Cijfers zijn cijfers. Punt. Dat geldt zeker voor het overgrote deel van de zogenaamde 'positieve wetenschappen'. Daar doken en duiken de echt boeiende vragen pas op wanneer de cijfers het antwoord op een of ander raadsel schuldig blijven. Voor de zogenaamde menswetenschappen wordt dat echter een ander verhaal, en dan al helemaal voor de maatschappij-wetenschappen. Daar accepteert ongeveer elke ernstige wetenschapper nu dat cijfers niét voor zichzelf spreken. Ze zijn niet meer dan wat ze zijn: cijfers, waarmee je vervolgens nog vele en uiteenlopende kanten op kan. Dat je 'met statistieken zowat alles én het tegendeel kan bewijzen' werd lang geleden al aangetoond door kritische sociaalwetenschappers, en is inmiddels gemeengoed geworden. Het komt er maar op aan de cijfers op de gewenste manier te verzamelen, te behandelen en te bekijken.

'Hebben we werkelijk twee democratieën in België? Het hangt er maar vanaf hoe je begint te tellen'

En zoals dat wel vaker het geval is, biedt het onvergelijkelijke koninkrijk België ook op dit vlak een interessante illustratie. Moet of mag men in dit niet uitzonderlijk grote land inderdaad twee verschillende democratieën onderscheiden? Of gaat het om drie democratieën, als je de Brusselaars hoort? Of vier, wanneer je onze Duitstalige landgenoten niet wil schofferen?

Of is dat allemaal verderfelijke propaganda, die - bij wijze van zichzelf waarmakende voorspelling - het uiteenvallen van het land moet bewerkstelligen, terwijl dat wis en zeker nog één grote en voorbeeldige democratie is? Kijk naar de cijfers, zeggen de aanhangers van twee-of-meer. Kijk naar de cijfers, zeggen de verdedigers van het een-en-ondeelbare vaderland. En ze hebben nog allebei gelijk ook, zeker omdat ze zich doorgaans op àndere cijfers beroepen.

Kijk naar de verkiezingsresultaten, heet het aan de ene kant. Wie niet ziet dat 'het noorden' en het 'zuiden' (met excuus aan die twee andere entiteiten) volkomen verschillend gestemd hebben is ziende blind, toch? Of, minder beleefd uitgedrukt: wie die kloof niet wil zien is gewoon te kwader trouw. Heeft geen respect voor de werkelijkheid, en werkt dus de verwijdering tussen burger en politiek nog verder in de hand. En ondergraaft dus in feite de democratie die zij of hij beweert te verdedigen.

Toe maar, mopperen de al dan niet vermomde unitaristen aan de andere kant. De kwade trouw zit juist dààr, aan de andere kant. Kijk naar de cijfers. Telkens weer blijkt uit peilingen dat de overgrote meerderheid van de mensen - of die nu boven of onder of op of naast de taalgrens wonen - dezelfde bekommernissen delen. De knagende en toenemende onzekerheid over werkgelegenheid en werkdruk, over gezondheidszorg en pensioen, over huisvesting en mobiliteit, hier en daar zelfs al een beetje bezorgdheid over de opwarming van de planeet. Dàt zijn de thema's waar de mensen van wakker liggen. Als je naar dié cijfers kijkt moet je erkennen dat België nog verregaand één maatschappelijke ruimte is. Of liever: àls er al van verschillen sprake is, dan liggen die toch overduidelijk in de toenemende ongelijkheid tussen winnaars en verliezers in de ongenadige ongebreidelde vrijemarkteconomie die nu zowat alles en iedereen in haar greep krijgt. Het gaat dan echt niet meer om twee democratieën, maar om twee werelden.

En omdat de maatschappij-wetenschappen steevast een dosis ironie vertonen waarop de positieve wetenschappen alleen maar jaloers kunnen zijn, luidt de conclusie uit die cijfertwist doodleuk: beide zijden hebben gelijk. Er bestaat hoegenaamd geen noodzakelijke tegenstrijdigheid tussen beide interpretaties.

Jazeker, de bekommernissen aan beide zijden van de taalgrens lopen grotendeels parallel. En toch zien de verkiezingsresultaten er (op het eerste gezicht) heel anders uit.

Hoewel. Een onbevooroordeelde en ietwat cynische waarnemer zou eerder kunnen stellen dat ook het kiesgedrag eigenlijk parallel loopt. Men kiest voor de partij waarvan men hoopt dat die het best de verworven eigenbelangen zal verdedigen. Zonder zich echt te bekommeren om het algemeen belang of dat van komende generaties. Die 'reëel bestaande' behoudsgezindheid uit zich vervolgens wel in een erg uiteenlopende partijkeuze. Voor een verbeeldingsloze conservatieve sociaaldemocratie aan de ene kant, voor ronduit reactionaire, zogenaamd Vlaamsgezinde partijen aan de andere.

In de loop van de voorbije zestig jaar heeft 'het Belgische establishment' (om het met een ontroerend-oubollige term te zeggen) telkens de eventueel levensbedreigende conflicten en belangentegenstellingen 'gepacificeerd' ofte afgekocht met geld dat er al spoedig niet meer was. Anno nu wordt dat moeilijk, zeg maar: quasi ondoenbaar. Omdat het geld op is ? In zekere zin. Maar natuurlijk vooral omdat men zelfs nooit geprobeerd heeft het te halen waar het zat.

Hierbij dan toch één zekerheid in deze onzekere tijden: ook de volgende regering zal zich daar niet aan wagen - hoe die er ook moge uitzien, na of zonder nieuwe verkiezingen. Misschien is dàt het echte probleem van dit onvergelijkelijke koninkrijk: wellicht teveel democratieën, maar zeker te weinig democratie.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks.

Cijfers zijn cijfers. Punt. Dat geldt zeker voor het overgrote deel van de zogenaamde 'positieve wetenschappen'. Daar doken en duiken de echt boeiende vragen pas op wanneer de cijfers het antwoord op een of ander raadsel schuldig blijven. Voor de zogenaamde menswetenschappen wordt dat echter een ander verhaal, en dan al helemaal voor de maatschappij-wetenschappen. Daar accepteert ongeveer elke ernstige wetenschapper nu dat cijfers niét voor zichzelf spreken. Ze zijn niet meer dan wat ze zijn: cijfers, waarmee je vervolgens nog vele en uiteenlopende kanten op kan. Dat je 'met statistieken zowat alles én het tegendeel kan bewijzen' werd lang geleden al aangetoond door kritische sociaalwetenschappers, en is inmiddels gemeengoed geworden. Het komt er maar op aan de cijfers op de gewenste manier te verzamelen, te behandelen en te bekijken.En zoals dat wel vaker het geval is, biedt het onvergelijkelijke koninkrijk België ook op dit vlak een interessante illustratie. Moet of mag men in dit niet uitzonderlijk grote land inderdaad twee verschillende democratieën onderscheiden? Of gaat het om drie democratieën, als je de Brusselaars hoort? Of vier, wanneer je onze Duitstalige landgenoten niet wil schofferen?Of is dat allemaal verderfelijke propaganda, die - bij wijze van zichzelf waarmakende voorspelling - het uiteenvallen van het land moet bewerkstelligen, terwijl dat wis en zeker nog één grote en voorbeeldige democratie is? Kijk naar de cijfers, zeggen de aanhangers van twee-of-meer. Kijk naar de cijfers, zeggen de verdedigers van het een-en-ondeelbare vaderland. En ze hebben nog allebei gelijk ook, zeker omdat ze zich doorgaans op àndere cijfers beroepen.Kijk naar de verkiezingsresultaten, heet het aan de ene kant. Wie niet ziet dat 'het noorden' en het 'zuiden' (met excuus aan die twee andere entiteiten) volkomen verschillend gestemd hebben is ziende blind, toch? Of, minder beleefd uitgedrukt: wie die kloof niet wil zien is gewoon te kwader trouw. Heeft geen respect voor de werkelijkheid, en werkt dus de verwijdering tussen burger en politiek nog verder in de hand. En ondergraaft dus in feite de democratie die zij of hij beweert te verdedigen.Toe maar, mopperen de al dan niet vermomde unitaristen aan de andere kant. De kwade trouw zit juist dààr, aan de andere kant. Kijk naar de cijfers. Telkens weer blijkt uit peilingen dat de overgrote meerderheid van de mensen - of die nu boven of onder of op of naast de taalgrens wonen - dezelfde bekommernissen delen. De knagende en toenemende onzekerheid over werkgelegenheid en werkdruk, over gezondheidszorg en pensioen, over huisvesting en mobiliteit, hier en daar zelfs al een beetje bezorgdheid over de opwarming van de planeet. Dàt zijn de thema's waar de mensen van wakker liggen. Als je naar dié cijfers kijkt moet je erkennen dat België nog verregaand één maatschappelijke ruimte is. Of liever: àls er al van verschillen sprake is, dan liggen die toch overduidelijk in de toenemende ongelijkheid tussen winnaars en verliezers in de ongenadige ongebreidelde vrijemarkteconomie die nu zowat alles en iedereen in haar greep krijgt. Het gaat dan echt niet meer om twee democratieën, maar om twee werelden.En omdat de maatschappij-wetenschappen steevast een dosis ironie vertonen waarop de positieve wetenschappen alleen maar jaloers kunnen zijn, luidt de conclusie uit die cijfertwist doodleuk: beide zijden hebben gelijk. Er bestaat hoegenaamd geen noodzakelijke tegenstrijdigheid tussen beide interpretaties.Jazeker, de bekommernissen aan beide zijden van de taalgrens lopen grotendeels parallel. En toch zien de verkiezingsresultaten er (op het eerste gezicht) heel anders uit.Hoewel. Een onbevooroordeelde en ietwat cynische waarnemer zou eerder kunnen stellen dat ook het kiesgedrag eigenlijk parallel loopt. Men kiest voor de partij waarvan men hoopt dat die het best de verworven eigenbelangen zal verdedigen. Zonder zich echt te bekommeren om het algemeen belang of dat van komende generaties. Die 'reëel bestaande' behoudsgezindheid uit zich vervolgens wel in een erg uiteenlopende partijkeuze. Voor een verbeeldingsloze conservatieve sociaaldemocratie aan de ene kant, voor ronduit reactionaire, zogenaamd Vlaamsgezinde partijen aan de andere.In de loop van de voorbije zestig jaar heeft 'het Belgische establishment' (om het met een ontroerend-oubollige term te zeggen) telkens de eventueel levensbedreigende conflicten en belangentegenstellingen 'gepacificeerd' ofte afgekocht met geld dat er al spoedig niet meer was. Anno nu wordt dat moeilijk, zeg maar: quasi ondoenbaar. Omdat het geld op is ? In zekere zin. Maar natuurlijk vooral omdat men zelfs nooit geprobeerd heeft het te halen waar het zat.Hierbij dan toch één zekerheid in deze onzekere tijden: ook de volgende regering zal zich daar niet aan wagen - hoe die er ook moge uitzien, na of zonder nieuwe verkiezingen. Misschien is dàt het echte probleem van dit onvergelijkelijke koninkrijk: wellicht teveel democratieën, maar zeker te weinig democratie.Edi Clijsters is kernlid van Vlinks.