geen goed jaar achter de rug hebben. Van Peteghem benadrukt dat het "een zeer evenwichtig voorstel" is. "Wat voor de ene te veel is, is voor de andere te weinig, en omgekeerd. Er ligt iets moois op tafel dat zeker te verdedigen valt", besluit hij. (Belga)