April verliep een stuk droger dan normaal in het westen en het centrum van Vlaanderen, benadrukt de VMM, terwijl in het oosten de neerslagcijfers aanleunden tegen de normale waarden. Dat had een effect op de grondwaterstanden, die ten opzichte van een maand eerder op 87 procent van alle meetplaatsen zijn gedaald. Dat de grondwaterstanden dalen tijdens het hydrologische zomerseizoen vanaf april, is normaal, benadrukt de VMM. "Ongeveer de helft van alle meetplaatsen vertoont wel een lage (23 procent) tot zeer lage (28 procent) grondwaterstand voor de tijd van het jaar." De oppervlakkige bodemverzadiging is overal in Vlaanderen gedaald en is nu gemiddeld voor de tijd van het jaar. Wat de onbevaarbare waterlopen betreft, zijn de veertiendaagse gemiddelden van de debieten op de meeste plaatsen gedaald of stabiel gebleven. Maar op één locatie nam de VMM een stijging waar. Op 21 procent van de locaties (16 van de 77 meetposten) worden momenteel lage gemiddelde debieten waargenomen, op 18 procent (14 meetposten) worden zeer lage debieten gemeten voor de tijd van het jaar. "Hoewel ze verspreid over Vlaanderen voorkomen, vinden we de hoogste concentratie lage en zeer lage debieten in het Dijle- en Demerbekken terug", luidt het. (Belga)

April verliep een stuk droger dan normaal in het westen en het centrum van Vlaanderen, benadrukt de VMM, terwijl in het oosten de neerslagcijfers aanleunden tegen de normale waarden. Dat had een effect op de grondwaterstanden, die ten opzichte van een maand eerder op 87 procent van alle meetplaatsen zijn gedaald. Dat de grondwaterstanden dalen tijdens het hydrologische zomerseizoen vanaf april, is normaal, benadrukt de VMM. "Ongeveer de helft van alle meetplaatsen vertoont wel een lage (23 procent) tot zeer lage (28 procent) grondwaterstand voor de tijd van het jaar." De oppervlakkige bodemverzadiging is overal in Vlaanderen gedaald en is nu gemiddeld voor de tijd van het jaar. Wat de onbevaarbare waterlopen betreft, zijn de veertiendaagse gemiddelden van de debieten op de meeste plaatsen gedaald of stabiel gebleven. Maar op één locatie nam de VMM een stijging waar. Op 21 procent van de locaties (16 van de 77 meetposten) worden momenteel lage gemiddelde debieten waargenomen, op 18 procent (14 meetposten) worden zeer lage debieten gemeten voor de tijd van het jaar. "Hoewel ze verspreid over Vlaanderen voorkomen, vinden we de hoogste concentratie lage en zeer lage debieten in het Dijle- en Demerbekken terug", luidt het. (Belga)