De onderzoekers van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) wijzen op de slechtere socio-economische toestand van gemeenten met een hoge jeugddelinquentie. De auteurs roepen op tot een 'fundamentelere reflectie over de middelen die vrijgemaakt worden, om rekening te houden met de socio-economische situatie bij de uitvoering van het misdaadbeleid.'

Gemeenten die, weinig verrassend, het hoogst scoren zijn Molenbeek (10,7 procent), Sint-Joost (10,5), Anderlecht (10), Brussel-Stad (9,9) en Koekelberg (8,9). In andere Brusselse gemeentes gaat het om goed 5 procent, of minder, van de jongeren: Oudergem (5,6), Ukkel (5,2) en Sint-Lambrechts-Woluwe (3,8). Onderzoekster Charlotte Vanneste nuanceert echter: 'Deze cijfers kunnen hoog lijken, maar men moet rekening houden met de onderzochte periode. Het is vooral een indicatie.'

Om na te gaan of er inderdaad een oorzakelijk effect is tussen de delinquentie en de socio-economische context van een gemeente, hielden de onderzoekers rekening met drie factoren: de werkloosheidsgraad bij jongeren onder de 25, het gemiddelde inkomen per inwoner en het aantal leefloners. 'Het heeft er alle schijn van dat het aantal delinquente jongeren rechtstreeks verband houdt met die drie factoren", is te lezen in het artikel. 'Hoe hoger de werkloosheidsgraad, hoe meer jongeren in contact komen met het gerecht, en dit in verhouding.'

Of die link te maken heeft met 'veeleer een grotere neiging tot delinquentie in een kansarme omgeving, of eerder een grotere aanwezigheid van de politie in kansarme gemeentes' is echter niet duidelijk.

Het onderzoek werd uitgevoerd op vraag van het Brussels Observatorium voor Preventie en Veiligheid.

De onderzoekers van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) wijzen op de slechtere socio-economische toestand van gemeenten met een hoge jeugddelinquentie. De auteurs roepen op tot een 'fundamentelere reflectie over de middelen die vrijgemaakt worden, om rekening te houden met de socio-economische situatie bij de uitvoering van het misdaadbeleid.' Gemeenten die, weinig verrassend, het hoogst scoren zijn Molenbeek (10,7 procent), Sint-Joost (10,5), Anderlecht (10), Brussel-Stad (9,9) en Koekelberg (8,9). In andere Brusselse gemeentes gaat het om goed 5 procent, of minder, van de jongeren: Oudergem (5,6), Ukkel (5,2) en Sint-Lambrechts-Woluwe (3,8). Onderzoekster Charlotte Vanneste nuanceert echter: 'Deze cijfers kunnen hoog lijken, maar men moet rekening houden met de onderzochte periode. Het is vooral een indicatie.' Om na te gaan of er inderdaad een oorzakelijk effect is tussen de delinquentie en de socio-economische context van een gemeente, hielden de onderzoekers rekening met drie factoren: de werkloosheidsgraad bij jongeren onder de 25, het gemiddelde inkomen per inwoner en het aantal leefloners. 'Het heeft er alle schijn van dat het aantal delinquente jongeren rechtstreeks verband houdt met die drie factoren", is te lezen in het artikel. 'Hoe hoger de werkloosheidsgraad, hoe meer jongeren in contact komen met het gerecht, en dit in verhouding.' Of die link te maken heeft met 'veeleer een grotere neiging tot delinquentie in een kansarme omgeving, of eerder een grotere aanwezigheid van de politie in kansarme gemeentes' is echter niet duidelijk. Het onderzoek werd uitgevoerd op vraag van het Brussels Observatorium voor Preventie en Veiligheid.