Tussen 2017 en 2019 zijn zo meer dan 80.000 Oeigoeren overgebracht naar fabrieken "die toebehoren aan de toeleveringsketen van 83 wereldwijd bekende merken in de technologie, textiel en autosector", aldus ASPI. De Oeigoeren werden vastgehouden in de noordwestelijke regio Xinjiang. "Fabrieken maken gebruik van dwangarbeid van Oeigoeren, in het kader van een transfermechanisme omkaderd door de staat, wat een smet werpt op productieketens op wereldwijde schaal", staat in het rapport van 56 pagina's. Onder de merken bevinden zich grote elektronicanamen zoals Apple, Sony, Samsung, Microsoft en Nokia, textielmerken zoals Adidas, Lacoste, Gap, Nike, Puma, Uniqlo en H&M en automerken zoals BMW, Volkswagen, Mercedes-Benz, Land Rover en Jaguar. Daarnaast zijn ook grote Chinese groepen betrokken, zoals autoconstructeurs maar ook technologiebedrijven zoals Haier, Huawei en Oppo. Volgens het rapport blijven de Oeigoeren die naar fabrieken waren overgebracht, van hun vrijheid beroofd en moeten ze werken onder strikte bewaking. "De bedrijven die voordeel halen uit de dwangarbeid van Oeigoeren in hun productieketen, overtreden de wetten die de import van goederen verbieden die tot stand kwamen met dwangarbeid", aldus het rapport. De betrokken bedrijven worden opgeroepen om onmiddellijke en diepgravende onderzoeken te voeren naar het respect van de mensenrechten in de toeleveringsfabrieken in China. De Chinese autoriteiten voerden in Xinjiang een beleid in van maximale veiligheid, als reactie op etnisch geweld de afgelopen jaren in de regio. Peking houdt daarvoor Oeigoerse separatisten verantwoordelijk. Verschillende mensenrechtenorganisatie beschuldigen China ervan in Xinjiang minstens een miljoen moslims te hebben opgesloten in "heropvoedingskampen". China ontkent dat cijfer en spreekt van "beroepsvormingscentra" bedoeld om de tewerkstelling te ondersteunen en religieus extremisme te bestrijden. De autoriteiten in Xinjiang en het ministerie van Buitenlandse Zaken in China wilden nog niet reageren aan het Franse persagentschap AFP, dat ook meerdere bedrijven heeft gecontacteerd die in het rapport met de vinger worden gewezen. Officieel erkende de Chinese overheid "overtollige arbeidskrachten" van Xinjiang naar andere gebieden over te brengen, om armoede te bestrijden. In China leven naar schatting 10 miljoen Oeigoeren, de meesten van hen in Xinjiang. De Oeigoeren zijn een volk van Turkstalige moslims uit het voormalige Oost-Turkestan. Na de machtsovername in 1949 in Peking lijfden de communisten de regio in bij de Volksrepubliek China. Ze voelen zich economisch, politiek en cultureel onderdrukt door de heersende Han-Chinezen. Peking beschuldigt Oeigoerse groepen van separatisme en terrorisme. (Belga)

Tussen 2017 en 2019 zijn zo meer dan 80.000 Oeigoeren overgebracht naar fabrieken "die toebehoren aan de toeleveringsketen van 83 wereldwijd bekende merken in de technologie, textiel en autosector", aldus ASPI. De Oeigoeren werden vastgehouden in de noordwestelijke regio Xinjiang. "Fabrieken maken gebruik van dwangarbeid van Oeigoeren, in het kader van een transfermechanisme omkaderd door de staat, wat een smet werpt op productieketens op wereldwijde schaal", staat in het rapport van 56 pagina's. Onder de merken bevinden zich grote elektronicanamen zoals Apple, Sony, Samsung, Microsoft en Nokia, textielmerken zoals Adidas, Lacoste, Gap, Nike, Puma, Uniqlo en H&M en automerken zoals BMW, Volkswagen, Mercedes-Benz, Land Rover en Jaguar. Daarnaast zijn ook grote Chinese groepen betrokken, zoals autoconstructeurs maar ook technologiebedrijven zoals Haier, Huawei en Oppo. Volgens het rapport blijven de Oeigoeren die naar fabrieken waren overgebracht, van hun vrijheid beroofd en moeten ze werken onder strikte bewaking. "De bedrijven die voordeel halen uit de dwangarbeid van Oeigoeren in hun productieketen, overtreden de wetten die de import van goederen verbieden die tot stand kwamen met dwangarbeid", aldus het rapport. De betrokken bedrijven worden opgeroepen om onmiddellijke en diepgravende onderzoeken te voeren naar het respect van de mensenrechten in de toeleveringsfabrieken in China. De Chinese autoriteiten voerden in Xinjiang een beleid in van maximale veiligheid, als reactie op etnisch geweld de afgelopen jaren in de regio. Peking houdt daarvoor Oeigoerse separatisten verantwoordelijk. Verschillende mensenrechtenorganisatie beschuldigen China ervan in Xinjiang minstens een miljoen moslims te hebben opgesloten in "heropvoedingskampen". China ontkent dat cijfer en spreekt van "beroepsvormingscentra" bedoeld om de tewerkstelling te ondersteunen en religieus extremisme te bestrijden. De autoriteiten in Xinjiang en het ministerie van Buitenlandse Zaken in China wilden nog niet reageren aan het Franse persagentschap AFP, dat ook meerdere bedrijven heeft gecontacteerd die in het rapport met de vinger worden gewezen. Officieel erkende de Chinese overheid "overtollige arbeidskrachten" van Xinjiang naar andere gebieden over te brengen, om armoede te bestrijden. In China leven naar schatting 10 miljoen Oeigoeren, de meesten van hen in Xinjiang. De Oeigoeren zijn een volk van Turkstalige moslims uit het voormalige Oost-Turkestan. Na de machtsovername in 1949 in Peking lijfden de communisten de regio in bij de Volksrepubliek China. Ze voelen zich economisch, politiek en cultureel onderdrukt door de heersende Han-Chinezen. Peking beschuldigt Oeigoerse groepen van separatisme en terrorisme. (Belga)