De verstrenging kwam nog tot stand onder voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. Bedoeling was het eenvoudiger te maken het verblijfsrecht in te trekken van vreemdelingen die ernstige feiten pleegden en ze uit te wijzen naar hun land van herkomst. Nogal controversieel was de mogelijkheid om het verblijfsrecht in te trekken van vreemdelingen die in ons land geboren zijn of die voor hun twaalf jaar in België zijn aangekomen. Francken wilde die intrekking toelaten indien de nationale veiligheid in het gedrang kwam of op grond van zeer zware feiten. Tijdens die periode was sprake van zowat 70 personen: 20 voor terrorisme en 50 voor zeer zware criminele feiten. Volgens het Hof kan die verwijdering in die specifieke omstandigheden. Met de wet wilde de regering ook voorkomen dat telkens een nieuw bevel om het grondgebied te verlaten moet worden uitgereikt indien de betrokkene een nieuwe verblijfsaanvraag indient. Het Hof ziet daar geen graten in. Wel preciseren de rechters dat op het moment dat wordt beslist uit te wijzen, moet worden nagegaan of de vreemdeling geen gevaar loopt. De wet voorzag ook dat de overheid preventieve maatregelen kan opleggen aan EU-burgers die het bevel krijgen het land te verlaten, om zo het risico op onderduiken te vermijden. De regering baseerde zich daarvoor op de Europese Terugkeerrichtlijn. Probleem daarbij is dat die richtlijn geldt voor onderdanen van derde landen, dus van buiten de Europese Unie. Het Grondwettelijk Hof heeft nu aan het Europees Hof van Justitie gevraagd of die bepalingen ook zomaar aan EU-inwoners mogen worden opgelegd. Een gelijkaardige vraag stelt het Grondwettelijk Hof ook over de mogelijkheid om EU-burgers en hun familie op te sluiten om hun verwijdering te garanderen. Alles samen kan die termijn oplopen tot acht maanden. Ook hier moet het Hof van Justitie duidelijk maken of die mogelijkheid die geldt voor niet-EU-burgers ook zomaar op EU-burgers mag worden toegepast. (Belga)

De verstrenging kwam nog tot stand onder voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. Bedoeling was het eenvoudiger te maken het verblijfsrecht in te trekken van vreemdelingen die ernstige feiten pleegden en ze uit te wijzen naar hun land van herkomst. Nogal controversieel was de mogelijkheid om het verblijfsrecht in te trekken van vreemdelingen die in ons land geboren zijn of die voor hun twaalf jaar in België zijn aangekomen. Francken wilde die intrekking toelaten indien de nationale veiligheid in het gedrang kwam of op grond van zeer zware feiten. Tijdens die periode was sprake van zowat 70 personen: 20 voor terrorisme en 50 voor zeer zware criminele feiten. Volgens het Hof kan die verwijdering in die specifieke omstandigheden. Met de wet wilde de regering ook voorkomen dat telkens een nieuw bevel om het grondgebied te verlaten moet worden uitgereikt indien de betrokkene een nieuwe verblijfsaanvraag indient. Het Hof ziet daar geen graten in. Wel preciseren de rechters dat op het moment dat wordt beslist uit te wijzen, moet worden nagegaan of de vreemdeling geen gevaar loopt. De wet voorzag ook dat de overheid preventieve maatregelen kan opleggen aan EU-burgers die het bevel krijgen het land te verlaten, om zo het risico op onderduiken te vermijden. De regering baseerde zich daarvoor op de Europese Terugkeerrichtlijn. Probleem daarbij is dat die richtlijn geldt voor onderdanen van derde landen, dus van buiten de Europese Unie. Het Grondwettelijk Hof heeft nu aan het Europees Hof van Justitie gevraagd of die bepalingen ook zomaar aan EU-inwoners mogen worden opgelegd. Een gelijkaardige vraag stelt het Grondwettelijk Hof ook over de mogelijkheid om EU-burgers en hun familie op te sluiten om hun verwijdering te garanderen. Alles samen kan die termijn oplopen tot acht maanden. Ook hier moet het Hof van Justitie duidelijk maken of die mogelijkheid die geldt voor niet-EU-burgers ook zomaar op EU-burgers mag worden toegepast. (Belga)