Omdat de regering van N-VA, MR, Open Vld en CD&V mikte op de activering van ouderen, vond ze het niet kunnen dat bedrijven als ING en de Nationale Bank beslisten om een deel van hun oudere werknemers thuis te laten zitten met behoud van (een deel van) hun loon. "Dit is een verkeerd signaal dat ingaat tegen de inspanningen van de regering om iedereen langer te laten werken", zei toenmalig minister Peeters. Daarom voerde de regering een activeringsbijdrage in die overeenkomt met een percentage van het brutoloon van de werknemers die tijdens hun inactiviteit worden doorbetaald. De bijdrage schommelt tussen 10 en 20 procent, afhankelijk van de leeftijd van de betrokken werknemers. Het Franse energiebedrijf Engie trok tegen de maatregel naar het Grondwettelijk Hof. Het argumenteerde dat de datum van inwerkingtreding van de maatregel (28 september 2017) arbitrair was en bovendien tot rechtsonzekerheid leidde. De programmawet die de activeringsbijdrage invoerde werd pas eind december aangenomen en in het Staatsblad gepubliceerd. Het Hof geeft Engie nu gelijk. Het kan niet dat de bijdrage ook van toepassing is op werknemers die tussen eind september en eind december door hun werkgever vrijgesteld werden, luidt het. Ondanks de aankondigingen in de media konden de werkgevers niet met zekerheid weten of zij onder de wet zouden vallen. (Belga)