Hunter vindt dat Johnson & Johnson en zijn dochteronderneming Janssen Pharmaceuticals, die een pil en pleister met opiaten produceert, mede aansprakelijk is voor de opiatencrisis in de VS, omdat het bedrijf de markt zou hebben overspoeld met krachtige pijnstillers en daarmee een openbare crisis veroorzaakte. Sinds 2000 zijn al honderdduizenden Amerikanen overleden aan overdoses van pijnstillers. Daarvan waren er ongeveer 6.000 in Oklahoma, aldus de aanklagers. De aanklagers bereikten eerder al dit jaar schikkingen rond de opiatenkwestie met twee andere farmaceuten, Purdue Pharma en Teva Pharmaceuticals. Toen ging het om respectievelijk 270 miljoen en 85 miljoen dollar. Daarna bleef J&J over als enige partij. Uit cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) blijkt dat er dagelijks 46 mensen sterven in de VS aan een overdosis van voorgeschreven opiaten. De staat Oklahoma wil met het geld de komende dertig jaar actie ondernemen tegen de opiatencrisis door programma's voor behandeling en voorkoming van verslaving. J&J ontkent iets verkeerd te hebben gedaan en noemt de pijnstillercrisis een "complex sociaal probleem". Ook elders in de VS spelen duizenden vergelijkbare rechtszaken tegen farmaceuten. Johnson & Johnson, een van de grootste medische en farmaceutische bedrijven ter wereld, kondigde direct aan in beroep te gaan tegen de uitspraak. Op Wall Street zat de koers van J&J na het slot behoorlijk in de lift omdat de boete aanzienlijk lager uitviel dan verwacht. (Belga)