'De Kerk is in crisis': dit klinkt voor de één als een grijs gedraaide mantra, voor de ander als een understatement. Op zich is 'crisis' niet eens dramatisch: de ganse wereld is in crisis: Europa, de wereldhandel, het klimaat, de democratie, de bankenwereld, ons rechtssysteem, de politiek, de moraal, het gezin... en toch draait alles nog door. Crisis maakt - hopelijk - dat we ons weer de fundamentele vragen gaan stellen: waarom zijn we dit alles ooit begonnen, waarvoor doen we het ook alweer, waar willen we eigenlijk naartoe?

Wat de Kerk betreft: de Kerk is geboren op die befaamde eerste Pinksterdag, bijna 2000 jaar geleden. Niet gek om daar vandaag met Pinksteren even bij stil te staan. Een groep van 120 volgelingen van een pas vermoorde Messias was bij elkaar. 50 dagen na zijn gruwelijke executie hadden ze eigenlijk nog helemaal in shock moeten zijn, getraumatiseerd en gedemoraliseerd. Maar niets daarvan: ze waren in intense verwachting van de komst van de heilige Geest. En toen die plots over hen kwam - het verhaal van de vurige tongen, nietwaar? - barstte a.h.w. een bom: ze stonden in vuur en vlam, onblusbaar. De apostelen veranderden van geïntimideerde en verwarde leerlingen in onbevreesde getuigen die de wereld op zijn kop zetten. Niets kon hen tegenhouden: bedreigingen door de overheden, stokslagen, gevangenis, steniging... De overheden probeerden die nieuwe 'sekte' te smoren in bloed, maar elke bloeddruppel die ter aarde viel bracht méér nieuwe christenen voort.

Heeft de Kerk niet gewoon een nieuw Pinksteren nodig?

Die kerk was duidelijk niet in crisis. Ze bloeide en groeide. Op die ene dag kwamen er zomaar eventjes 3000 bij, kort erna 5000, en daarna werd de tel niet meer bijgehouden. Vandaag zit ze ongeveer aan 2,5 miljard, oftewel 33% van de wereldbevolking, en dat over de vijf continenten. Het pinkstervuur heeft de hele wereld in brand gestoken. Maar hoe is die Kerk dan vandaag in crisis geraakt? Is het vuur dan toch geblust geraakt? En dus: heeft ze dan niet gewoon een nieuw Pinksteren nodig?

Wat gebeurde er echter precies op die bewuste dag? Het wordt in het boek 'Handelingen van de apostelen' met verschillende uitdrukkingen beschreven: ze werden 'gedoopt' met (d.w.z. 'ondergedompeld in') de Heilige Geest, 'vervuld' met de Geest, opnieuw geboren, ze ondergingen een 'doop van vuur' (na de doop met water)... In ieder geval, de effecten waren duidelijk: het was een brandend enthousiasme, een laaiende passie. Het borrelde onweerstaanbaar in hen en moést eruit komen. Is zulke passie niet iets om intens jaloers op te zijn? Zeker in onze rationele, technische wereld, gereserveerd en koeltjes, vaak cynisch en soms nihilistisch?

De vraag is hier: kan God echt een mens in de hoogste vervoering brengen? Ja, dat kan. Méér dan het WK voetbal? Absoluut. Zelfs nog meer dan het Eurovisiesongfestival, Rock Werchter of Tomorrowland? Komaan, zeg! Er zijn in de loop van de geschiedenis velen geweest die hiervan kunnen getuigen, en vandaag nog steeds. Alleen verschijnt zoiets niet als eerste hoofdpunt op het tv-journaal. Slechts twee voorbeelden.

Jan van Ruusbroec (1293-1381) is vandaag voor de meesten een nobele onbekende, maar in zijn tijd was hij een van de grote mystieken van de zuidelijke Nederlanden: mensen reisden van verre om met hem te kunnen spreken. Na 25 jaar kapelaan te zijn geweest in Brussel trok hij zich terug in het Zoniënwoud in Groenendaal (vandaag Hoeilaart), om de afzondering en stilte op te zoeken. Hij had buitengewoon sterke ervaringen van Gods tegenwoordigheid, die hem overweldigden van vreugde, waardoor hij elk besef van omgeving en tijd verloor. 'Soms wordt dit zalige gevoel zo intens dat de mens vreest dat zijn hart begeven zal', schrijft hij. Hij gebruikt uitdrukkingen zoals 'wegzinken in Gods liefde', 'wegsmelten in God', dwalen in de 'grenzeloosheid van de minne', 'wervelen in Gods heerlijkheid', een oneindig genieten, zoals de meest intense innerlijke omhelzing, bijna ondraaglijk sterk. En tegelijk is het: verteerd worden als in een vuur, gloeien, opbranden en sterven aan zichzelf om wedergeboren hieruit te komen. Geen enkele andere ervaring komt zelfs maar in de buurt.

De Franse filosoof Blaise Pascal (1623-1662) is een recenter, mooi voorbeeld. Hij was in zijn jonge jaren een wiskundig en wetenschappelijk genie: op zijn 11 jaar schreef hij een studie over de klanken, op zijn 16 jaar vond hij een meetkundige stelling uit, en op zijn 19 jaar een rekenmachine (de voorloper van de huidige computer); ook in de fysica deed hij enkele belangrijke experimenten. Maar op zijn 31ste jaar kreeg hij een bovennatuurlijke ervaring die hij beschreef als: 'VUUR! God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob. Niet de God van filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van Jezus Christus'. Na deze ontmoeting met de levende God heeft Pascal nooit meer één ding aan wiskunde of wetenschap gedaan: niet omdat hij plots minder intelligent was, maar omdat dat voor hem gewoon onbelangrijk werd. Hij had een hogere uitdaging gevonden, waarbij alle rest verbleekte! Wie van Gods vuur geproefd heeft, is 'ruined' voor dit leven: niets op aarde kan hem nog totaal vervullen.

De apostel Paulus beschrijft iets gelijkaardigs in zijn brief aan de Filippenzen: hij legt uit hoe hij in zijn vorige leven een mooie carrière aan het uitbouwen was als farizeeër en schriftgeleerde, dat hij trots was op zijn joodse afkomst en studies... Maar sinds hij door Christus gegrepen was, beschouwde hij al zijn vroegere privileges en 'eretekens' als 'vuilnis'. Wat had hij dan gezien, gepakt, gevoeld, gehoord dat plots alle rest totaal onbelangrijk werd? Zijn nieuwe passie was 'Christus te winnen': dat alleen nog dreef hem, en alle geld, roem, prestige, positie, macht... alle aardse begeerlijkheden werden tot niets, ja, zelfs tot een obstakel (zie Fil. 3:4-12). Het was voor hem de sterkste 'kick' van allemaal. Nee, er was echt geen crisis in de kerk in die dagen.

Ach, hoe bewaart een mens de passie, dat vuur? Hoe bewaart een getrouwd stel de verliefdheid? Hoe blijft een gelovige levenslang vurig van geest, enthousiast? Hoe voorkomen we dat we moe, uitgeblust en cynisch worden? Wordt het vuur vandaag niet verstikt door materialisme, gesmoord in een klimaat van ongeloof? Raken we het contact met onszelf niet kwijt door onszelf voorbij te hollen? Waar vinden we nog stilte? Niet alleen rondom ons, maar vooral in onszelf?

Een tijd van crisis is uitstekend om na te denken over onze fundamenten: waar doen we het allemaal nog voor? Hoe waren we ook alweer begonnen? Waarvoor matten we ons eigenlijk af? Anders gezegd: wat is het énige belangrijke in dit leven?

Een geïnspireerd Pinksteren gewenst!

Ignace Demaerel is godsdienstleraar en auteur.