Op 30 juni trokken we een streep onder een schooljaar dat zonder meer historisch genoemd kan, mag en vooral moet worden. Waar op 1 september de aandacht (voor het zoveelste jaar op een rij) uitging naar het lerarentekort, het dalende onderwijsniveau, de (soms) gebrekkige infrastructuur... blies de Corona-crisis dit allemaal opzij. Wat is nu eigenlijk de stand van zaken in ons onderwijs?

Immense veerkracht en... werkdruk

Als we een zaak kunnen leren uit het afgelopen schooljaar, is het wel de immense veerkracht waarvan het ganse onderwijs blijk gaf. De gedwongen en abrupte sluiting van de scholen half maart verplichtte leerkrachten, directies en ook leerlingen en ouders een enorme omslag te maken.

Leerkrachten en directies werden plotsklaps geconfronteerd met lege lokale en gebouwen en moesten creatief aan de slag om de voorziene en in de eindtermen vastgelegde leerstof toch te kunnen overbrengen. Waar afstandsonderwijs voorheen beperkt bleef tot lessen voor kinderen die door ziekte niet naar school mochten, werd dit plots de norm. Leerkrachten moesten plots springen in het onbekende in de hoop vaste grond onder hun voeten te vinden. Al snel doken creatieve filmpjes op ter ondersteuning van leerstof die aanvankelijk nog op papier of mail aan de leerlingen bezorgd werden. In een tweede fase werd het 'echte' lesgeven herontdekt langs virtuele weg. Leerkrachten gaven vanuit hun bureau of zelfs woonkamer, keuken of tuin het beste van zichzelf om al hun leerlingen zo optimaal mogelijk te ondersteunen en de leerachterstand tot een minimum te beperken. Hoedje af voor zoveel creativiteit.

Leerlingen en ouders werden eveneens en al even abrupt gedwongen een nieuwe realiteit te aanvaarden. Weg was plots het dagelijks contact met vrienden en klasgenoten en de duidelijke sturing van de leerkracht. Ook de leerlingen moesten plots een hoge mate van zelfredzaamheid aan de dag leggen en een dagelijkse routine ontwikkelen om niet ten onder te gaan in wat soms leek op een tsunami aan (digitale) opdrachten. Tijdens de fase van het pre-teachen zagen ouders op hun beurt dat leerkracht zijn misschien toch niet zo evident is als op het eerste gezicht gedacht. Leerstof duidelijk en bevattelijk uitleggen aan kinderen bleek meer te zijn dan gewoon iets aflezen van een blad.

De werkdruk lag dus (minstens zo) hoog voor zowel leerkrachten als leerlingen. Het overgrote merendeel van hen vatte de koe bij de hoorns en maakte het beste van deze periode. Een minderheid beschouwde deze periode echter als extra vakantie en liep er meer dan enkel de kantjes van af. De gevolgen voor deze groep zullen zich pas later laten gelden.

Onderwijs 2.0?

De vele (gedwongen) veranderingen in het onderwijs, de grote creativiteit en de dynamiek van de voorbije maanden laten het beste verhopen voor de toekomst van onze scholen. Het werd duidelijk dat de in wezen rigide structuur in staat is tot een snelle omslag in onder andere de manier van lesgeven. Het lijkt op het eerste gezicht dan ook vanzelfsprekend dat de positieve elementen zullen behouden worden in de toekomst. Zo liet minister Ben Weyts al verstaan dat, wat hem betreft, het afstandsonderwijs zeker te behouden is .

De volgende vraag dringt zich echter op: hebben we inderdaad een kantelpunt bereikt in ons onderwijs?

Op basis van de vaststellingen tijdens de voorbije periode zou men volmondig 'ja' antwoorden. Er zijn echter verschillende signalen die erop wijzen dat ons onderwijs al te snel opnieuw zal overgaan tot de orde van de dag.

Op vlak van onderwijskwaliteit blijkt het helemaal niet zo evident te zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken. Integendeel zelfs, de Corona-crisis lijkt voor sommigen de uitgelezen kans om de onderwijskundige laat nog lager te leggen en met diploma's te gooien als ware het confetti. Zo stuurde het GO! begin mei reeds de richtlijn uit om geen examens te organiseren in geen enkel leerjaar. Minister Weyts adviseerde dan weer om punten van het pre-teachen enkel te laten meetellen wanneer deze positieve gevolgen zouden hebben voor de evaluatie.

Beide voorstellen getuigen volgens mij niet alleen van wereldvreemdheid, maar gaan bovenal lijnrecht in tegen de essentie van onderwijs: een inspanning leveren om beter te worden. In beide gevallen worden er leerlingen die niet veel uitvoerden tijdens de periode van afstandsleren beloond, en leerlingen die wel de moeite deden om een inspanning te leveren gestraft.

Waarom bijvoorbeeld richtlijnen geven om geen examens te organiseren? Er was leerstof gegeven tussen januari en half maart toen de scholen wel geopend waren. Deze leerstof was in de klas verwerkt. Er konden dus perfect en volkomen legitieme examens georganiseerd worden over deze leerstof. Op die manier werd geen half semester/volledig trimester weggegooid.

Op vlak van personeelsbeleid lijkt het groepsgevoel dat door de Corona-crisis overal kwam boven drijven toch eerder een artificieel gegeven. Zo komen de eerste berichten van leerkrachten die aan de vooravond van hun TADD-schap (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, één van de voorwaarden voor een vaste benoeming) en na twee jaar trouwe dienst zonder enige negatieve opmerking toch op straat worden gezet alweer aan de oppervlakte. Hetzelfde stramien dat aan het eind van ieder schooljaar opduikt, namelijk het in bepaalde scholen totaal onprofessionele personeelsbeleid, is ook terug van nooit weg geweest. Sommige scholen voeren ongegeneerd en vooral ongehinderd een TADD-stop in, stoppen mensen in verschillende uren om hen toch maar niet te moeten benoemen en zetten gemotiveerde leerkrachten die het beste van zichzelf gaven en geven bij het grof huisvuil. Net nu duidelijk is geworden dat klassen kleiner zullen moeten worden en dat onze scholen een hoge nood hebben aan gemotiveerd, dynamisch personeel hervalt men in de oude, cynische spelletjes op de kap van gedreven leerkrachten. Het is duidelijk dat in bepaalde scholen het groepsgevoel van tijdens de Corona-crisis niet veel meer was dan een dun laagje make-up bedoeld om een hoop etterende zweren te verbergen.

Ook de politiek blijft in hetzelfde bedje ziek: wilde aankondigingen van de zoveelste hervormingsoperatie die eindelijke alle problemen zal oplossen vliegen alweer in het rond. Parlementsleden uit de bevoegde commissie verklaren volop weet te hebben van de echte problemen, bereid te zijn experten te horen om vervolgens enkel gelijkgestemden uit te nodigen en in oeverloze praatbarakken de eigen partijvisie te gaan bewieroken.

Denken jullie echt, dames en heren politici, dat ons onderwijs nood heeft aan schaamteloze zelfverheerlijking? Ons onderwijs heeft nood aan twee zaken: enerzijds educatieve rust, zoals parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) het verwoordde tijdens de plenaire vergadering van 1 juli. en anderzijds aan het aanpakken van de echte problemen. Ons onderwijs was tot op heden steeds op zichzelf aangewezen om oplossingen te bedenken, blijkbaar is er op dat vlak niets veranderd.

Laat ons uit de Corona-crisis een les onthouden: onze scholen zitten vol dynamische en creatieve mensen die dag in dag uit het beste van zichzelf geven voor onze leerlingen. Laat ons hen eindelijk niet langer in de kou laten staan door weg te blijven kijken van de echte problemen in ons onderwijs.

Op 30 juni trokken we een streep onder een schooljaar dat zonder meer historisch genoemd kan, mag en vooral moet worden. Waar op 1 september de aandacht (voor het zoveelste jaar op een rij) uitging naar het lerarentekort, het dalende onderwijsniveau, de (soms) gebrekkige infrastructuur... blies de Corona-crisis dit allemaal opzij. Wat is nu eigenlijk de stand van zaken in ons onderwijs?Als we een zaak kunnen leren uit het afgelopen schooljaar, is het wel de immense veerkracht waarvan het ganse onderwijs blijk gaf. De gedwongen en abrupte sluiting van de scholen half maart verplichtte leerkrachten, directies en ook leerlingen en ouders een enorme omslag te maken. Leerkrachten en directies werden plotsklaps geconfronteerd met lege lokale en gebouwen en moesten creatief aan de slag om de voorziene en in de eindtermen vastgelegde leerstof toch te kunnen overbrengen. Waar afstandsonderwijs voorheen beperkt bleef tot lessen voor kinderen die door ziekte niet naar school mochten, werd dit plots de norm. Leerkrachten moesten plots springen in het onbekende in de hoop vaste grond onder hun voeten te vinden. Al snel doken creatieve filmpjes op ter ondersteuning van leerstof die aanvankelijk nog op papier of mail aan de leerlingen bezorgd werden. In een tweede fase werd het 'echte' lesgeven herontdekt langs virtuele weg. Leerkrachten gaven vanuit hun bureau of zelfs woonkamer, keuken of tuin het beste van zichzelf om al hun leerlingen zo optimaal mogelijk te ondersteunen en de leerachterstand tot een minimum te beperken. Hoedje af voor zoveel creativiteit.Leerlingen en ouders werden eveneens en al even abrupt gedwongen een nieuwe realiteit te aanvaarden. Weg was plots het dagelijks contact met vrienden en klasgenoten en de duidelijke sturing van de leerkracht. Ook de leerlingen moesten plots een hoge mate van zelfredzaamheid aan de dag leggen en een dagelijkse routine ontwikkelen om niet ten onder te gaan in wat soms leek op een tsunami aan (digitale) opdrachten. Tijdens de fase van het pre-teachen zagen ouders op hun beurt dat leerkracht zijn misschien toch niet zo evident is als op het eerste gezicht gedacht. Leerstof duidelijk en bevattelijk uitleggen aan kinderen bleek meer te zijn dan gewoon iets aflezen van een blad. De werkdruk lag dus (minstens zo) hoog voor zowel leerkrachten als leerlingen. Het overgrote merendeel van hen vatte de koe bij de hoorns en maakte het beste van deze periode. Een minderheid beschouwde deze periode echter als extra vakantie en liep er meer dan enkel de kantjes van af. De gevolgen voor deze groep zullen zich pas later laten gelden.De vele (gedwongen) veranderingen in het onderwijs, de grote creativiteit en de dynamiek van de voorbije maanden laten het beste verhopen voor de toekomst van onze scholen. Het werd duidelijk dat de in wezen rigide structuur in staat is tot een snelle omslag in onder andere de manier van lesgeven. Het lijkt op het eerste gezicht dan ook vanzelfsprekend dat de positieve elementen zullen behouden worden in de toekomst. Zo liet minister Ben Weyts al verstaan dat, wat hem betreft, het afstandsonderwijs zeker te behouden is . De volgende vraag dringt zich echter op: hebben we inderdaad een kantelpunt bereikt in ons onderwijs? Op basis van de vaststellingen tijdens de voorbije periode zou men volmondig 'ja' antwoorden. Er zijn echter verschillende signalen die erop wijzen dat ons onderwijs al te snel opnieuw zal overgaan tot de orde van de dag.Op vlak van onderwijskwaliteit blijkt het helemaal niet zo evident te zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken. Integendeel zelfs, de Corona-crisis lijkt voor sommigen de uitgelezen kans om de onderwijskundige laat nog lager te leggen en met diploma's te gooien als ware het confetti. Zo stuurde het GO! begin mei reeds de richtlijn uit om geen examens te organiseren in geen enkel leerjaar. Minister Weyts adviseerde dan weer om punten van het pre-teachen enkel te laten meetellen wanneer deze positieve gevolgen zouden hebben voor de evaluatie.Beide voorstellen getuigen volgens mij niet alleen van wereldvreemdheid, maar gaan bovenal lijnrecht in tegen de essentie van onderwijs: een inspanning leveren om beter te worden. In beide gevallen worden er leerlingen die niet veel uitvoerden tijdens de periode van afstandsleren beloond, en leerlingen die wel de moeite deden om een inspanning te leveren gestraft. Waarom bijvoorbeeld richtlijnen geven om geen examens te organiseren? Er was leerstof gegeven tussen januari en half maart toen de scholen wel geopend waren. Deze leerstof was in de klas verwerkt. Er konden dus perfect en volkomen legitieme examens georganiseerd worden over deze leerstof. Op die manier werd geen half semester/volledig trimester weggegooid. Op vlak van personeelsbeleid lijkt het groepsgevoel dat door de Corona-crisis overal kwam boven drijven toch eerder een artificieel gegeven. Zo komen de eerste berichten van leerkrachten die aan de vooravond van hun TADD-schap (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, één van de voorwaarden voor een vaste benoeming) en na twee jaar trouwe dienst zonder enige negatieve opmerking toch op straat worden gezet alweer aan de oppervlakte. Hetzelfde stramien dat aan het eind van ieder schooljaar opduikt, namelijk het in bepaalde scholen totaal onprofessionele personeelsbeleid, is ook terug van nooit weg geweest. Sommige scholen voeren ongegeneerd en vooral ongehinderd een TADD-stop in, stoppen mensen in verschillende uren om hen toch maar niet te moeten benoemen en zetten gemotiveerde leerkrachten die het beste van zichzelf gaven en geven bij het grof huisvuil. Net nu duidelijk is geworden dat klassen kleiner zullen moeten worden en dat onze scholen een hoge nood hebben aan gemotiveerd, dynamisch personeel hervalt men in de oude, cynische spelletjes op de kap van gedreven leerkrachten. Het is duidelijk dat in bepaalde scholen het groepsgevoel van tijdens de Corona-crisis niet veel meer was dan een dun laagje make-up bedoeld om een hoop etterende zweren te verbergen.Ook de politiek blijft in hetzelfde bedje ziek: wilde aankondigingen van de zoveelste hervormingsoperatie die eindelijke alle problemen zal oplossen vliegen alweer in het rond. Parlementsleden uit de bevoegde commissie verklaren volop weet te hebben van de echte problemen, bereid te zijn experten te horen om vervolgens enkel gelijkgestemden uit te nodigen en in oeverloze praatbarakken de eigen partijvisie te gaan bewieroken. Denken jullie echt, dames en heren politici, dat ons onderwijs nood heeft aan schaamteloze zelfverheerlijking? Ons onderwijs heeft nood aan twee zaken: enerzijds educatieve rust, zoals parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) het verwoordde tijdens de plenaire vergadering van 1 juli. en anderzijds aan het aanpakken van de echte problemen. Ons onderwijs was tot op heden steeds op zichzelf aangewezen om oplossingen te bedenken, blijkbaar is er op dat vlak niets veranderd.Laat ons uit de Corona-crisis een les onthouden: onze scholen zitten vol dynamische en creatieve mensen die dag in dag uit het beste van zichzelf geven voor onze leerlingen. Laat ons hen eindelijk niet langer in de kou laten staan door weg te blijven kijken van de echte problemen in ons onderwijs.